|
Als u of uw fiscale partner in 2007 een eigen woning had, heeft dit gevolgen voor uw belasting. In de toelichting bij uw Aangifte inkomstenbelasting staat algemene informatie
hierover. In deze aanvullende toelichting vindt u meer informatie over bijvoorbeeld de kapitaalverzekering eigen woning. En over een aantal bijzondere situaties, bijvoorbeeld
wanneer u tijdelijk twee eigen woningen hebt.
Na verhuizing: oude woning leeg en niet verkocht
Als u verhuisde naar een andere woning, valt de oude woning nog maximaal twee jaar na het kalenderjaar waarin u de woning hebt verlaten onder de eigenwoningregeling. U hoeft de waarde van de oude woning en de eigenwoningschuld dan niet aan te geven in box 3: voordeel uit sparen en beleggen. U moet dan wel voldoen aan de volgende voorwaarden:
– De oude woning was tot de verhuizing uw hoofdverblijf.
– De oude woning stond vanaf de verhuizing leeg.
– U bood de oude woning daadwerkelijk te koop aan.
Let op!
U hoeft voor uw oude woning geen eigenwoningforfait aan te geven over de periode dat u er niet in woonde. Voor uw nieuwe woning moet u wel het eigenwoningforfait aangeven over de periode dat u in die woning woonde. De rente over en kosten van de eigenwoningschuld en de periodieke betalingen voor bijvoorbeeld erfpacht mag u voor beide woningen aftrekken.
Andere woning leeg of in aanbouw
Als u een andere woning had die leeg stond of in aanbouw was, valt de andere woning onder bepaalde voorwaarden onder de eigenwoningregeling. U hoeft de waarde van de woning dan niet aan te geven in box 3: voordeel uit sparen en beleggen. U moet dan wel voldoen aan de volgende voorwaarden:
– De andere woning was in aanbouw of stond leeg in de periode dat u er nog niet in woonde.
– U bent inmiddels in de andere woning gaan wonen of u bent van plan in 2008 of 2009 in die woning te gaan wonen.
Let op!
U hoeft voor uw andere woning geen eigenwoningforfait aan te geven over de periode dat u er niet in woonde. Voor uw oude woning moet u wel het eigenwoningforfait aangeven over de periode dat u in die woning woonde. De rente over en kosten van de eigenwoningschuld en de periodieke betalingen voor bijvoorbeeld erfpacht mag u voor beide woningen aftrekken.
Uitzondering
Hebt u een woning gekocht waar u bijvoorbeeld door een ingrijpende verbouwing pas na 2009 in kunt gaan wonen? Dan is de eigenwoningregeling niet van toepassing. In dat geval valt de woning (en de bijbehorende schuld) in box 3. Dit geldt ook als u in 2007 redelijkerwijs had kunnen voorzien dat de nieuwbouw of verbouwing zoveel vertraging op zou lopen, dat u er pas na 2009 in kunt gaan wonen.
Vertrek uit eigen woning
Voormalige fiscale partner blijft in woning
Blijft uw voormalige fiscale partner in de woning wonen? Dan valt de woning onder bepaalde voorwaarden nog maximaal twee jaar nadat u de woning hebt verlaten onder de eigenwoningregeling. Dit geldt als u getrouwd was of als ongetrouwde voor fiscaal partnerschap hebt gekozen. U hoeft de waarde van de woning en de eigenwoningschuld dan niet aan te geven in box 3: voordeel uit sparen en beleggen. U mag de eigenwoningregeling in die twee jaar alleen toepassen zolang de woning het hoofdverblijf is van uw voormalige fiscale partner. Als uw voormalige fiscale partner in die periode alsnog de woning verliet en de woning leeg te koop werd gezet, blijft de eigenwoningregeling gelden tot uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin u zelf de woning verliet.
Let op!
Het deel van de (hypotheek)rente dat u betaalde na uw vertrek, mag u nog twee jaar aftrekken. De termijn van twee jaar begint op het moment dat u de woning verliet. Betaalde u alle (hypotheek)rente, maar is de woning maar voor de helft van u? Dan kunt u de helft bij de vraag Betaalde rente en kosten eigenwoningschuld als (hypotheek)- rente voor de eigen woning aftrekken. De andere helft kunt u als alimentatie bij de vraag Aftrek betaalde alimentatie of andere onderhoudsverplichtingen aftrekken. U moet uw deel van het eigenwoningforfait aangeven. Dit bedrag kunt u ervolgens ook aftrekken als alimentatie bij de vraag Aftrek betaalde alimentatie of andere onderhoudsverplichtingen.
