|
Als u of uw fiscale partner in 2006 een eigen woning had,
heeft dit gevolgen voor uw belasting. In de Toelichting bij
uw Aangifte inkomstenbelasting staat algemene informatie
hierover. In deze aanvullende toelichting vindt u meer
informatie over bijvoorbeeld de kapitaalverzekering eigen
woning en een aantal bijzondere situaties, zoals de situatie
dat u tijdelijk twee eigen woningen heeft.
Na verhuizing: oude woning leeg en niet verkocht
Als u verhuisde naar een andere woning, valt de oude woning nog
maximaal twee jaar na het kalenderjaar waarin u de woning heeft
verlaten onder de eigenwoningregeling. U hoeft de waarde van de
oude woning en de eigenwoningschuld dan niet aan te geven in box 3:
voordeel uit sparen en beleggen. U moet dan wel voldoen aan de
volgende voorwaarden:
– De oude woning was tot de verhuizing uw hoofdverblijf.
– De oude woning stond vanaf de verhuizing leeg.
– U bood de oude woning daadwerkelijk te koop aan.
Let op!
U hoeft voor uw oude woning geen eigenwoningforfait aan te geven
over de periode dat u er niet in woonde. Voor uw nieuwe woning
moet u wel het eigenwoningforfait aangeven over de periode dat u in
die woning woonde. De rente over en kosten van de eigenwoningschuld
en de periodieke betalingen voor bijvoorbeeld erfpacht mag u
voor beide woningen aftrekken.
Andere woning leeg of in aanbouw
Als u een andere woning had die leeg stond of in aanbouw was, valt
de andere woning onder bepaalde voorwaarden onder de eigenwoningregeling.
U hoeft de waarde van de woning dan niet aan te
geven in box 3: voordeel uit sparen en beleggen. U moet dan wel
voldoen aan de volgende voorwaarden:
– De andere woning was in aanbouw of stond leeg in de periode dat
u er nog niet in woonde.
– U bent inmiddels in de andere woning gaan wonen of u bent van
plan in 2007 of 2008 in die woning te gaan wonen.
Let op!
U hoeft voor uw andere woning geen eigenwoningforfait aan te
geven over de periode dat u er niet in woonde. Voor uw oude woning
moet u wel het eigenwoningforfait aangeven over de periode dat u in
die woning woonde. De rente over en kosten van de eigenwoningschuld
en de periodieke betalingen voor bijvoorbeeld erfpacht mag
u voor beide woningen aftrekken.
Uitzondering
Als u een woning heeft gekocht waar u bijvoorbeeld door een
ingrijpende verbouwing pas na 2008 in kunt gaan wonen, is de
eigenwoningregeling niet van toepassing. In dat geval valt de woning
(en de bijbehorende schuld) in box 3. Dit geldt ook als u in 2006
redelijkerwijs had kunnen voorzien dat de nieuwbouw of verbouwing
zoveel hindernissen zou ondervinden, dat u er pas na 2008 in kunt
gaan wonen.
Vertrek uit eigen woning
Voormalige fiscale partner blijft in woning
Als uw voormalige fiscale partner in de woning blijft wonen, dan valt
de woning onder bepaalde voorwaarden nog maximaal twee jaar
nadat u de woning heeft verlaten onder de eigenwoningregeling.
Dit geldt als u getrouwd was of als ongehuwde voor fiscaal partnerschap
heeft gekozen. U hoeft de waarde van de woning en de
eigenwoningschuld dan niet aan te geven in box 3: voordeel uit
sparen en beleggen.
U mag de eigenwoningregeling in die twee jaar alleen toepassen
zolang de woning het hoofdverblijf is van uw voormalige fiscale
partner. Als uw voormalige fiscale partner in die periode alsnog de
woning verliet en aansluitend de woning leeg te koop werd gezet,
blijft de eigenwoningregeling gelden tot uiterlijk twee jaar na het
kalenderjaar waarin u zelf de woning verliet.
Let op!
