|
Wordt deze aanvullende toelichting gebruikt voor het invullen van een F-biljet? Dan wordt met ‘u’, ‘uw’ of ‘uzelf’ de overleden belastingplichtige bedoeld.
Werkte u in 2008 als freelancer of alfahulp of had ubijverdiensten? Stelde u vermogensbestanddelen, bijvoorbeeld een pand, ter beschikking aan bepaalde vennootschappen? Ofaan met u verbonden personen of samenwerkingsverbandendie deze gebruikten voor het behalen van winst of resultaatuit overige werkzaamheden? Dan kan dit gevolgen hebbenvoor uw belasting. In de toelichting bij uw aangifte inkomstenbelastingstaat algemene informatie hierover. In deze aanvullendetoelichting leest u meer over een aantal bijzonderesituaties. Ook treft u informatie aan over het opnemen vanvermogensbestanddelen op de balans.
Arbeidsbeloning van fiscale partner
Was u niet bij uw fiscale partner in loondienst maar kreeg u wel een beloning voor uw werkzaamheden van uw fiscale partner? En was die beloning € 5.000 of hoger? Geef dan de totale beloning aan die u van uw fiscale partner kreeg. Uw fiscale partner mag dat bedrag aftrekken van zijn winst of resultaat.
Als uw beloning lager was dan € 5.000, geef dan de beloning niet aan. Uw fiscale partner mag dat bedrag niet aftrekken van zijn winst of resultaat.
Kostgangers
U had kostgangers als u een kamer verhuurde en voor de huurder bijvoorbeeld ook de kamer schoonhield, het beddengoed verschoonde of de maaltijden verzorgde. Vermeld in dat geval het totale bedrag in dat u van de kostgangers ontving, dus inclusief kale huur. Als uw fiscale partner de kostgangers verzorgde, moet hij dit totale bedrag in zijn aangifte vermelden. U mag die inkomsten dan niet aangeven. De fiscale partner die de inkomsten aangeeft, mag de gemaakte kosten aftrekken.
U hoeft de huurinkomsten niet aan te geven als u voldoet aan de volgende voorwaarden:
– Het huurbedrag dat u in 2008 hebt ontvangen, was niet hoger dan € 4.065. Het gaat om de huur inclusief een eventuele vergoeding voor gebruik van meubilair, energie en dergelijke.
– Het gedeelte dat u verhuurde, was geen zelfstandige woning.
– U en de huurder stonden tijdens de hele huurperiode ingeschreven bij de gemeente op het adres van uw hoofdverblijf.
– De verhuur was niet van korte duur.
– Het gedeelte dat u verhuurde was onderdeel van uw woning.
Vergoedingen die u van uw kostgangers kreeg voor schoonmaken en maaltijden, geeft u wel altijd aan. De kosten daarvan kunt u ook aftrekken.
Vrijwilligerswerk
Werkte u als vrijwilliger voor een niet-commerciële instelling en kreeg u daarvoor een beloning? Dan hoeft u deze misschien niet aan te geven. Van belang is of de beloning kan worden beschouwd als een zogenoemde marktconforme beloning. Met andere woorden: u zou een vergelijkbare beloning hebben gekregen als u die werkzaamheden bijvoorbeeld in loondienst had uitgevoerd. Dan is de ontvangen beloning wel belastbaar.
Er is geen sprake van een marktconforme beloning, als u als vrijwilliger van 23 jaar of ouder maximaal € 4,50 per uur hebt ontvangen. De beloning is dan onbelast. Voor een vrijwilliger jonger dan 23 jaar geldt een maximum van € 2,50 per uur. In beide gevallen geldt een maximumbedrag van € 150 per maand en een maximumbedrag van € 1.500 per jaar. Als de beloning hoger was dan een van deze twee bedragen, geeft u de volledige beloning aan.
Let op!
Ontving u uitsluitend een vergoeding voor de kosten die u echt maakte? Dan hoeft u deze vergoeding niet aan te geven, ook al was de vergoeding hoger dan € 150 per maand of € 1.500 per jaar.