U blijft in de eigen woning
Als u in de woning blijft wonen, moet u uw deel van het eigenwoningforfait aangeven. Het deel dat betrekking heeft op uw voormalige fiscale partner geeft u aan als ontvangen alimentatie. Als uw voormalige fiscale partner de rente betaalde over uw deel van de eigenwoningschuld, dan kunt u dit bedrag aftrekken als (hypotheek)rente voor de eigen woning. Hetzelfde bedrag moet u ook aangeven als ontvangen alimentatie.
Opgenomen in een AWBZ-instelling
Als u was opgenomen in een AWBZ-instelling (zoals een verzorgingshuis of een verpleeghuis), is uw woning niet langer uw hoofdverblijf. De eigen woning valt dan toch nog twee jaar na de datum dat u werd opgenomen onder de eigenwoningregeling. U hoeft de waarde van de woning dan niet aan te geven in box 3: voordeel uit sparen en beleggen. De termijn van twee jaar begint op het moment dat u de woning verliet.
Let op!
Hebt u een echtgenoot of een huisgenoot die als uw fiscale partner wordt beschouwd? En had hij gedurende uw opname in de AWBZinstelling een eigen woning? Dan mag u deze woning aanmerken als uw eigen woning die uw hoofdverblijf was. Dit geldt ook als uw opname in de AWBZ-instelling langer duurde dan twee jaar.
Leegstand eigen woning door tijdelijke uitzending of overplaatsing
Als u tijdelijk was uitgezonden of overgeplaatst, valt uw eigen woning onder bepaalde voorwaarden toch onder de eigenwoningregeling. U hoeft de waarde van de woning dan niet aan te geven in box 3: voordeel uit sparen en beleggen. U moet dan wel voldoen aan de volgende voorwaarden:
– De woning was vóór uw uitzending of overplaatsing minimaal één jaar uw eigen woning en hoofdverblijf.
– In de uitzend- of overplaatsperiode hebt u de woning niet aan derden ter beschikking gesteld.
– De woning was tijdelijk niet uw hoofdverblijf. Als de uitzending of overplaatsing in 2007 nog niet was beëindigd, moet u ook voldoen aan de voorwaarde dat u na de uitzending of overplaatsing zal terugkeren in de woning.
– U en uw fiscale partner hadden geen belastbare inkomsten uit een andere eigen woning. Een huurwoning geldt niet als eigen woning.
Let op!
Het eigenwoningforfait is in deze situatie 0,9% van de WOZ-waarde tot maximaal € 9.150.
Kapitaalverzekering eigen woning
Een kapitaalverzekering die onderdeel is van een spaarhypotheek, levenhypotheek of beleggingshypotheek die aan bepaalde voorwaarden voldoet heet kapitaalverzekering eigen woning. Een kapitaalverzekering eigen woning valt in box 1. U geeft dan de waarde ervan dus niet aan in box 3. Als u in 2007 een uitkering hebt ontvangen uit een kapitaalverzekering eigen woning, moet u het belaste deel van de uitkering aangeven. Het belaste deel van een overlijdensuitkering moet worden aangegeven door degene die de uitkering op grond van de polis krijgt. In veel gevallen geldt echter een vrijstelling voor de uitkering (zie bij Vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering).
Voorwaarden kapitaalverzekering eigen woning
Uw kapitaalverzekering is alleen een kapitaalverzekering eigen woning als die voldoet aan de volgende voorwaarden:
– Uw verzekering is afgesloten bij een levensverzekeringsmaatschappij, dus niet bijvoorbeeld bij een eigen bv of bij een particulier.
– In de polis staat dat de uitkering gebruikt zal worden om uw eigenwoningschuld af te lossen.
– Uw verzekering heeft een looptijd van minimaal 15 jaar of tot het overlijden van de verzekerde persoon.