Het deel van de (hypotheek)rente dat u betaalde na uw vertrek, mag
u nog twee jaar aftrekken. De termijn van twee jaar begint op het
moment dat u de woning verliet. Betaalde u alle (hypotheek)-rente,
maar is de woning maar voor de helft van u? Dan kunt u de helft bij de
vraag Betaalde rente en kosten eigenwoningschuld als (hypotheek)-
rente voor de eigen woning aftrekken. De andere helft kunt u als
alimentatie bij de vraag Aftrek betaalde alimentatie of andere onderhoudsverplichtingen
aftrekken. U moet uw deel van het eigenwoningforfait
aangeven. Dit bedrag kunt u vervolgens ook aftrekken als
alimentatie bij de vraag Aftrek betaalde alimentatie of andere onderhouds-verplichtingen.
U blijft in eigen woning
Als u in de woning blijft wonen, moet u uw deel van het eigenwoningforfait
aangeven. Het deel dat betrekking heeft op uw voormalige
fiscale partner geeft u aan als ontvangen alimentatie. Als uw voormalige
fiscale partner de rente betaalde over uw deel van de eigenwoningschuld,
dan kunt u dit bedrag aftrekken als (hypotheek)rente
voor de eigen woning. Hetzelfde bedrag moet u ook aangeven als ontvangen
alimentatie.
Opgenomen in een AWBZ-instelling
Als u was opgenomen in een AWBZ-instelling (zoals een verzorgingshuis
of een verpleeghuis), is uw woning niet langer uw hoofdverblijf.
De eigen woning valt dan toch nog twee jaar na de datum dat u was
opgenomen onder de eigenwoningregeling. U hoeft de waarde van
de woning dan niet aan te geven in box 3: voordeel uit sparen en
beleggen. De termijn van twee jaar begint op het moment dat u de
woning verliet.
Let op!
Wordt uw echtgenoot beschouwd als uw fiscale partner en had hij
gedurende uw opname in de AWBZ-instelling een eigen woning?
Dan mag u deze woning aanmerken als uw eigen woning die uw
hoofdverblijf was. Dit geldt ook als uw opname in de AWBZ-instelling
langer duurde dan twee jaar.
Leegstand eigen woning door tijdelijke uitzending of
overplaatsing
Als u tijdelijk was uitgezonden of overgeplaatst, valt uw eigen woning
onder bepaalde voorwaarden toch onder de eigenwoningregeling.
U hoeft de waarde van de woning dan niet aan te geven in box 3:
voordeel uit sparen en beleggen. U moet dan wel voldoen aan de
volgende voorwaarden:
– De woning was vóór uw uitzending of overplaatsing minimaal één
jaar uw eigen woning en hoofdverblijf.
– In de uitzend- of overplaatsperiode heeft u de woning niet aan
derden ter beschikking gesteld.
– De woning was slechts tijdelijk niet uw hoofdverblijf. Als de
uitzending of overplaatsing in 2006 nog niet was beeïndigd,
moet u ook voldoen aan de voorwaarde dat u na de uitzending
of overplaatsing zal terugkeren in de woning.
– U en uw fiscale partner hadden geen belastbare inkomsten uit een
andere eigen woning. Een huurwoning geldt niet als eigen woning.
Let op!
Het eigenwoningforfait is in deze situatie 1,0% van de WOZ-waarde
tot maximaal € 8.900.
Kapitaalverzekering eigen woning
Een kapitaalverzekering van een spaarhypotheek, levenhypotheek of
beleggingshypotheek die aan bepaalde voorwaarden voldoet, wordt
een kapitaalverzekering eigen woning genoemd. Een kapitaalverzekering
eigen woning valt in box 1; u geeft de waarde ervan dus
niet aan in box 3. Als u in 2006 een uitkering heeft ontvangen uit een
kapitaalverzekering eigen woning, dan moet u het belaste deel van de
uitkering aangeven. Een overlijdensuitkering hoeft u niet aan te
geven. Deze uitkering moet eventueel worden aangegeven door de
erfgenamen.
Vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering
Als u in 2006 een uitkering heeft ontvangen, gelden per persoon
onder bepaalde voorwaarden de volgende vrijstellingen:
– Bij 15 tot en met 19 jaar premiebetaling is de vrijstelling € 31.900.
– Bij minimaal 20 jaar premiebetaling is de vrijstelling € 140.500.
Verder geldt het volgende:
- De vrijstelling is nooit hoger dan de eigenwoningschuld voor de
eigen woning op het tijdstip van de uitkering.
