|
Als u in 2007 ondernemer was of medegerechtigde in een onderneming, dan had u winst uit onderneming. In de toelichting bij uw Aangifte inkomstenbelasting staat algemene informatie hierover. In deze aanvullende toelichting vindt u meer informatie over het privégebruik van een woning of een auto die tot uw ondernemingsvermogen behoorde. Ook leest u meer over het gebruik van privévervoermiddelen en privégoederen in uw onderneming, over het staken van uw onderneming en over de willekeurige afschrijving.
Privégebruik woning
Woonde u in 2007 in een pand dat uw hoofdverblijf was en in zijn geheel tot uw ondernemingsvermogen behoorde? Dan moet u het woningforfait bij uw winst tellen. Het kan ook gaan om een pand dat uw onderneming had gehuurd en waarvan u een deel als woning gebruikte. In dat geval moet u de huur voor de woning als privéontrekking verwerken.
Gebruik voor het bepalen van het woningforfait de Tabel woningforfait van de woning die tot het ondernemingsvermogen behoorde. Beschikte u maar een deel van het jaar over de woning? Bereken dan het woningforfait over die periode.
WOZ-waarde
Het woningforfait is een percentage van de WOZ-waarde van uw woning. WOZ staat voorWet waardering onroerende zaken. De WOZwaarde staat op de WOZ-beschikking die u van uw gemeente hebt gekregen. Zijn eventuele bijgebouwen, zoals een garage, apart vermeld op de WOZ-beschikking of hebt u hiervoor een aparte WOZbeschikking gekregen? Tel dan de WOZ-waarden bij elkaar als deze bijgebouwen bij de woning horen.
Let op!
U moet uitgaan van de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2005. Die staat op de WOZ-beschikking die u begin 2007 hebt gekregen.
Nog geen WOZ-beschikking
Hebt u een nieuwbouwwoning gekocht waarvoor de gemeente nog geen WOZ-beschikking heeft afgegeven? Dan moet u zelf de waarde van de woning (laten) schatten. U moet hierbij uitgaan van de waarde die de woning op 1 januari 2005 zou hebben gehad. Deze waarde kunt u vaststellen door te kijken naar de waarde van soortgelijke woningen. U kunt dus niet de waarde overnemen van een WOZbeschikking die alleen betrekking heeft op de grond of een gedeeltelijk afgebouwde woning. Als u later wel een WOZ-beschikking krijgt en hieruit blijkt dat u de waarde te hoog of te laag hebt ingeschat, bel dan de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Hebt u een bestaande woning gekocht en van de woning nog geen WOZ-beschikking gekregen? Vraag dan om zo’n beschikking bij de gemeente.
Bezwaar tegen WOZ-beschikking
Hebt u bij de gemeente een bezwaarschrift ingediend, omdat u het niet eens was met de vastgestelde WOZ-waarde? Als uw bezwaar is toegewezen, mag u uitgaan van de nieuw vastgestelde WOZ-waarde. Heeft de gemeente nog geen uitspraak gedaan, dan moet u uitgaan van de WOZ-waarde die op de beschikking staat. Als de gemeente uw bezwaar alsnog toewijst en de WOZ-waarde lager vaststelt, bel dan de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Geen WOZ-beschikking
In bepaalde gevallen krijgt u geen WOZ-beschikking. Bijvoorbeeld als het om een woning in het buitenland gaat of als u een woonboot hebt. Dan moet u uitgaan van de waarde van de woning in het economische verkeer op 1 januari 2005. Woonde u in een woonboot en hebt u een beschikking van de gemeente ontvangen voor de roerendewoonruimtebelasting? Dan kunt u de waarde gebruiken die op deze beschikking staat.
Privégebruik auto
Reed u in 2007 in een auto van uw onderneming? En gebruikte u deze auto ook privé? Dan moet u voor dat privégebruik een bedrag verrekenen met de autokosten van de onderneming. Dit bedrag is maximaal het bedrag van de autokosten. Het bedrag dat u verrekent met uw autokosten, hangt af van de waarde van de auto. In het algemeen geldt dat u minimaal 22% van de waarde van de auto moet verrekenen met de autokosten. Alleen als u overtuigend kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé reed, hoeft u niets te verrekenen. Voor bepaalde bestelauto’s geldt een andere regeling (zie bij Privégebruik bestelauto). Woon-werkverkeer valt ook onder zakelijke kilometers.
Waarde auto
De waarde van de auto is inclusief de accessoires die ‘af-fabriek’ en door de dealer of de importeur vóór de kentekenstelling zijn aangebracht en is de oorspronkelijke catalogusprijs inclusief btw en bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen); Bepalend is de officiële nieuwprijs van de auto op de datum dat deel 1 van het kenteken is afgegeven.
