|
Wordt deze aanvullende toelichting gebruikt voor het invullenvan een F-biljet? Dan wordt met ‘u’, ‘uw’ of ‘uzelf’ de overleden belastingplichtige bedoeld.
Had u of uw fiscale partner in 2008 een eigen woning? Dan heeft dit gevolgen voor uw belasting. In de toelichting bij uw aangifte inkomstenbelasting staat algemene informatie hierover. In deze aanvullende toelichting vindt u meer informatie over bijvoorbeeld de kapitaalverzekering eigen woning. En over een aantal bijzondere situaties, bijvoorbeeld wanneer u tijdelijk twee eigen woningen hebt.
Na verhuizing: oude woning leeg en niet verkocht
Als u verhuisde naar een andere woning, valt de oude woning nog maximaal twee jaar na het kalenderjaar waarin u de woning hebt verlaten onder de eigenwoningregeling. U hoeft de waarde van de oude woning en de eigenwoningschuld dan niet aan te geven in box 3. U moet dan wel voldoen aan de volgende voorwaarden:
– De oude woning was tot de verhuizing uw hoofdverblijf.
– De oude woning stond vanaf de verhuizing leeg.
– U bood de oude woning daadwerkelijk te koop aan.
Let op!
U hoeft voor uw oude woning geen eigenwoningforfait aan te geven over de periode dat u er niet in woonde. Voor uw nieuwe woning moet u wel het eigenwoningforfait aangeven over de periode dat u in die woning woonde. De rente over en kosten van de eigenwoningschuld en de periodieke betalingen voor bijvoorbeeld erfpacht mag u voor beide woningen aftrekken.
Andere woning leeg of in aanbouw
Had u een andere woning die leeg stond of in aanbouw was? Dan valt de andere woning onder bepaalde voorwaarden onder de eigenwoningregeling. U hoeft de waarde van de woning dan niet aan te geven in box 3. U moet dan wel voldoen aan de volgende voorwaarden:
– De andere woning was in aanbouw of stond leeg in de periode dat u er nog niet in woonde.
– U bent binnen 2 jaar na het kalenderjaar waarin u de woning kocht in de woning gaan wonen, of u was dat van plan.
Let op!
U hoeft voor uw andere woning geen eigenwoningforfait aan te geven over de periode dat u er niet in woonde. Voor uw oude woning moet u wel het eigenwoningforfait aangeven over de periode dat u in die woning woonde. De rente over en kosten van de eigenwoningschuld en de periodieke betalingen voor bijvoorbeeld erfpacht mag u voor beide woningen aftrekken.
Uitzondering
Hebt u een woning gekocht waar u bijvoorbeeld door een ingrijpende verbouwing pas na 2010 in kunt gaan wonen? Dan is de eigenwoningregeling niet van toepassing. In dat geval valt de woning (en de bijbehorende schuld) in box 3. Dit geldt ook als u in 2008 redelijkerwijs had kunnen voorzien dat de nieuwbouw of verbouwing zoveel vertraging op zou lopen, dat u er pas na 2010 in kunt gaan wonen.
Vertrek uit eigen woning
Voormalige fiscale partner blijft in de woning
Blijft uw voormalige fiscale partner in de woning wonen? Dan valt de woning onder bepaalde voorwaarden nog maximaal twee jaar nadat u de woning hebt verlaten onder de eigenwoningregeling. Dit geldt als u getrouwd was of als ongetrouwde voor fiscaal partnerschap hebt gekozen. U hoeft de waarde van de woning en de eigenwoningschuld dan niet aan te geven in box 3. U mag de eigenwoningregeling in die twee jaar alleen toepassen zolang de woning het hoofdverblijf is van uw voormalige fiscale partner. Verliet uw voormalige fiscale partner in die periode alsnog de woning? Werd de woning uitsluitend daarna leeg te koop gezet? Dan blijft de eigenwoningregeling gelden tot uiterlijk twee jaar na het kalenderjaar waarin u zelf de woning verliet.
Let op!
Het deel van de (hypotheek)rente dat u betaalde na uw vertrek, mag u nog twee jaar aftrekken. De termijn van twee jaar begint op het moment dat u de woning verliet. Betaalde u alle (hypotheek)rente, maar is de woning maar voor de helft van u? Dan kunt u de helft bij de vraag Betaalde rente en kosten eigenwoningschuld als (hypotheek) rente voor de eigen woning aftrekken. De andere helft kunt u als alimentatie bij de vraag Aftrek betaalde alimentatie of andere onderhoudsverplichtingen aftrekken. Ook moet u uw deel van het eigenwoningforfait aangeven. Dit bedrag kunt u vervolgens ook aftrekken als alimentatie bij de vraag Aftrek betaalde alimentatie of andere onderhoudsverplichtingen.