- Uw totale vrijstelling is nooit meer dan € 140.500.
- De vrijstelling geldt voor de hele uitkering, dus voor de premies én het rendement samen.
- U heeft in uw leven eenmaal recht op een vrijstelling van € 140.500. Als u deze vrijstelling niet helemaal kunt gebruiken,
omdat de kapitaalsuitkering of de schuld bijvoorbeeld maar € 100.000 was, dan heeft u nog € 40.500 over voor een volgende
keer. Het bedrag van de vrijstelling wordt jaarlijks verhoogd door
de inflatie.
Als u een huis met uw fiscale partner kocht, heeft u allebei recht op
de vrijstelling. Bij minimaal 20 jaar premiebetaling heeft u samen dus
maximaal recht op 2 x € 140.500 = € 281.000. U moet dan wel beiden
voor de helft begunstigde zijn van de uitkering. Was de uitkering hoger
dan het bedrag van de vrijstelling? Dan wordt van het deel van de uitkering
dat boven de vrijstelling uitkomt, het rentebestanddeel belast.
Als de kapitaalverzekering uitkeert bij overlijden van de fiscale partner,
wordt de vrijstelling van de langstlevende fiscale partner verhoogd
met het bedrag dat zijn overleden fiscale partner tijdens zijn leven nog
niet in aanmerking heeft kunnen nemen. De verhoging is echter nooit
meer dan het bedrag dat wordt uitgekeerd.
Let op!
Had u een kapitaalverzekering die is afgesloten vóór 1 januari 1992
waarvan u het verzekerde kapitaal na 31 december 1991 niet heeft
verhoogd, en u heeft deze verzekering per 1 januari 2001 omgezet in
een kapitaalverzekering eigen woning? Het bedrag van uw maximumvrijstelling
in box 1 (€ 140.500) wordt dan verhoogd met de waarde
die uw kapitaalverzekering op 1 januari 2001 had. De totale vrijstelling
is echter nooit meer dan het bedrag van de eigenwoningschuld.
Voorwaarden kapitaalverzekering
Als u in aanmerking wilt komen voor de vrijstelling, moet een kapitaalverzekering
eigen woning aan de volgende voorwaarden voldoen:
– De verzekering is afgesloten bij een levensverzekeringsmaatschappij,
dus niet bijvoorbeeld bij een eigen B.V. of bij een particulier.
– In de polis van de verzekering staat dat de uitkering gebruikt zal
worden om de eigenwoningschuld van de eigen woning af te lossen.
– De verzekering heeft een looptijd van minimaal 15 jaar of tot het
overlijden van de verzekerde.
– De premies worden ieder jaar betaald. De hoogste premie op
jaarbasis mag niet meer zijn dan tienmaal de laagste premie op
jaarbasis.
– De verzekering geeft recht op een eenmalige kapitaalsuitkering bij
leven of overlijden van de verzekeringnemer, zijn echtgenote of
degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.
Een uitkering bij leven tot het bedrag van de vrijstelling van € 31.900 in combinatie met een tweede uitkering na 20 jaar
premiebetaling is echter toegestaan.
– De eigen woning is eigendom van de verzekeringnemer, zijn
echtgenote of degene met wie hij duurzaam een gezamenlijke
huishouding voert.
Verkoop woning
Had u een kapitaalverzekering eigen woning en heeft u uw woning
verkocht? Dan kan dit gevolgen hebben voor uw belasting. Daarbij is
het van belang of u bent verhuisd naar een andere eigen woning of
naar een huurwoning.
Verhuizing naar andere eigen woning
Als u de kapitaalverzekering niet heeft afgekocht maar als kapitaalverzekering
eigen woning heeft laten voortbestaan, heeft dat in het
algemeen geen gevolgen voor uw belasting. De bestaande kapitaalverzekering
geldt dan ook voor de nieuwe woning als kapitaalverzekering
eigen woning.
Als u de kapitaalverzekering bij de verhuizing rechtstreeks heeft
omgezet in een andere kapitaalverzekering eigen woning, heeft dat in
het algemeen ook geen gevolgen voor uw belasting.
Voorbeeld
U wilt in de toekomst een hogere uitkering, omdat de nieuwe
geldlening voor de eigen woning hoger is dan de vorige geldlening.