Zakelijke kosten
Van uw opbrengsten mag u zakelijke kosten aftrekken. Bij de aftrek van kosten moet u rekening houden met de volgende regels:
– Zakelijke kosten mag u helemaal aftrekken. Zakelijke kosten zijn kosten die binnen redelijke grenzen nodig zijn voor de uitoefening van uw werkzaamheden, zoals vakliteratuur.
– Kosten met alleen een privékarakter mag u niet aftrekken.
– Van kosten die een zakelijk én privékarakter kunnen hebben, mag u alleen het zakelijk deel aftrekken.
– Voor sommige kosten geldt een drempel.
– Eventuele vergoedingen die u voor de kosten hebt ontvangen, moet u bij uw opbrengsten tellen.
Niet-aftrekbare kosten
Niet-aftrekbare kosten zijn bijvoorbeeld:
– kosten van een werkruimte in de woning en inrichting ervan, als u de woning niet als zakelijk aanmerkt. U mag deze kosten wel aftrekken als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
– De werkruimte is een zelfstandig deel van de woning en wordt intensief gebruikt voor de verwerving van inkomsten. Zelfstandig wil zeggen dat de ruimte duidelijk te onderscheiden is door uiterlijke kenmerken, zoals een eigen opgang of ingang. Daarnaast kunnen ook de voorzieningen in de werkruimte van belang zijn, zoals eigen sanitair.
– Als u ergens anders niet over werkruimte beschikt, moet u minimaal 30% van uw totale inkomsten uit arbeid (zoals winst, loon en bijverdiensten) in de werkruimte verdienen. Tevens moet u minimaal 70% van uw totale inkomsten uit arbeid in of vanuit de werkruimte verdienen.
– Als u ergens anders wel over werkruimte beschikt, moet u minimaal 70% van uw totale inkomsten uit arbeid in de werkruimte verdienen.
– abonnementen voor telefoonaansluitingen in de woonruimte
– kleding, met uitzondering van werkkleding
– kosten van persoonlijke verzorging
– ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen, premies voor de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en inkomensafhankelijke bijdragen Zorgverzekeringswet
– een vergoeding voor het werk van uw partner als die lager is dan € 5.000. Is de vergoeding hoger? Dan is het hele bedrag aftrekbaar
– kosten van muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschappen, computers, beeldapparatuur en dergelijke. Dit geldt als deze horen bij uw privévermogen of als u deze privé hebt gehuurd
– kosten van het voeren van een zekere staat (standsuitgaven), zoals het lidmaatschap van een serviceclub
– kosten van vaartuigen voor representatieve doeleinden
– geldboetes die zijn opgelegd door een Nederlandse strafrechter en geldsommen om strafvervolging te voorkomen
– boetes en verhogingen die zijn opgelegd bij de heffing van belastingen en premies
Deels aftrekbare kosten
Deels aftrekbare kosten zijn bijvoorbeeld:
– verhuiskosten. U mag alleen de kosten van het overbrengen van de inboedel naar een andere woonruimte aftrekken, u mag hierbij een vast bedrag van € 5.445 tellen
– kosten van huisvesting buiten de woonplaats gedurende maximaal twee jaar
– de kosten van privévervoermiddelen. U mag een vast bedrag van € 0,19 per zakelijk gereden kilometer aftrekken. Het maakt daarbij niet uit welk vervoermiddel u hebt gebruikt
– een gebruiksvergoeding voor privébezittingen (geen vervoermiddelen), die zakelijk zijn gebruikt. Die vergoeding is beperkt. U mag maximaal het bedrag van het voordeel uit sparen en beleggen aftrekken dat voor deze bezittingen in aanmerking wordt genomen. U hoeft daarbij geen rekening te houden met het heffingvrij vermogen
– een gebruiksvergoeding voor in privé gehuurde zaken (geen vervoermiddelen), die u zakelijk gebruikte. U mag hiervoor maximaal een evenredig deel van de huurprijs en eventuele andere huurderslasten aftrekken.