– De premies worden ieder jaar betaald. De hoogste premie op jaarbasis mag niet meer zijn dan tienmaal de laagste premie op jaarbasis.
– Uw verzekering geeft recht op een eenmalige kapitaalsuitkering bij leven, of op een eenmalige uitkering bij het overlijden van uw echtgenoot of van degene met wie u duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.
De eigen woning is uw eigendom, of van uw echtgenote of van degene met wie u duurzaam een gezamenlijke huishouding voert. Ook gezamenlijke eigendom is toegestaan.
Vrijstelling bij uitkering uit kapitaalverzekering eigen woning
Kreeg u in 2007 een uitkering uit uw kapitaalverzekering eigen woning? Dan gelden per persoon onder bepaalde voorwaarden de volgende vrijstellingen:
- Bij 15 tot en met 19 jaar premiebetaling is de vrijstelling € 32.500.
- Bij minimaal 20 jaar premiebetaling is de vrijstelling € 143.000.
Verder geldt het volgende:
– De vrijstelling is nooit hoger dan de eigenwoningschuld voor de eigen woning op het tijdstip van de uitkering.
– Uw totale vrijstelling is nooit meer dan € 143.000.
– De vrijstelling geldt voor de hele uitkering, dus voor de premies en het rendement samen.
– U hebt in uw leven eenmaal recht op een vrijstelling van € 143.000. Als u deze vrijstelling niet helemaal kunt gebruiken, omdat de kapitaalsuitkering of de schuld bijvoorbeeld maar € 100.000 was, dan hebt u nog € 43.000 over voor een volgende keer. Het bedrag van de vrijstelling wordt jaarlijks verhoogd door de inflatie.
Als u een huis met uw fiscale partner kocht, hebt u allebei recht op de vrijstelling. Bij minimaal 20 jaar premiebetaling hebt u samen dus maximaal recht op 2 x € 143.000 = € 286.000. U moet dan wel beiden voor de helft begunstigde zijn van de uitkering. Was de uitkering hoger dan het bedrag van uw vrijstelling? Dan wordt van het deel van de uitkering dat boven de vrijstelling uitkomt, het rentebestanddeel belast.
Als de kapitaalverzekering uitkeert bij overlijden van de fiscale partner, dan wordt de vrijstelling van de langstlevende fiscale partner nog verhoogd met het bedrag dat zijn fiscale partner door het overlijden niet meer kon krijgen. Die verhoging is echter nooit meer dan het bedrag dat wordt uitgekeerd.
Let op!
Had u een kapitaalverzekering die is afgesloten vóór 1 januari 1992 waarvan u het verzekerde kapitaal na 31 december 1991 niet hebt verhoogd? En hebt u deze verzekering per 1 januari 2001 omgezet in een kapitaalverzekering eigen woning? Dan wordt het bedrag van uw maximumvrijstelling in box 1 (€ 143.000) verhoogd met de waarde van uw kapitaalverzekering op 1 januari 2001. De totale vrijstelling is echter nooit meer dan het bedrag van de eigenwoningschuld.
Voorwaarden vrijstelling uitkering uit kapitaalverzekering eigen woning
U hebt recht op de vrijstelling van de uitkering uit uw kapitaalverzekering eigen woning, als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
– Met de uitkering moet u de eigenwoningschuld zoveel mogelijk hebben afgelost. Als de uitkering hoger is dan de eigenwoningschuld, geldt voor het hogere bedrag geen vrijstelling.
– De premies moeten sinds het sluiten van de kapitaalverzekering eigen woning elk jaar zijn betaald tot minstens het minimum aantal jaren dat vereist is voor de vrijstelling die u gebruikt (15 of 20 jaren).
– De hoogste betaalde premies moeten per jaar niet hoger zijn geweest dan tienmaal het bedrag van de laagste premies die per jaar zijn betaald.
Verkoop woning
Had u een kapitaalverzekering eigen woning en hebt u uw woning verkocht? Dan kan dit gevolgen hebben voor uw belasting. Daarbij is het van belang of u bent verhuisd naar een andere eigen woning of naar een huurwoning. Verhuizing naar andere eigen woning Als u de kapitaalverzekering niet hebt afgekocht maar als kapitaalverzekering eigen woning hebt laten voortbestaan, heeft dat in het algemeen geen gevolgen voor uw belasting. De bestaande kapitaalverzekering geldt dan ook voor de nieuwe woning als kapitaalverzekering eigen woning.
