Aangifte-Expert.nl, onderdeel van Berkman & van der Steeg
Aangifte-Expert.nl, onderdeel van administratiekantoor Berkman & van der Steeg
HomeParticulierenBedrijvenWerkwijzeTarievenTipsDownloadsContactLinks
 

Belastingaangifte 2008 - Als u of uw fiscale partner in 2008 studiekosten of andere scholingsuitgaven had

Wordt deze aanvullende toelichting gebruikt voor het invullen van een F-biljet? Dan wordt met ‘u’, ‘uw’ of ‘uzelf’ de overleden belastingplichtige bedoeld.

Volgde u in 2008 een opleiding of een studie voor uw (toekomstige) beroep? Dan mag u de uitgaven hiervoor, zoals lesgeld en de uitgaven voor boeken, aftrekken als persoonsgebonden aftrek. In de toelichting bij uw aangifte inkomstenbelasting staat algemene informatie over de aftrek van scholingsuitgaven. In deze aanvullende toelichting leest u hoe u de aftrek berekent als u studiefinanciering ontving.

Studiefinanciering
Voor studies die onder de Wet Studiefinanciering 2000 vallen, gelden eigen regels voor het berekenen van de aftrek. Vanaf 1 juli 2008 is deze berekening gewijzigd. Als u het hele jaar 2008 studeert, moet u daardoor twee berekeningen maken om de aftrekbare studiekosten over heel 2008 uit te rekenen.

U moet deze berekening maken als u studiefinanciering kreeg of als u recht had op studiefinanciering. Zelfs als u geen studiefinanciering aanvraagt, maar er wel recht op hebt, moet u deze berekening maken. Nadat u de studiekosten hebt uitgerekend, moet u de drempel van € 500 nog in aftrek brengen. Het bedrag dat u overhoudt, zijn uw aftrekbare studiekosten.

U kunt het normbedrag min de beurs die u hebt gekregen (tempobeurs) of de rentedragende lening die u hebt gekregen (prestatiebeurs), meetellen. De normbedragen vindt u in de Tabel normbedragen

MBO en de Tabel normbedragen HBO/WO. Naast het normbedrag hebt u ook het bedrag nodig van het lesgeld of collegegeld per maand. Een overzicht daarvan vindt u in de Tabel overzicht
lesgeld en de Tabel overzicht collegegeld.

Beschikking van Informatie Beheer Groep
Als u zelf in 2008 van de IB-Groep een beschikking kreeg voor het omzetten van uw lening, zijn de volgende twee situaties belangrijk:
– Als in 2008 uw beurs over een eerder jaar definitief is omgezet in een rentedragende lening, mag u alsnog een bedrag meetellen voor het jaar waarop de beurs betrekking had. In dit geval voldeed u niet aan de voorwaarden voor een tempobeurs.
– Als in 2008 uw rentedragende lening over een eerder jaar definitief niet is omgezet in een gift, kunt u in 2008 alsnog een bedrag meetellen. In dit geval voldeed u niet aan de voorwaarden voor een prestatiebeurs. Welke bedragen u mag meetellen, hangt af van uw uitgaven en van het onderwijs dat u volgt. Vanaf september 2007 is de studiefinanciering meeneembaar naar alle landen ter wereld. Voorwaarde is wel dat de opleiding in het buitenland erkend is door de Informatie Beheer Groep (IB-Groep).

Meer informatie hierover vindt u op www.ib-groep.nl.

Let op!
Het (wettelijk) collegegeld voor het hoger onderwijs is een vast bedrag. Voor het studiejaar 2007-2008 is dat € 1.538, voor het studiejaar 2008-2009 is dat € 1.565. Maar bent u bij aanvang van het studiejaar 30 jaar of ouder? Dan moet u het instellingscollegegeld betalen. U moet ook instellingscollegegeld betalen als u aan een niet bekostigde (particuliere) instelling studeert of in het buitenland. Het bedrag kan verschillen per opleiding of instelling. Het instellingscollegegeld is nooit lager dan het wettelijke collegegeld, maar kan wel hoger zijn.

U kunt ook een lening vragen om het (instellings)collegegeld te betalen. Dit heet het collegegeldkrediet. Deze lening wordt, net als de rest van de studiefinanciering, per maand uitbetaald. Het collegegeldkrediet kan nooit worden omgezet in een gift. Meer informatie hierover vindt u op www.ib-groep.nl.

U volgt middelbaar beroepsonderwijs
Voor iedere maand dat u studiefinanciering kreeg of recht had op studiefinanciering, geldt een normbedrag. U hebt de maandelijkse normbedragen nodig om uw aftrek te berekenen. De berekening van de aftrek is afhankelijk van de periode in 2008 waarover u studiefinanciering kreeg.

Periode 1 januari 2008 tot en met 30 juni 2008
Ga na voor welke maanden u in deze periode studiefinanciering kreeg of recht had op studiefinanciering. Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar op. Voor de maanden januari tot en met juni is dit normbedrag per maand € 129,25. Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met twee. Dit bedrag vergelijkt u met de werkelijke studiekosten in de maanden januari tot en met juni die u voor deze studie had. Zijn de werkelijke studiekosten over deze maanden lager dan dit bedrag? Dan trekt u het totaalbedrag van de normbedragen over deze periode, verminderd met de gekregen beurs over deze periode en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen, af. Zijn de werkelijke studiekosten over deze maanden hoger dan dit bedrag? Dan trekt u de werkelijke studiekosten over deze maanden af, verminderd met het totaalbedrag van de normbedragen over deze periode, het bedrag van de gekregen beurs over deze periode en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen..