U blijft in de woning
Als u in de woning blijft wonen, moet u uw deel van het eigenwoningforfait aangeven. Het deel dat betrekking heeft op uw voormalige fiscale partner geeft u aan als ontvangen alimentatie. Als uw voormalige fiscale partner de rente betaalde over uw deel van de eigenwoningschuld, kunt u dit bedrag aftrekken als (hypotheek)rente voor de eigen woning. Hetzelfde bedrag moet u ook aangeven als ontvangen alimentatie.
Opgenomen in een AWBZ-instelling
Als u was opgenomen in een AWBZ-instelling (zoals een verzorgingshuis of een verpleeghuis), is uw woning niet langer uw hoofdverblijf.De eigen woning valt dan toch nog twee jaar na de datum dat u werd opgenomen onder de eigenwoningregeling. U hoeft de waarde van de woning dan niet aan te geven in box 3. De termijn van twee jaar begint op het moment dat u de woning verliet.
Let op!
Hebt u een echtgenoot of een huisgenoot die als uw fiscale partner wordt beschouwd? En had hij gedurende uw opname in de AWBZinstelling een eigen woning? Dan mag u deze woning aanmerken als uw eigen woning die uw hoofdverblijf was. Dit geldt ook als uw opname in de AWBZ-instelling langer duurde dan twee jaar
AWBZ-instelling
Een AWBZ-instelling is een zorgaanbieder die zorg of hulp biedt op basis van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Bijvoorbeeld:
– een verzorgingshuis
– een verpleeginrichting
– een instellingen voor gehandicapten
– een regionale instelling voor beschermd wonen (RIBW)
– een psychiatrisch ziekenhuis
– een psychiatrische afdeling van een ziekenhuis (PAAZ)
– een revalidatiecentrum
Leegstand eigen woning door tijdelijke uitzending of
overplaatsing
Was u tijdelijk uitgezonden of overgeplaatst? Dan valt uw eigen woning onder bepaalde voorwaarden toch onder de eigenwoningregeling. U hoeft de waarde van de woning dan niet aan te geven in box 3. U moet dan wel voldoen aan de volgende voorwaarden:
– De woning was vóór uw uitzending of overplaatsing minimaal één jaar uw eigen woning en hoofdverblijf.
– In de uitzend- of overplaatsperiode hebt u de woning niet aan derden ter beschikking gesteld.
– De woning was tijdelijk niet uw hoofdverblijf. Als de uitzending of overplaatsing in 2008 nog niet was beëindigd, moet u ook voldoen aan de voorwaarde dat u na de uitzending of overplaatsing zal terugkeren in de woning.
– U en uw fiscale partner hadden geen belastbare inkomsten uit een andere eigen woning. Een huurwoning geldt niet als eigen woning.
Let op!
Het eigenwoningforfait is in deze situatie 0,9% van de WOZ-waarde tot maximaal € 9.300.
Kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning
Een kapitaalverzekering die is bestemd voor de aflossing van de eigenwoningschuld en die aan bepaalde voorwaarden voldoet, heet kapitaalverzekering eigen woning. Met ingang van 2008 hebt u de mogelijkheid om via een geblokkeerde spaarrekening eigen woning of een geblokkeerd beleggingsrecht eigen woning te sparen voor de aflossing van de eigenwoningschuld. U bent dan rekeninghouder van de spaarrekening eigen woning of eigenaar van een beleggingsrecht eigen woning. Een kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning valt in box 1. U geeft de waarde ervan dus niet aan in box 3. Als u in 2008 een uitkering hebt ontvangen uit een kapitaalverzekering eigen woning, moet u het rentebestanddeel van de uitkering aangeven. Voor een spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning geldt dat u het rendement, dat op het tijdstip van deblokkering is begrepen in het tegoed of in de waarde, moet aangeven. Het belaste deel van een overlijdensuitkering uit een kapitaalverzekering eigen woning moet worden aangegeven door degene die de uitkering op grond van de polis krijgt. Het belaste deel van een spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning moet bij overlijden van de rekeninghouder of de eigenaar worden aangegeven in de aangifte van die rekeninghouder of eigenaar. In veel gevallen geldt echter een vrijstelling voor de uitkering of het tegoed of de waarde na deblokkering. (zie bij Vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning).