Als u de kapitaalverzekering bij de verhuizing rechtstreeks hebt omgezet in een andere kapitaalverzekering eigen woning, heeft dat in het algemeen ook geen gevolgen voor uw belasting.
Voorbeeld
U wilt in de toekomst een hogere uitkering, omdat de nieuwe geldlening voor de eigen woning hoger is dan de vorige geldlening. De nieuwe kapitaalverzekering wordt dan aangemerkt als een voortzetting van de oude verzekering. Dit betekent dat de looptijd en de premies van de oude kapitaalverzekering meetellen bij de beoordeling of de nieuwe kapitaalverzekering voldoet aan de eisen voor een kapitaalverzekering eigen woning.
Let op!
Had u een kapitaalverzekering die is afgesloten vóór 1 januari 1992 waarvan u het verzekerde kapitaal na 31 december 1991 niet hebt verhoogd? En hebt u deze verzekering per 1 januari 2001 omgezet in een kapitaalverzekering eigen woning? Dan is het bedrag van uw maximum vrijstelling in box 1 (€ 143.000) verhoogd met de waarde die uw kapitaalverzekering op 1 januari 2001 had. Als u de looptijd van deze kapitaalverzekering verlengt of de premies verhoogt, dan vervalt de verhoging van de vrijstelling. Als u de verzekering wel hebt afgekocht, is het rentebestanddeel in de uitkering belast. Maar misschien hebt u recht op een vrijstelling. Zie bij Vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering.
Verhuizing naar huurwoning
Vanaf het moment dat u de eigen woning hebt verkocht, voldeed uw kapitaalverzekering niet meer aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning. Het maakt hierbij niet uit of u de verzekering
hebt afgekocht of hebt laten bestaan. Het rentebestanddeel in de waarde van de verzekering is dan belast. Misschien hebt u recht op een vrijstelling (zie bij Vrijstelling bij uitkering kapitaalverzekering). Het aantal jaren dat u premies hebt betaald, is dan niet van belang. Bovendien is in die situatie niet vereist dat u de schulden voor de eigen woning hebt afgelost. Wel moet u dan hebben voldaan aan de voorwaarde dat de hoogste premie per jaar niet meer was dan tienmaal de laagste premie per jaar.
Doordat u geen eigen woning meer hebt, valt het bedrag van de niet-afgeloste schulden in box 3: voordeel uit sparen en beleggen. De rente over die schulden kunt u dan niet meer aftrekken. Als u de kapitaalverzekering niet hebt afgekocht, valt de waarde van die verzekering als bezitting in box 3: voordeel uit sparen en beleggen. Hierop is mogelijk een vrijstelling van toepassing, zie in de aangifte bij de vraag Bezittingen in 2007.
Tijdelijke verhuizing naar huurwoning
Bent u tijdelijk in een huurwoning gaan wonen en hebt u geen andere eigen woning gekocht of in aanbouw? Dan hebt u de mogelijkheid die kapitaalverzekering weer te laten voldoen aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning. U moet dan wel binnen drie jaren na de verkoop van de oude woning een andere eigen woning kopen. Bovendien moet de kapitaalverzekering dan nog steeds bestaan. Uw kapitaalverzekering verhuist op dat moment weer van box 3 naar box 1. Het door u eerder gebruikte vrijstellingsbedrag wordt dan weer opgeteld bij het vrijstellingsbedrag dat nog overbleef na de afrekening over uw kapitaalverzekering. Per saldo wordt uw
vrijstelling dus hersteld in de oude toestand.
Verhuur deel eigen woning
Verhuurde u een deel van uw woning, bijvoorbeeld een kamer? Dan is het eigenwoningforfait van toepassing op de hele woning als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
- Het in 2007 ontvangen huurbedrag was niet hoger dan € 4.010. Het gaat om de huur inclusief een eventuele vergoeding voor het gebruik van meubilair, energie en dergelijke.
- Het gedeelte dat u verhuurde, vormde geen zelfstandige woning.
- U en de huurder waren tijdens de hele huurperiode ingeschreven bij de gemeente op het adres van de woning.