De nieuwe kapitaalverzekering wordt dan aangemerkt als een voortzetting
van de oude verzekering. Dit betekent dat de looptijd en de
premies van de oude kapitaalverzekering meetellen bij de beoordeling
of de nieuwe kapitaalverzekering voldoet aan de eisen voor
een kapitaalverzekering eigen woning.
Let op!
Had u een kapitaalsverzekering die is afgesloten vóór 1 januari 1992
waarvan u het verzekerde kapitaal na 31 december 1991 niet heeft
verhoogd, en u heeft deze verzekering per 1 januari 2001 omgezet in
een kapitaalsverzekering eigen woning? Het bedrag van uw maximum
vrijstelling in box 1 (€ 140.500) is dan verhoogd met de waarde die
uw kapitaalsverzekering op 1 januari 2001 had. Als u de looptijd van
deze kapitaalsverzekering verlengd of de premies verhoogd, dan
vervalt de verhoging van de vrijstelling.
Als u de verzekering wel heeft afgekocht, is het rentebestanddeel in
de uitkering belast. Er kan echter een vrijstelling van toepassing zijn.
Zie hiervoor bij Vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering.
Verhuizing naar huurwoning
Vanaf het moment dat u de eigen woning heeft verkocht, voldeed uw
kapitaalverzekering niet meer aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering
eigen woning. Het maakt hierbij niet uit of u de verzekering
heeft afgekocht of laten voortbestaan. Het rentebestanddeel in
de waarde van de verzekering is dan belast. Er kan echter een vrijstelling
van toepassing zijn, zie Vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering.
Het aantal jaren dat u premies heeft betaald, is hierbij niet van belang.
Bovendien is niet vereist dat u de schulden voor de eigen woning
heeft afgelost.
Doordat u geen eigen woning meer heeft, valt het bedrag van de
niet-afgeloste schulden in box 3: voordeel uit sparen en beleggen.
De rente over die schulden kunt u dan niet meer aftrekken.
Als u de kapitaalverzekering niet heeft afgekocht, valt de waarde
van die verzekering als bezitting in box 3: voordeel uit sparen en
beleggen. Hierop is mogelijk een vrijstelling van toepassing, zie in de
aangifte bij de vraag Bezittingen in 2006.
Tijdelijke verhuizing naar huurwoning
Bent u tijdelijk in een huurwoning gaan wonen en heeft u geen
andere eigen woning gekocht of in aanbouw? Dan heeft u de
mogelijkheid die kapitaalverzekering weer te laten voldoen aan de
voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning. Dan moet u
wel binnen drie jaren na de verkoop van de oude woning een andere
eigen woning kopen. Bovendien moet de kapitaalverzekering dan nog
steeds bestaan. Er wordt dan van uitgegaan dat u bij de afrekening
over de oude kapitaalverzekering eigen woning geen gebruik heeft
gemaakt van de vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning. Het
gebruikte vrijstellingsbedrag wordt dan weer geteld bij het vrijstellingsbedrag
dat voor u nog resteerde na de afrekening van de oude
kapitaalverzekering.
Verhuur deel eigen woning
Als u een deel van uw woning verhuurde (bijvoorbeeld een kamer)
dan is het eigenwoningforfait van toepassing op de hele woning als
u aan de volgende voorwaarden voldoet:
- Het in 2006 ontvangen huurbedrag was niet hoger dan € 3.902.
Het gaat om de huur inclusief een eventuele vergoeding voor het
gebruik van meubilair, energie en dergelijke.
- Het gedeelte dat u verhuurde, vormde geen zelfstandige woning.
- U en de huurder waren tijdens de hele huurperiode
ingeschreven bij de gemeente op het adres van de woning.
- De verhuur was niet van korte duur.
- Het gedeelte dat u verhuurde, maakte deel uit van uw woning.
U kunt de (hypotheek)rente voor de eigenwoningschuld van de hele
woning aftrekken. De huurinkomsten hoeft u niet aan te geven.
Let op!
Voldoet u niet aan de voorwaarden, dan moet u de waarde van
het gedeelte dat u verhuurde en een evenredig deel van de eigenwoningschuld
hiervoor aangeven in box 3: voordeel uit sparen en
beleggen. De (hypotheek)rente voor het verhuurde deel kunt u dan
niet aftrekken.