Kosten met een drempel
Voor sommige kosten geldt een drempel. U mag het bedrag boven de drempel aftrekken. Voor de volgende kosten is de eerste € 4.200 niet aftrekbaar:
– kosten voor voeding, drank en genotmiddelen
– kosten voor representatie, zoals recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak
– kosten voor onder meer congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen
De drempel van € 4.200 geldt ook voor de reis- en verblijfskosten die met deze kosten verband houden. Voor de reis- en verblijfskosten in verband met congressen en dergelijke geldt bovendien een maximum van € 1.500. Als het bijwonen hiervan noodzakelijk is voor uw werk, geldt dit maximum niet.
U kunt er bij de aangifte ook voor kiezen om het totaal van deze kosten voor 73,5% af te trekken. U hoeft deze kosten dan niet te verminderen met € 4.200.
Meer informatie over de aftrek van kosten vindt u op www.belastingdienst.nl. Of bel de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Uw pand als zakelijk vermogensbestanddeel
Zakelijke vermogensbestanddelen zijn uw eigen vermogensbestanddelen (inclusief schulden) die nodig zijn bij het verwerven van uw inkomsten. Als het gaat om een pand dat uw eigendom was, moet u voor de inkomstenbelasting altijd vaststellen of u dat pand wel of niet als zakelijk aanmerkt. Dit doet u bij de start van uw werkzaamheden of bij aanschaf van het pand. Voor het gebruik zijn er twee mogelijkheden:
– U gebruikte het pand uitsluitend voor uw werkzaamheden. Dan moet u het hele pand als zakelijk aanmerken.
– U woonde in het pand en u gebruikte het ook voor uw werkzaamheden.
Dan moet u in bepaalde gevallen kiezen of u het hele pand of een gedeelte ervan als zakelijk aanmerkt. Stel dat het pand tot het vermogen van uw werkzaamheden behoort en dat het in waarde stijgt. Die waardestijging is dan winst van uw werkzaamheid. En over die winst moet u straks belasting betalen.
Onderhouds- en verbouwingskosten zijn aftrekbaar als het pand tot het vermogen van uw werkzaamheid behoort. Als het pand van u privé is, moet u de gemiddelde waarde van dat pand per jaar opgeven als vermogen in box 3. U kunt dan geen onderhouds- en verbouwingskosten aftrekken. Van belang is dus: weegt de verwachte waardestijging van het pand op tegen de verwachte kosten? U bent niet altijd vrij in uw keuze.
Uitsluitend zakelijk gebruik pand
Als u het pand uitsluitend voor uw werkzaamheden gebruikte, bent u verplicht het pand als zakelijk aan te merken. Voor welke waarde u het pand moet aanmerken, leest u bij Boekwaarde vermogensbestanddelen op de website van de Belastingdienst.
Deels zakelijk gebruik pand
Was u eigenaar van een pand dat u deels als woning en deels voor uw werkzaamheden gebruikte? Dan zijn er verschillende mogelijkheden met uiteenlopende gevolgen voor de inkomstenbelasting. Welke mogelijkheden er zijn, ziet u in het Schema gebruik pand op de website van de Belastingdienst.
Bouwkundige splitsing
Bouwkundig splitsen betekent dat een pand kan worden gesplitst en dat de delen ervan afzonderlijk zijn te gebruiken. Bijvoorbeeld bij een woon- en kantoorpand dat voor de woning en het kantoor afzonderlijke ingangen heeft. Zo’n pand is zo ingedeeld dat u een
deel ervan zelfstandig zou kunnen verhuren. Het andere deel kunt u zelf in gebruik houden. Als u uw pand bouwkundig kunt splitsen in een privégedeelte en een zakelijk gedeelte, dan moet u die splitsing ook in uw administratie doorvoeren:
– Als het deel van het pand dat u voor privédoeleinden gebruikte in dienst staat van uw werkzaamheid, vormt het keuzevermogen. Zie bij Geen bouwkundige splitsing (keuzevermogen op de website van de Belastingdienst). Als het deel van het pand dat u voor privédoeleinden gebruikte niet in dienst staat van uw werkzaamheid, merkt u het aan als privé. Voor dit deel gelden de normale regels voor privéwoningen.