- De verhuur was niet van korte duur.
- Het gedeelte dat u verhuurde, maakte deel uit van uw woning.
U kunt de (hypotheek)rente voor de eigenwoningschuld van de hele woning aftrekken. De huurinkomsten hoeft u niet aan te geven.
Let op!
Voldoet u niet aan de voorwaarden? Dan moet u de waarde van het gedeelte dat u verhuurde en een evenredig deel van de eigenwoningschuld hiervoor aangeven in box 3: voordeel uit sparen en beleggen. De (hypotheek)rente voor het verhuurde deel kunt u dan niet aftrekken.
Tijdelijke verhuur eigen woning
Verhuurde u tijdelijk uw eigen woning in 2007, bijvoorbeeld tijdens vakanties of kort verblijf in het buitenland? Dan hoeft u over de verhuurperiode het eigenwoningforfait niet aan te geven. Over de verhuurperiode moet u driekwart van de ontvangen huur voor uitsluitend de woning aangeven als inkomsten uit tijdelijke verhuur van de woning. Over de verhuurperiode kunt u rente voor de eigenwoningschuld en betalingen voor erfpacht, opstal of beklemming voor de
eigen woning aftrekken. U kunt daarnaast de kosten aftrekken die rechtstreeks samenhangen met de tijdelijke verhuur. Het gaat bijvoorbeeld om de kosten van:
– gas- en elektriciteitsverbruik door de huurder;
– aan de huurder verleende service, zoals schoonmaken en wassen;
– advertenties en provisie.
U moet die kosten verminderen met een eventuele vergoeding die u hiervoor hebt ontvangen. Deze regeling geldt alleen als u tijdens de verhuurperiode niet ergens anders woonde (bijvoorbeeld bij tijdelijke uitzending of overplaatsing).
Let op!
Bij inkomsten uit tijdelijke verhuur gaat het niet om:
– de huur die u ontving bij verhuur van een deel van uw eigen woning (bijvoorbeeld een kamer). Zie bij Verhuur deel eigen woning;
– de vergoeding die u ontving van kostgangers voor het schoonmaken en de maaltijden. Deze vergoeding geeft u aan bij de vraag Opbrengsten uit overige werkzaamheden.
Nog geen WOZ-beschikking
Hebt u een nieuwbouwwoning gekocht waarvoor de gemeente nog geen WOZ-beschikking heeft afgegeven? Dan moet u zelf de waarde van de woning (laten) schatten. U moet hierbij uitgaan van de waarde die de woning op 1 januari 2005 zou hebben gehad. Deze waarde kunt u vaststellen door te kijken naar de waarde van soortgelijke woningen. U kunt dus niet de waarde overnemen van een WOZbeschikking die alleen betrekking heeft op de grond of een gedeeltelijk afgebouwde woning. Als u later wel een WOZ-beschikking krijgt voor de afgebouwde woning en hieruit blijkt dat u de waarde te hoog of te laag hebt ingeschat, bel dan de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Hebt u een bestaande woning gekocht en nog geen WOZ-beschikking gekregen? Vraag dan om zo’n beschikking bij de gemeente.
Bezwaar tegen WOZ-beschikking
Hebt u bij de gemeente een bezwaarschrift ingediend, omdat u het niet eens was met de vastgestelde WOZ-waarde? Als uw bezwaar is toegewezen, mag u uitgaan van de nieuw vastgestelde WOZ-waarde.
Heeft de gemeente nog geen uitspraak gedaan, dan moet u uitgaan van de WOZ-waarde die op de beschikking staat. Als de gemeente later uw bezwaar toewijst en de WOZ-waarde lager vaststelt, bel dan de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Geen WOZ-beschikking
In bepaalde gevallen krijgt u geen WOZ-beschikking, bijvoorbeeld als het om een woning in het buitenland gaat of als u een woonboot hebt. Dan moet u uitgaan van de waarde van de woning in het economische verkeer op 1 januari 2005. Woonde u in een woonboot en hebt u een beschikking van de gemeente ontvangen voor de roerendewoonruimtebelasting? Dan kunt u de waarde gebruiken die op deze beschikking staat.
Bron: www.belastingdienst.nl |