Tijdelijke verhuur eigen woning
Als u uw eigen woning in 2006 tijdelijk verhuurde, bijvoorbeeld
tijdens vakanties of kort verblijf in het buitenland, hoeft u over de
verhuurperiode het eigenwoningforfait niet aan te geven. Over de
verhuurperiode moet u driekwart van de ontvangen huur voor uitsluitend
de woning aangeven als inkomsten uit tijdelijke verhuur van de
woning. Over de verhuurperiode kunt u rente voor de eigenwoningschuld
en betalingen voor erfpacht voor de eigen woning aftrekken.
U kunt daarnaast de kosten aftrekken die rechtstreeks samenhangen
met de tijdelijke verhuur. Het gaat bijvoorbeeld om de kosten van:
- gas- en elektriciteitsverbruik door de huurder;
- aan de huurder verleende service, zoals schoonmaken en wassen;
- advertenties en provisie.
U moet die kosten verminderen met een eventuele vergoeding die u
hiervoor heeft ontvangen.
Deze regeling geldt alleen als u tijdens de verhuurperiode niet ergens
anders woonde (bijvoorbeeld bij tijdelijke uitzending of overplaatsing).
Let op!
Bij inkomsten uit tijdelijke verhuur gaat het niet om:
- de huur die u ontving bij verhuur van een deel van uw eigen
woning (bijvoorbeeld een kamer); zie hiervoor onder Verhuur deel
eigen woning.
- de vergoeding die u ontving van kostgangers voor het schoonmaken
en de maaltijden. Deze vergoeding geeft u aan bij de vraag
Opbrengsten uit overige werkzaamheden.
Nog geen WOZ-beschikking
Als u een nieuwbouwwoning heeft gekocht waarvoor de gemeente
nog geen WOZ-beschikking heeft afgegeven, moet u zelf de waarde
van de woning (laten) schatten. U moet hierbij uitgaan van de waarde
die de woning op 1 januari 2003 zou hebben gehad. Deze waarde
kunt u vaststellen door te kijken naar de waarde van soortgelijke
woningen. U kunt dus niet de waarde overnemen van een WOZbeschikking
die alleen betrekking heeft op de grond of een gedeeltelijk
afgebouwde woning. Als u later wel een WOZ-beschikking krijgt voor
de afgebouwde woning en hieruit blijkt dat u de waarde te hoog of te
laag heeft ingeschat, neem dan contact op met de BelastingTelefoon:
0800 - 0543.
Als u een bestaande woning heeft gekocht en van die woning nog
geen WOZ-beschikking heeft, kunt u om zo’n beschikking vragen bij
de gemeente.
Bezwaar tegen WOZ-beschikking
Het kan zijn dat u bij de gemeente een bezwaarschrift heeft
ingediend omdat u het niet eens was met de vastgestelde WOZwaarde.
Als uw bezwaar is toegewezen, mag u uitgaan van de nieuw
vastgestelde WOZ-waarde.
Heeft de gemeente nog geen uitspraak gedaan, dan moet u uitgaan
van de WOZ-waarde die op de beschikking staat. Als de gemeente
later uw bezwaar toewijst en de WOZ-waarde lager vaststelt, neem
dan contact op met de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Geen WOZ-beschikking
In bepaalde gevallen krijgt u geen WOZ-beschikking, bijvoorbeeld als
het om een woning in het buitenland gaat of als u een woonboot
heeft. Dan moet u uitgaan van de waarde van de woning in het
economische verkeer op 1 januari 2003. Woonde u in een woonboot
en heeft u een beschikking van de gemeente ontvangen voor de
roerendewoonruimtebelasting, dan kunt u de waarde gebruiken die
op deze beschikking staat.
Bron: www.belastingdienst.nl |
|
 |
|
Invultips
Archief belastingaangifte
Archief voorlopige teruggaaf
Overige informatie
|
 |
Aangifte-Expert.nl
onderdeel van
Berkman & Berkman
Postbus 147
3700 AC Zeist
Constantijn Huygenslaan 12b
3705 SR Zeist
Tel. 030-2254550
Fax. 030-2890592
E-mail info@sterkincijfers.nl
|
|