– Het deel van het pand dat u voor uw werkzaamheden gebruikte, merkt u aan als zakelijk. Voor welke waarde u dit deel moet aanmerken, leest u bij Boekwaarde vermogensbestanddelen op de website van de Belastingdienst. Het privé gebruiken van een deel van het pand betekent in de praktijk meestal dat u dat deel bewoont. De woning staat in dienst van uw werkzaamheid, als het gebruik van beide delen van het pand niet helemaal gescheiden is. Bijvoorbeeld als u een tussendeur gebruikt.
Geen bouwkundige splitsing (keuzevermogen)
Een pand dat niet bouwkundig kan worden gesplitst, is voor u zogenoemd keuzevermogen. Dat betekent dat u bij de start van uw werkzaamheden of bij de aanschaf van het pand kunt kiezen uit drie mogelijkheden:
– U merkt het hele pand aan als zakelijk.
– U merkt het hele pand aan als privé.
– U verdeelt overeenkomstig het gebruik het pand administratief in een privégedeelte en een zakelijk gedeelte.
U kunt niet altijd kiezen voor de eerste twee mogelijkheden. In de volgende situaties bent u beperkt in uw keuze om een pand volledig als zakelijk of volledig als privé aan te merken:
– Gebruikt u het pand voor 90% of meer zakelijk? Dan mag u het pand wel volledig als zakelijk aanmerken, maar niet volledig als privé. U kunt het pand wel administratief splitsen in een privédeel (maximaal 10%) en een zakelijk deel.
– Gebruikt u het pand voor 90% of meer privé? Dan mag u het pand wel volledig als privé aanmerken, maar niet volledig als zakelijk. U kunt het pand wel administratief splitsen in een zakelijk deel (maximaal 10%) en een privédeel.
Let op!
Als het pand tot het keuzevermogen behoort, moet u snel na de start van uw werkzaamheden de keuze maken. U geeft uw keuze namelijk ook aan in uw aangifte. U bent gebonden aan uw keuze. Alleen in uitzonderlijke gevallen mag u opnieuw kiezen. Bijvoorbeeld bij een ingrijpende verbouwing van het pand of een verhuizing.
Hele pand zakelijk
Als u het hele pand aanmerkt als zakelijk, moet u de eventuele geld-lening die u bent aangegaan voor het pand ook aanmerken als zakelijk. Voor welke waarde u het pand moet aanmerken, leest u bij Boekwaarde vermogensbestanddelen op de website van de Belastingdienst.
Omdat u zelf in het pand woonde, moet u het woningforfait van het woongedeelte aangeven. Het woningforfait is een percentage van de WOZ-waarde van uw woning. WOZ staat voor Wet waardering onroerende zaken. De WOZ-waarde staat op de WOZ-beschikking die u van uw gemeente hebt gekregen. U bepaalt de waarde van het woongedeelte door een evenredig deel van de WOZ-waarde te nemen. Daarna zoekt u in de Tabel woningforfait het percentage op dat bij de waarde van het woongedeelte hoort. Dit percentage past u toe op de waarde van het woongedeelte. Het berekende bedrag telt u bij de opbrengsten uit overige werkzaamheden.
Let op!
U moet uitgaan van de WOZ-waarde met waarde peildatum 1 januari 2007 die staat op de WOZ-beschikking die u begin 2008 hebt gekregen. Gebruik voor het bepalen van het woningforfait de tabel op de website van de Belastingdienst.