Voorwaarden kapitaalverzekering eigen woning
Uw kapitaalverzekering is alleen een kapitaalverzekering eigen woning als die voldoet aan de volgende voorwaarden:
– Uw verzekering is afgesloten bij een levensverzekeringsmaatschappij, dus niet bijvoorbeeld bij een eigen bv of bij een particulier.
– In de polis staat dat de uitkering gebruikt zal worden om uw eigenwoningschuld af te lossen.
– In de polis staat dat minimaal 15 jaar of tot het overlijden van de verzekerde jaarlijks premie wordt betaald.
– De hoogste premie op jaarbasis mag niet meer zijn dan tienmaal de laagste premie op jaarbasis.
– Uw verzekering geeft recht op een eenmalige kapitaalsuitkering bij leven, of op een eenmalige uitkering bij uw overlijden of bij het overlijden van uw echtgenoot of van degene met wie u duurzaam een gezamenlijke huishouding hebt.
– De eigen woning is uw eigendom, of van uw echtgenote of van degene met wie u duurzaam een gezamenlijke huishouding hebt. Ook gezamenlijke eigendom is toegestaan.
Let op!
Waar in deze voorwaarden wordt gesproken over “jaar”, gaat het niet om kalenderjaren maar om perioden van 12 maanden sinds het sluiten van de kapitaalverzekering.
Voorwaarden spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning
Een spaarrekening of een beleggingsrecht is alleen een spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning als die voldoet aan de volgende voorwaarden:
– De spaarrekening of het beleggingsrecht wordt aangehouden bij een erkende bancaire instelling, kredietinstelling of een beheerder van een beleggingsinstelling.
– De spaarrekening of het beleggingsrecht is geblokkeerd en kan eenmalig worden gedeblokkeerd voor de aflossing van uw eigenwoningschuld.
– U stort jaarlijks een bedrag op uw spaarrekening of het beleggingsrecht. Dit doet u minimaal 15 jaar of tot uw overlijden of het overlijden van uw echtgenoot of van degene met wie u duurzaam een gezamenlijke huishouding hebt. Het hoogst gestorte bedrag op jaarbasis mag niet meer bedragen dan tienmaal het laagst gestorte bedrag op jaarbasis.
– De behaalde rendementen moeten worden bijgeboekt op de spaarrekening of moeten worden gebruikt ter verkrijging van één of meer beleggingsrechten. U mag dus niet tussentijds over de behaalde rendementen beschikken.
– De woning is uw eigendom, of van uw echtgenote of van degene met wie u duurzaam een gezamenlijke huishouding hebt. Ook gezamenlijke eigendom is toegestaan.
Let op!
Waar in deze voorwaarden wordt gesproken over “jaar”, gaat het niet om kalenderjaren maar om perioden van 12 maanden sinds het sluiten van het contract.
Vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning
Kreeg u in 2008 een uitkering uit uw kapitaalverzekering eigen woning of deblokkeerde u een spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning? Dan gelden per persoon onder bepaalde voorwaarden de volgende vrijstellingen:
– Bij 15 tot en met 19 jaar premiebetaling of stortingen is de vrijstelling € 32.900.
– Bij minimaal 20 jaar premiebetaling of stortingen is de vrijstelling € 145.000.
Verder geldt het volgende:
– De vrijstelling is nooit hoger dan de eigenwoningschuld voor de eigen woning op het tijdstip van de uitkering of deblokkering.
– Uw totale vrijstelling is nooit meer dan € 145.000.
– De vrijstelling geldt voor de hele uitkering of het hele gedeblokkeerde bedrag, dus voor de premies of stortingen én het rendement samen.
– U hebt in uw leven eenmaal recht op een vrijstelling van € 145.000. Als u deze vrijstelling niet helemaal kunt gebruiken, omdat de kapitaalsuitkering of de schuld bijvoorbeeld maar € 100.000 was, dan hebt u nog € 45.000 over voor een volgende keer. Het bedrag van de vrijstelling wordt jaarlijks verhoogd omrekening te houden met de inflatie.