Uitzondering
Bij een personenauto of bestelauto die ouder is dan 15 jaar geldt vanaf het moment dat de auto ouder is dan 15 jaar, de waarde in het economische verkeer in 2007. Als de auto bijvoorbeeld op 1 mei 2007 15 jaar oud is geworden, gaat u de eerste vier maanden uit van de catalogusprijs en de overige maanden gaat u uit van de waarde in het economische verkeer.
Deel van 2007 auto van onderneming
Als u maar een deel van 2007 een auto van uw onderneming had, berekent u het bedrag dat u met de autokosten moet verrekenen over dat deel van het jaar. De privékilometers worden dan omgerekend naar kilometers op jaarbasis.
Voorbeeld
U had van 1 januari tot en met 31 maart een auto van uw onderneming met een catalogusprijs van € 20.000. U hebt in die periode 100 kilometer privé met de auto gereden. U beschikte in 2007 dus 90 dagen over de auto. Omgerekend naar een heel jaar zou u 365/90 x 100 = 405 kilometer privé hebben gereden. Omdat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé reed, hoeft u niets met uw autokosten te verrekenen. Als u niet kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer hebt gereden, dan moet u minimaal 22% van de waarde van de auto verrekenen met de autokosten (zie bij Rittenregistratie).
Voorbeeld
U hebt van 1 januari tot en met 31 maart niet 100 maar 200 kilometer privé met de auto gereden. Omgerekend naar een heel jaar zou u 365/90 x 200 = 811 kilometer privé gereden hebben. Het bedrag dat u met de autokosten moet verrekenen bedraagt op jaarbasis minimaal 22% van € 20.000 = € 4.400. Voor 90 dagen is dat dus 90/365 x € 4.400 = € 1.084.
Deel van 2007 een andere auto
Ging u in de loop van het jaar een andere auto van de onderneming gebruiken? Dan moet u het privégebruik voor elke auto over de betreffende periode berekenen. Het totaal van die berekeningen verrekent u met de autokosten. Alleen als u op jaarbasis met de auto’s in totaal niet meer dan 500 kilometer privé reed, hoeft u niets met de autokosten te verrekenen.
Meer dan één auto tegelijkertijd
Als u in 2007 meer dan één auto tegelijkertijd van uw onderneming had, moet u het privégebruik voor elke auto apart berekenen. Het totaal van die berekeningen verrekent u met de autokosten. Alleen als u op jaarbasis met de auto’s in totaal niet meer dan 500 kilometer privé reed, hoeft u niets met de autokosten te verrekenen.
Privégebruik bestelauto
De regels voor privégebruik gelden ook voor vrijwel alle bestelauto’s. Maar had u een bestelauto die (nagenoeg) uitsluitend geschikt was voor het vervoer van goederen? Dan hoeft u niet minimaal 22% van de waarde van de auto te verrekenen met de autokosten. Verreken dan het aantal privékilometers maal de werkelijke kilometerprijs met de autokosten. Het gaat hier bijvoorbeeld om een auto die alleen een bestuurdersstoel had en waarvan de bevestigingspunten van de passagiersstoel waren weggeslepen of dichtgelast.
U doet aangifte met een W-biljet
Vermeld bij vraag 78a van de jaarstukken bij de aangifte: het kenteken van de auto(’s), de catalogusprijs en de periode dat u de auto(’s) van de onderneming had. Als u een auto had met een buitenlands
kenteken, vul dan in: AAAA01. Als u onder het dealerbesluit viel, vul dan in: AAAA02. Als u het juiste kenteken niet kunt opgeven omdat u bijvoorbeeld het kenteken niet meer weet, vul dan in: AAAA03.
Als u een rittenregistratie hebt bijgehouden, kruis dan het hokje ‘Ja’ bij vraag 78a aan.
Had u meer dan twee auto’s van de onderneming? Vermeld dan de gegevens van de twee auto’s met de langste periode van gebruik en kruis het hokje bij vraag 78b aan.
Rittenregistratie
Als u overtuigend kunt aantonen dat u in 2007 op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden met de auto, hoeft u niets te verrekenen met de autokosten. Dit kan bijvoorbeeld met een rittenregistratie. U mag ook op een andere manier bewijzen dat op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé is gereden met de auto.
De rittenregistratie moet het volgende vermelden:
- het merk van de auto;
- het type van de auto;
- het kenteken van de auto;
- de periode waarin u de auto tot uw beschikking had.
Vermeld per rit:
– de datum;
– de begin- en eindstand van de kilometerteller;
– het adres van vertrek en het aankomstadres. Had u een afspraak en reed u daar vanaf uw werkadres heen en daarna weer terug, dan hebt u twee ritten gemaakt;
– als u niet de meest gebruikelijke route hebt genomen: de route die u hebt gereden;
– of het een privérit is of een zakelijke rit. Als u tijdens uw werk een privébezoek hebt gebracht (bijvoorbeeld aan de dokter) en daarvoor de auto gebruikte om tijd te besparen, geldt dit als een privérit.