Hele pand privé
Als u het hele pand aanmerkt als privé, moet u het woongedeelte aangeven als eigen woning. Voor het gedeelte van het pand dat u voor uw werkzaamheden gebruikte, is er geen sprake van een eigen woning. En daarom moet u de waarde van dat gedeelte aangeven in box 3. U moet ook een evenredig deel van de schuld van het pand aangeven in box 3.
Administratieve verdeling pand
Kunt u uw pand niet bouwkundig splitsen? Dan mag u het administratief verdelen in een privégedeelte en een zakelijk gedeelte. De verhouding tussen de grootte van de twee gedeelten stelt u vast aan de hand van het gebruik dat u van het pand maakte. Het privégedeelte wordt behandeld als een eigen woning of als bezitting in box 3. Dat betekent onder meer dat u de kosten van dit gedeelte niet kunt aftrekken van de opbrengsten van uw werkzaamheden. Het zakelijke gedeelte wordt volledig als bedrijfspand gezien. Dat betekent dat op dit gedeelte de regels van toepassing zijn die ook gelden voor een pand dat u uitsluitend zakelijk gebruikte. De kosten kunt u aftrekken van uw opbrengsten uit overige werkzaamheden. De waarde van het zakelijke deel van het pand geeft u aan in uw aangifte. Voor welke waarde u vermogensbestanddelen moet aangeven, leest u bij Boekwaarde vermogensbestanddelen op de website van de Belastingdienst.
Ter beschikking stellen vermogensbestanddelen
Stelde u in 2008 vermogensbestanddelen, bijvoorbeeld een pand, ter beschikking aan bepaalde vennootschappen? Dan moet u uw eigen inkomsten daarvan in box 1 aangeven. Stelde u vermogensbestanddelen ter beschikking aan met u verbonden personen of samenwerkingsverbanden die deze bestanddelen gebruikten voor het behalen van winst of inkomsten uit overige werkzaamheden? Ook dan geeft u de vermogensbestanddelen aan in box 1. Had u geen inkomsten doordat u geen vergoeding, zoals huur, bent overeengekomen? Dan moet u de inkomsten aangeven die u onder normale omstandigheden zou hebben gekregen. Dat moet u ook doen als u een lagere vergoeding hebt gekregen dan onder zakelijke omstandigheden gebruikelijk was.
Ongebruikelijke terbeschikkingstelling
Om vast te stellen of er sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling, bekijken wij ook of de contractuele verhouding in het algemeen of onder die voorwaarden gebruikelijk is. Daarnaast beoordelen wij of de overeenkomst maatschappelijk gebruikelijk is in de gegeven (familie)relatie. Een ongebruikelijke terbeschikkingstelling kan bijvoorbeeld een renteloze lening zijn. In dat geval is er een voordeel dat u moet aangeven. Als er sprake is van een terbeschikkingstelling die in het maatschappelijke verkeer ongebruikelijk is, geldt als een verbonden persoon ook een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van:
– uzelf
– uw fiscale partner
– een andere met u verbonden persoon
Met bloed- of aanverwanten in de rechte lijn worden bedoeld:
– kinderen en hun fiscale partners
– (pleeg)ouders
– (achter)kleinkinderen
– (over)grootouders
Let op!
Als het huwelijk waardoor verwantschap is ontstaan door echtscheiding is ontbonden, geldt voor de terbeschikkingstelling dat er geen aanverwantschap meer is tussen u en die persoon.
Vermogensbestanddelen
Vermogensbestanddelen zijn bijvoorbeeld:
– panden
– schuldvorderingen
– overeenkomsten van levensverzekeringen
– bepaalde rechten op de verwerving van een vermogensbestanddeel (koopopties). Hebt u een optie om een vermogensbestanddeel te verwerven of te vervreemden, bel dan de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Werkruimte woning of huurwoning
Stelde u een werkruimte in uw (huur)woning aan een met u verbonden persoon ter beschikking? Dan valt de werkruimte onder de terbeschikkingstellingsregeling onder de twee volgende voorwaarden:
– De werkruimte is zelfstandig te noemen.