Als u getrouwd bent of duurzaam gezamenlijk een huishouding hebt, kunt u allebei de vrijstelling krijgen. Bij minimaal 20 jaar premiebetaling of stortingen krijgt u dan samen maximaal 2 x € 145.000 = € 290.000. Uw vrijstelling kan niet hoger zijn dan (het deel van) de uitkering bij leven waarop u zelf recht hebt. Was de uitkering hoger dan het bedrag van uw vrijstelling? Dan wordt van het deel van de uitkering dat boven de vrijstelling uitkomt, het rentebestanddeel belast. Als het gaat om een spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning, moet u allebei rekeninghouder zijn of eigenaar van het recht.
Uitkering bij overlijden
Keert de kapitaalverzekering uit bij overlijden van de fiscale partner? Dan wordt de vrijstelling van de langstlevende fiscale partner nog verhoogd met het bedrag dat zijn fiscale partner door het overlijden niet meer kon gebruiken. Die verhoging is nooit meer dan het bedrag dat ten gevolge van het overlijden wordt uitgekeerd. Als de spaarrekening of het beleggingsrecht eigen woning wordt gedeblokkeerd door het overlijden van de rekeninghouder, kan zijn fiscale partner verzoeken om de spaarrekening of het beleggingsrecht eigen woning door te schuiven. Er vindt dan op het tijdstip van overlijden geen fiscale afrekening plaats. De fiscale partner krijgt voor de toekomst een verhoging van zijn vrijstelling met het bedrag dat de overleden partner nog aan vrijstelling had kunnen gebruiken. Deze verhoging van de vrijstelling is niet hoger dan het tegoed op de rekening of de waarde van het beleggingsrecht dat de overledene had op het tijdstip van overlijden.
Let op!
Had u een kapitaalverzekering die is afgesloten vóór 1 januari 1992? Hebt u het verzekerde kapitaal na 31 december 1991 niet verhoogd of alleen verhoogd op grond van een clausule die al vóór 1 januari 1992 op de polis stond? En hebt u deze verzekering per 1 januari 2001 omgezet in een kapitaalverzekering eigen woning? Dan wordt het bedrag van uw maximumvrijstelling in box 1 (€ 145.000) verhoogd met de waarde van uw kapitaalverzekering op 1 januari 2001. De totale vrijstelling is nooit meer dan het bedrag van de eigenwoningschuld op het tijdstip van uitkering.
Voorwaarden vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning
U kunt de vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning krijgen, als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
– Met de uitkering of het kapitaal moet u de eigenwoningschuld zoveel mogelijk hebben afgelost. Als de uitkering of het kapitaal hoger is dan de eigenwoningschuld, geldt voor het hogere bedrag geen vrijstelling.
– De premies moeten sinds het sluiten van de kapitaalverzekering eigen woning elk jaar zijn betaald tot minstens het minimum aantal jaren dat vereist is voor de vrijstelling die u gebruikt (15 of 20 jaren).
– Bij een spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning moet er ieder jaar een bedrag zijn gestort tot minstens het minimum aantal jaren dat vereist is voor de vrijstelling die u gebruikt (15 of 20 jaren).
– De hoogst betaalde premie of storting op jaarbasis mag niet meer bedragen dan tienmaal de laagst betaalde premie of storting op jaarbasis.
Verkoop woning
Had u een kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning en hebt u uw woning verkocht? Dan kan dit gevolgen hebben voor uw belasting. Daarbij is het van belang of u bent verhuisd naar een andere eigen woning of naar een huurwoning.
– Verhuizing naar andere eigen woning
Hebt u de kapitaalverzekering niet afgekocht, maar als kapitaalverzekering eigen woning laten doorlopen? Dan heeft dat in het algemeen bij verhuizing naar een andere eigen woning geen gevolgen voor uw belasting. Dit geldt ook als u de spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning niet hebt gedeblokkeerd, maar hebt laten doorlopen. De bestaande kapitaalverzekering, spaarrekening of het beleggingsrecht geldt dan ook voor de nieuwe woning als kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning.
Hebt u de kapitaalverzekering, de spaarrekening of het beleggingsrecht eigen woning bij de verhuizing rechtstreeks omgezet in een andere kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning? Dan heeft dat in het algemeen ook geen gevolgen voor uw belasting.