Voldoet uw rittenregistratie niet aan deze eisen of hebt u geen rittenregistratie bijgehouden? Dan moet u minimaal 22% van de waarde van de auto verrekenen met de autokosten van de onderneming. Kunt u op een andere manier aantonen dat op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé is gereden, dan hoeft u niets te verrekenen.
Stuur uw rittenregistratie of andere bewijzen niet mee met uw aangifte.
Gebruik privévervoermiddel
Gebruikte u in 2007 in uw onderneming een vervoermiddel dat uw eigendom was of dat u privé huurde, bijvoorbeeld een auto of motor? Dan mag u € 0,19 per kilometer van uw winst aftrekken voor de kosten van de zakelijke ritten met dat vervoermiddel.
Gebruik privégoederen
Gebruikte u in 2007 in uw onderneming goederen die u moet aangeven in box 3? Dan mag u de kosten van het zakelijke gebruik van de winst aftrekken tot hoogstens het bedrag dat in box 3 is belast. Dit geldt niet voor vervoermiddelen (zie bij Gebruik privévervoermiddel).
Voorbeeld
U had in 2007 een half jaar 35% van uw privépand in gebruik bij uw onderneming. Dat gedeelte was niet in gebruik als eigen woning en valt dus in box 3. De gemiddelde waarde van dat gedeelte was in 2007 € 50.000. Het voordeel uit sparen en beleggen van dat gedeelte is dan 4% x € 50.000 = € 2.000. Op jaarbasis mag u dan maximaal € 2.000 als kosten van de winst aftrekken. Gedurende een half jaar dus hoogstens € 1.000.
Stakingsaftrek
Als u uw hele onderneming in 2007 hebt gestaakt, bijvoorbeeld als u de onderneming hebt verkocht, moet u belasting betalen over de stakingswinst. U mag dan de stakingsaftrek van de stakingswinst aftrekken. De stakingsaftrek is gelijk aan de stakingswinst, maar is maximaal € 3.630. Als u eerder gebruik hebt gemaakt van de stakingsaftrek (vóór 2001 ‘stakingsvrijstelling’), bijvoorbeeld doordat u een deel van de onderneming staakte, dan geldt een afwijkende regeling. De stakingsaftrek in 2007 wordt dan mogelijk beperkt.
Meer informatie over het doorschuiven of staken van uw onderneming kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Willekeurige afschrijving
Willekeurig afschrijven wil zeggen dat u naast de gewone afschrijving zelf bepaalt hoe en wanneer u een bedrijfsmiddel afschrijft. De boekwaarde van het bedrijfsmiddel mag niet lager worden dan de restwaarde. Dit geldt voor bepaalde bedrijfsmiddelen, zoals milieuinvesteringen.
Was u een startende ondernemer? Dan kunt u ook zelf bepalen hoe en wanneer u bedrijfsmiddelen afschrijft die u in de startfase van uw onderneming hebt gekocht. U moet dan wel aan enkele voorwaarden
voldoen.
Meer informatie over willekeurige afschrijving van bepaalde milieuvriendelijke investeringen vindt u in de brochure VAMIL-afschrijving milieu-investeringen, milieulijst. Deze brochure kunt u bestellen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Startende ondernemer
Als u als startende ondernemer willekeurig wilt afschrijven, moet u aan enkele voorwaarden voldoen:
- Uw onderneming was een eenmanszaak, een maatschap, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma.
- U voldeed aan de voorwaarden van de startersaftrek (zie de voorwaarden in de toelichting bij uw Aangifte inkomstenbelasting).
Daarnaast gelden ook nog de volgende regels:
- U mag alleen willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die u kocht in de jaren dat u recht had op startersaftrek of in het jaar ervoor (het aanloopjaar).
- U mag niet willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen waarvoor u geen recht had op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
- In 2007 komen investeringen in bedrijfsmiddelen tot een maximum van € 232.000 in aanmerking voor willekeurige afschrijving. Waren uw totale investeringen in 2007 hoger? Dan mag u zelf kiezen over welke bedrijfsmiddelen u willekeurig afschrijft.
Let op!
Soms moet u de boekwaarde in 2007 van het bedrijfsmiddel waarop willekeurig is afgeschreven aanpassen. Dit moet als binnen een bepaalde periode na het begin van het jaar waarin u de investering deed, onder meer een van de volgende situaties zich voordeed:
- U verhuurde het bedrijfsmiddel.
- Op de winst die u met het bedrijfsmiddel maakt, was een regeling van toepassing ter voorkoming van dubbele belasting (door Nederland en een ander land).
- U gebruikte het bedrijfsmiddel voor het bosbedrijf.
In deze gevallen moet u de boekwaarde van het bedrijfsmiddel bepalen op basis van de waarde die het gehad zou hebben als u niet willekeurig had afgeschreven. Het verschil tussen de oude en de nieuwe boekwaarde is winst.
Meer informatie over willekeurige afschrijving vindt u op www.belastingdienst.nl. Of bel de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Bron: www.belastingdienst.nl |