– Er wordt zodanig gebruik van gemaakt dat de kosten kunnen worden afgetrokken.
Zelfstandig wil zeggen dat de ruimte verhuurd zou kunnen worden aan derden. Dit kan als de ruimte duidelijk te onderscheiden is door uiterlijke kenmerken, zoals een eigen opgang of ingang. Daarnaast kunnen ook de voorzieningen in de werkruimte van belang zijn, zoals eigen sanitair. De kosten kunnen worden afgetrokken, als bij het gebruik van de werkruimte aan een van de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:
– Als de verbonden persoon nergens anders over werkruimte beschikt, moet deze minimaal 30% van zijn totale inkomsten uit arbeid, zoals winst, loon en bijverdiensten, in de werkruimte verdienen. Tevens moet hij minimaal 70% van zijn totale inkomsten uit arbeid in of vanuit de werkruimte verdienen.
– Als de verbonden persoon wel ergens anders over werkruimte beschikt, moet hij minimaal 70% van zijn totale inkomsten uit arbeid in de werkruimte verdienen.
Wordt door de verbonden persoon niet aan de bovenstaande voorwaarden voldaan? Of kan de vergoeding die u ontvangt voor het gebruik van de werkruimte niet van de winst of het resultaat worden afgetrokken van de met u verbonden persoon? Dan is er geen sprake van een terbeschikkingstelling. De werkruimte blijft dan tot uw woning behoren.
Meer informatie over werkruimte woning of huurwoning kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800-0543.
Werkruimte (huur)woning als u in dienstbetrekking bent
Stelt u een werkruimte in uw (huur)woning ter beschikking aan een verbonden persoon, samenwerkingsverband of vennootschap, bij wie u in dienstbetrekking bent? En u gebruikt die werkruimte zelf? Dan moet u dit gebruik aangeven als inkomsten uit ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
– De werkruimte is een zelfstandig deel van de woning en wordt intensief gebruikt voor de verwerving van inkomsten. Zelfstandig wil zeggen dat de ruimte duidelijk te onderscheiden is door uiterlijke kenmerken, zoals een eigen opgang of ingang. Daarnaast kunnen ook de voorzieningen in de werkruimte van belang zijn, zoals eigen sanitair.
– Als u ergens anders niet over werkruimte beschikt, moet u minimaal 30% van uw totale inkomsten uit arbeid (zoals winst, loon en bijverdiensten) in de werkruimte verdienen. Ook moet u minimaal 70% van uw totale inkomsten uit arbeid in of vanuit de werkruimte
verdienen.
– Als u ergens anders wel over werkruimte beschikt, moet u minimaal 70% van uw totale inkomsten uit arbeid in de werkruimte verdienen.
Er is geen sprake van een terbeschikking als u niet aan deze voorwaarden voldoet. Ook niet als degene die u de vergoeding betaalt voor het gebruik van de werkruimte die vergoeding niet ten laste van zijn winst of het resultaat kan brengen. De werkruimte blijft dan tot uw woning behoren.
Meer informatie over de werkruimte in een (huur)woning als u in dienstbetrekking bent bij een met u verbonden persoon, kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Afgewaardeerde vordering
Hebt u een schuldvordering op een vennootschap waarin u een aanmerkelijk belang hebt? En is uw schuldvordering afgewaardeerd ten laste van de winst uit uw onderneming of uw resultaat uit een werkzaamheid? Dan wordt in bepaalde situaties de afwaardering van die vordering tot een werkzaamheid gerekend. Dit geldt ook als de vordering is afgewaardeerd ten laste van de winst uit onderneming of resultaat uit een werkzaamheid van een met u verbonden persoon.
Meer informatie over een afgewaardeerde vordering kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 – 0543.