Voorbeeld
U wilt in de toekomst een hogere uitkering of u wilt sparen voor een hoger kapitaal omdat de nieuwe geldlening voor de eigen woning hoger is dan de vorige geldlening. U zet uw oude kapitaalverzekering om in een nieuwe kapitaalverzekering. De nieuwe kapitaalverzekering wordt dan aangemerkt als een voortzetting van de oude verzekering. De looptijd en de premies van de oude kapitaalverzekering tellen mee bij de beoordeling of de nieuwe kapitaalverzekering voldoet aan de eisen voor een kapitaalverzekering eigen woning. Voor de spaarrekening of het beleggingsrecht geldt dat de looptijd en de stortingen van de oude spaarrekening of het oude beleggingsrecht meetellen bij de beoordeling of de nieuwe spaarrekening voldoet aan de eisen voor een nieuwe. U mag ook wisselen van product. Als u bijvoorbeeld eerst een kapitaalverzekering had, mag u deze ook omzetten in een spaarrekening of een beleggingsrecht.
Let op!
Had u een kapitaalverzekering die is afgesloten voor 1 januari 1992? Hebt u het verzekerde kapitaal na 31 december 1991 niet verhoogd of alleen verhoogd op grond van een clausule die al vóór 1 januari 1992 op de polis stond? En hebt u deze verzekering per 1 januari 2001 omgezet in een kapitaalverzekering eigen woning? Dan wordt het bedrag van uw maximumvrijstelling in box 1 (€ 145.000) verhoogd met de waarde die uw kapitaalverzekering op 1 januari 2001 had. Als u het verzekerde kapitaal verhoogt terwijl u daartoe niet al vóór 1 januari 2001 het recht had op grond van een in de polis opgenomen verhogingsclausule, dan vervalt de verhoging van de
vrijstelling.
Als u de verzekering niet hebt laten voortbestaan maar hebt afgekocht, is het rentebestanddeel in de uitkering belast. Maar misschien hebt u recht op een vrijstelling. (Zie bij Vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning.)
– Verhuizing naar huurwoning
Vanaf het moment dat u de eigen woning hebt verkocht, voldeed uw kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht niet meer aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning. Het maakt hierbij niet uit of u de verzekering hebt afgekocht, de spaarrekening of het beleggingsrecht hebt gedeblokkeerd of laten voortbestaan. Het rentebestanddeel in de waarde van de verzekering of het rendement dat op het tijdstip van deblokkering is begrepen in het tegoed of de waarde is dan belast. Meestal hebt u in deze situatie toch recht op een vrijstelling. Het aantal jaren dat u premies hebt betaald, is dan namelijk voor het recht op vrijstelling niet van belang. Ook is niet vereist dat u de leningen voor de eigen woning hebt afgelost. U moet wel hebben voldaan aan de voorwaarde dat de hoogste premie of storting op jaarbasis niet meer was dan tienmaal de laagste premie of storting op jaarbasis. Doordat u geen eigen woning meer hebt, valt het bedrag van de niet-afgeloste leningen in box 3: voordeel uit sparen en beleggen. De rente over die leningen kunt u dan niet meer aftrekken. Hebt u de kapitaalverzekering niet afgekocht of de spaarrekening of het beleggingsrecht niet geheel opgenomen? Dan valt de waarde van die verzekering, het totaal van die spaarrekening of de waarde van dat beleggingsrecht als bezitting in box 3. Hierop is misschien een vrijstelling van toepassing, zie in de aangifte bij de vraag Bezittingen in 2008.
– Tijdelijke verhuizing naar huurwoning
Bent u tijdelijk in een huurwoning gaan wonen en hebt u geen andere eigen woning gekocht of geen andere eigen woning in aanbouw? Dan hebt u de mogelijkheid die kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht weer te laten voldoen aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning, spaarrekening eigen woning of beleggingsrecht eigen woning. U moet dan wel binnen drie jaren na de verkoop van de oude woning een andere eigen woning kopen. Uw kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht moet dan nog wel steeds bestaan. Uw kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht verhuist op dat moment weer van box 3 naar box 1. Het door u eerder gebruikte vrijstellingsbedrag wordt dan weer opgeteld bij het vrijstellingsbedrag dat nog overbleef na de afrekening over uw kapitaalverzekering, spaarrekening of beleggingsrecht. Per saldo wordt uw vrijstelling dus
hersteld in de oude toestand.
Verhuur deel eigen woning (kamerverhuurvrijstelling)
Verhuurde u een deel van uw woning, bijvoorbeeld een kamer? Dan is het eigenwoningforfait van toepassing op de hele woning als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
– Het in 2008 ontvangen huurbedrag was niet hoger dan € 4.065. Het gaat om de huur inclusief een eventuele vergoeding voor het gebruik van meubilair, energie en dergelijke.