Vervreemding of overbrenging van een afgewaardeerde vordering
Hebt u een afgewaardeerde schuldvordering op een vennootschap waarin u een aanmerkelijk belang hebt? Of hebt u er een op een met u verbonden persoon of samenwerkingsverband die dit vermogensbestanddeel gebruikte voor het behalen van winst of inkomsten uit overige werkzaamheden? Dan wordt in bepaalde situaties het bedrag van de afwaardering tot het resultaat van een werkzaamheid gerekend. Dit geldt ook als de vordering is afgewaardeerd ten laste van de winst uit onderneming of het resultaat uit een werkzaamheid van een met u verbonden persoon.
Meer informatie over vervreemding of overbrenging van een afgewaardeerde vordering kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 – 0543.
Beëindiging ter beschikking stellen vermogensbestanddeel
Als u stopt met het ter beschikking stellen van het vermogensbestanddeel, moet u misschien belasting betalen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde (aanschafwaarde min afschrijvingen) van de activa en passiva op uw balans. Er is sprake van beëindiging als:
– u het vermogensbestanddeel verkoopt
– u overlijdt
– u het vermogensbestanddeel ter beschikking gaat stellen aan iemand die geen verbonden persoon (meer) is
– degene aan wie u het vermogensbestanddeel ter beschikking stelde, het vermogensbestanddeel niet meer gebruikt voor het behalen van winst of resultaat uit overige werkzaamheden
– u of een verbonden persoon niet langer een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap waaraan u of de verbonden persoon een vermogensbestanddeel ter beschikking heeft gesteld Ook als u emigreert, moet u misschien belasting betalen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de activa en passiva op uw balans.
Doorschuiving
In sommige gevallen hoeft u geen boekwinst aan te geven bij de beëindiging van de terbeschikkingstelling. Dit is het geval als de terbeschikkingstelling van het vermogensbestanddeel wordt doorgeschoven. De voortzetter van de terbeschikkingstelling gaat dan met dezelfde boekwaarde verder.
Voorbeeld 1
Na uw overlijden verkrijgen uw erfgenamen het vermogensbestanddeel. Als uw erfgenamen het vermogensbestanddeel ter beschikking blijven stellen aan dezelfde persoon onder dezelfde regels, dan is er sprake van doorschuiving. Uw erfgenamen moeten dan wel vragen om doorschuiving.
Voorbeeld 2
U stelt een vermogensbestanddeel ter beschikking aan een onderneming van een verbonden persoon. Deze onderneming wordt ingebracht in een bv en u blijft het vermogensbestanddeel ter beschikking stellen aan de onderneming van de bv. Dan is er ook sprake van doorschuiving.
Uitstel van betaling
Soms eindigt terbeschikkingstelling zonder dat er geld vrijkomt om belasting te betalen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de activa en passiva op uw balans. U kunt dan onder bepaalde voorwaarden renteloos uitstel van betaling krijgen.
Meer informatie over uitstel van betaling kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Als u in 2008 freelance-inkomsten of bijverdiensten had, of vermogensbestanddelen ter beschikking stelde: welke bezittingen en schulden moet u aangeven?
Had u in 2008 freelance-inkomsten of bijverdiensten? Of stelde u vermogensbestanddelen ter beschikking ? Dan moet u de boekwaarde op 1 januari 2008 aangeven van deze bezittingen en schulden. Als u in 2008 uw activiteiten niet staakte, vermeld dan ook de boekwaarde op 31 december 2007 van deze bezittingen en schulden. Staakte u in 2008 uw activiteiten? Dan vermeldt u in uw aangifte de waarde in het economische verkeer van uw bezittingen en schulden op de stakingsdatum. Als u gedeeltelijk staakte, vermeld dan de waarde in het economische verkeer van het gestaakte gedeelte. Voor het andere deel vermeldt u dan de boekwaarde. Zie ook Doorschuiven of (gedeeltelijk) staken.
Boekwaarde vermogensbestanddelen
De boekwaarde (aanschafwaarde min afschrijvingen) van de vermogensbestanddelen per 1 januari 2008 is gelijk aan de boekwaarde per 31 december 2007. Bent u met de werkzaamheid op of na 1 januari 2008 gestart? Dan is de hoofdregel dat u de vermogensbestanddelen op de startdatum opgeeft voor de waarde in heteconomische verkeer. Dit is meestal de verkoopwaarde. Hebt u het vermogensbestanddeel in 2008 tegen een normale zakelijke prijs gekocht? Dan gaat het om de aanschafwaarde inclusief bijkomende kosten bij de aanschaf. Op de einddatum (meestal 31 december 2008) neemt u de boekwaarde van het vermogensbestanddeel.
Boekwaarde pand
Over het deel van uw pand dat u als zakelijk hebt aangemerkt, schrijft u af. Als u het hele pand als zakelijk hebt aangemerkt, dan kunt u dus over het hele pand afschrijven.
Boekwaarde pand inclusief ondergrond
Met ingang van 1 januari 2007 wordt bij de bepaling van de winst uit onderneming de normale jaarlijkse afschrijving op gebouwen beperkt. Deze beperking houdt in dat afschrijving alleen nog is toegestaan over het deel van de boekwaarde van het pand dat hoger is dan de zogenaamde bodemwaarde. De hoogte van de bodemwaarde hangt af van de bestemming van het pand. Bij panden die voor meer dan 70% worden verhuurd aan derden (pand ter belegging), wordt de WOZ-waarde als bodemwaarde gehanteerd. Voor panden in eigen gebruik wordt als bodemwaarde 50% van de WOZ-waarde gehanteerd. Afwaardering naar lagere bedrijfswaarde blijft wel mogelijk.
Bepaal de afschrijving op basis van de (vermoedelijke) gebruiksduur en de (geschatte) restwaarde. Afschrijving op een pand is alleen mogelijk als de boekwaarde hoger is dan de bodemwaarde en dea fschrijving ten hoogste het verschil daartussen bedraagt. Voor (bedrijfs)panden wordt een gebruiksduur van 30 à 50 jaar verondersteld.
Overgangsregeling
Er geldt een overgangsregeling voor panden die voor 1 januari 2007 zijn aangeschaft en waarop minder dan drie jaar is afgeschreven. Voor deze panden mag men nog de oude afschrijvingsmethodiek hanteren tot aan het boekjaar waarin het pand langer dan drie jaar in bezit is. Is een pand bijvoorbeeld in 2005 gekocht, dan kan nog tot en met 2008 op de oude manier worden afgeschreven. Vanaf 2009 moet de toets aan de bodemwaarde worden toegepast. Verder gaat deze beperking voor land- en tuinbouwkassen pas gelden met ingang van het boekjaar dat start op of na 1 januari 2010. De Europese Commissie moet hier nog mee instemmen.
Let op!
– U moet de totale waarde aangeven van uw onroerende zaken, zowel het totaal op 1 januari als op 31 december (of de stakingsdatum).
– Het gaat hier niet om de waarde van uw eigen woning of een vakantiewoning die u af en toe verhuurde.
– De waarde van uw overige bezittingen (roerende zaken) hoeft u alleen aan te geven als deze in totaal minimaal € 2.500 was op 1 januari (of de startdatum in 2008) of 31 december (of de stakingsdatum in 2008). Dit geldt ook voor de totale waarde van uw schulden.
Meer informatie over afschrijven en boekwaarden kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Doorschuiven of (gedeeltelijk) staken
Bij (gedeeltelijke) staking van uw activiteiten moet u misschien belasting en premie betalen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de bezittingen. Dit verschil moet u aangeven als opbrengsten uit overige werkzaamheden of het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen. Droeg u uw activiteiten over? Dan kunt u voorkomen dat u over dit verschil belasting en premie moet betalen. Dit doet u door de boekwaarde van het vermogensbestanddeel (en daarmee de belastingclaim) door te schuiven.
Meer informatie over doorschuiven en (gedeeltelijk) staken kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Bron: www.belastingdienst.nl |