– Het gedeelte dat u verhuurde, maakte deel uit van uw woning. Het vormde dus geen zelfstandige woning.
– U en de huurder waren tijdens de hele huurperiode ingeschreven bij de gemeente op het adres van uw woning.
– De verhuur was niet van korte duur. U kunt de (hypotheek)rente over de eigenwoningschuld van de hele woning aftrekken. De huurinkomsten hoeft u niet aan te geven.
Let op!
Voldoet u niet aan de voorwaarden? Dan moet u de waarde van het gedeelte dat u verhuurde en een evenredig deel van de eigenwoningschuld hiervoor aangeven in box 3. De (hypotheek)rente voor het verhuurde deel kunt u dan niet aftrekken.
Tijdelijke verhuur eigen woning
Verhuurde u tijdelijk uw eigen woning in 2008? Bijvoorbeeld tijdens vakanties of kort verblijf in het buitenland? Dan hoeft u over de verhuurperiode het eigenwoningforfait niet aan te geven. Over de verhuurperiode moet u driekwart van de ontvangen huur voor uitsluitend de woning aangeven als inkomsten uit tijdelijke verhuur van de woning. Over de verhuurperiode kunt u de rente voor de eigenwoning- schuld en betalingen voor erfpacht, opstal of beklemming voor de eigen woning aftrekken.
Bedrag ontvangen huur
Met het bedrag van de ontvangen huur wordt de kale huurprijs bedoeld. De kale huurprijs berekent u door op de ontvangen huur de kosten in mindering brengen die rechtstreeks samenhangen met de tijdelijke verhuur.
Het gaat bijvoorbeeld om de kosten van:
– gas- en elektriciteitsverbruik door de huurder
– aan de huurder verleende service, zoals schoonmaken en wassen
– advertenties en provisie
Als u een vergoeding hebt ontvangen voor deze kosten, dan hoort ook die vergoeding bij de ontvangen huur. Onderhoudskosten, afschrijvingskosten en vaste lasten mag u niet aftrekken van de ontvangen huur. Deze regeling geldt alleen als u tijdens de verhuurperiode niet ergens anders woonde (bijvoorbeeld bij tijdelijke uitzending of overplaatsing).
Let op!
Bij inkomsten uit tijdelijke verhuur gaat het niet om:
– de huur die u ontving bij verhuur van een deel van uw eigen woning (bijvoorbeeld een kamer). Zie bij Verhuur deel eigen woning.
– de vergoeding die u ontving van kostgangers voor het schoonmaken en de maaltijden. Deze vergoeding geeft u aan bij de vraag Opbrengsten uit overige werkzaamheden.
Nog geen WOZ-beschikking
Hebt u een nieuwbouwwoning gekocht waarvoor de gemeente nog geen WOZ-beschikking heeft afgegeven? Dan moet u zelf de waarde van de woning (laten) schatten. U moet hierbij uitgaan van de waarde die de woning op 1 januari 2007 zou hebben gehad. Deze waarde kunt u vaststellen door te kijken naar de waarde van soortgelijke woningen. Als u later wel een WOZ-beschikking krijgt voor de woning en hieruit blijkt dat u de waarde te hoog of te laag hebt ingeschat, bel dan de BelastingTelefoon: 0800 - 0543. Hebt u een bestaande woning gekocht en nog geen WOZ-beschikking gekregen? Vraag dan om zo’n beschikking bij de gemeente.
Bezwaar tegen WOZ-beschikking
Hebt u bij de gemeente een bezwaarschrift ingediend, omdat u het niet eens was met de vastgestelde WOZ-waarde? Als uw bezwaar is toegewezen, mag u uitgaan van de nieuw vastgestelde WOZ-waarde. Heeft de gemeente nog geen uitspraak gedaan, dan moet u uitgaan van de WOZ-waarde die op de beschikking staat. Als de gemeente uw bezwaar toewijst en de WOZ-waarde lager vaststelt, bel dan de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Geen WOZ-beschikking
In bepaalde gevallen krijgt u geen WOZ-beschikking, bijvoorbeeld als het om een woning in het buitenland gaat of als u een woonboot hebt. Dan moet u uitgaan van de waarde van de woning in het economische verkeer op 1 januari 2007. Woonde u in een woonboot en hebt u een beschikking van de gemeente ontvangen voor de roerendewoonruimtebelasting? Dan kunt u de waarde gebruiken die op deze beschikking staat.
Bron: www.belastingdienst.nl |