Voorbeeld 1
U volgde van januari tot en met juni 2008 een MBO-opleiding. Het normbedrag voor een MBO-opleiding van januari tot en met juni is € 129,25 per maand. Uw totale normbedrag voor deze maanden is dan € 775,50. Tweemaal het voor u geldende normbedrag van € 775,50 is € 1.551. Dit bedrag vergelijkt u met de door u gemaakte studiekosten. Uw werkelijke studiekosten zijn over januari tot en met juni € 3.500. Uw studiekosten zijn hoger dan tweemaal het voor u
geldende normbedrag.

U kreeg in januari tot en met juni 2008 een beurs van € 120 per maand. In totaal dus € 720. U mag nu het verschil tussen uw werkelijke uitgaven en het normbedrag aftrekken. Deze uitkomst vermindert u met het totaal van de door u gekregen beurs van € 720. In dit voorbeeld is dat € 3.500 min € 775,50 min € 720 is € 2.004,50. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus een aftrek van € 1.504,50.

Periode 1 juli 2008 tot en met 31 december 2008
Ga na voor welke maanden u in deze periode studiefinanciering kreeg of recht had op studiefinanciering. Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar op. Voor de maand juli is het normbedrag € 129,25. Voor de maanden augustus tot en met december is het normbedrag € 130,75 per maand. Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met twee. Dit bedrag vergelijkt u met de herrekende studiekosten in de maanden juli tot en met december die u voor deze studie had.

De herrekende studiekosten bestaan uit:
– Het bedrag van het lesgeld dat betrekking heeft op de maanden juli tot en met december.
– Het door u betaalde bedrag van de andere aftrekbare studiekosten in deze maanden, zoals kosten voor boeken.

Zijn de herrekende studiekosten over deze maanden lager dan tweemaal het totaal van de normbedragen? Dan trekt u het totaalbedrag van de normbedragen, verminderd met de gekregen beurs en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen, af. Zijn de herrekende studiekosten over deze maanden hoger dan tweemaal het totaal van de normbedragen? Dan trekt u de werkelijke studiekosten over deze maanden, verminderd met het totaalbedrag van de normbedragen, het bedrag van de gekregen beurs en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen, af.

Voorbeeld 2
U volgde van augustus tot en met december 2008 een MBOopleiding. Voor de maanden augustus tot en met december is het normbedrag € 130,75 per maand. Het totale normbedrag voor u voor deze maanden is dan € 653,75. Tweemaal het voor u geldende normbedrag van € 653,75 is dan € 1.307,50. U betaalt lesgeld. Voor het schooljaar 2008-2009 bedraagt het lesgeld € 993. Het lesgeld bedraagt per maand € 993 : 12 is € 82,75. Het lesgeld voor de maanden augustus tot en met december is dan € 413,75. Daarnaast betaalde u voor boeken € 786. Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 1.199,75 (€ 413,75 + € 786). Uw herrekende studiekosten zijn lager dan het tweevoud van het voor u geldende normbedrag van € 1.307,50.

U kreeg in de maanden augustus tot en met december 2008 een beurs van € 90,77 per maand. In totaal hebt u in 2008 vijfmaal € 90,77 is € 453,85 gekregen. U mag nu het verschil tussen het totale normbedrag en het totaal van de door u gekregen beurs in aftrek brengen. In dit voorbeeld is dat € 653,75 min € 453,85 is € 199,90. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus geen aftrek.

U volgt heel 2008 een studie
Als u heel 2008 een studie volgde, moet u per periode een berekening
maken. Het totaal van beide berekeningen zijn uw studiekosten.

Voorbeeld 3
U volgde in januari tot en met december 2008 een MBO-opleiding. Het normbedrag voor een MBO-opleiding van januari tot en met juli is € 129,25 per maand. Voor de maanden augustus tot en met december is het normbedrag € 130,75 per maand.

Periode januari tot en met juni
Het normbedrag voor een MBO-opleiding van januari tot en met juni is € 129,25 per maand. Het totale normbedrag voor u voor deze maanden is dan € 775,50. Tweemaal het voor u geldende normbedrag van € 775,50 is dan € 1.551. Uw werkelijke studiekosten zijn over deze periode in 2008 in totaal € 1.700. Uw studiekosten zijn hoger dan het tweevoud van het voor u geldende normbedrag. U kreeg in de maanden januari tot en met juni 2008 een beurs van
€ 90,77 per maand. In totaal hebt u in deze periode zesmaal € 90,77 is € 544,62 gekregen. U mag nu het verschil tussen uw werkelijke uitgaven en het normbedrag aftrekken. Deze uitkomst vermindert u met het totaal van de door u gekregen beurs van € 544,62. In dit voorbeeld is dat € 1.700 min € 775,50 min € 544,62 is € 379,88.

Periode juli tot en met december
Het normbedrag voor de maand juli is € 129,25. Voor de maanden augustus tot en met december is het normbedrag € 130,75 per maand. Het totale normbedrag voor u voor deze maanden is dan € 129,25 + € 653,75 (vijfmaal € 130,75) is € 783. Tweemaal het voor u geldende normbedrag van € 783 is € 1.566. U betaalt lesgeld. Voor het schooljaar 2007-2008 bedraagt het lesgeld € 975. Het lesgeld voor de maand juli is dan € 81,25. Voor het schooljaar 2008-2009 bedraagt het lesgeld € 993. Het lesgeld bedraagt per maand € 82,75. Het lesgeld voor de maanden augustus tot en met december is dan € 413,75. Daarnaast betaalde u voor boeken € 786. Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 1.281 (€ 81,25 + € 413,75 + € 786). Uw herrekende studiekosten zijn lager dan het tweevoud van het voor u geldende normbedrag van € 1.566. U kreeg in de maanden juli tot en met december 2008 een beurs van € 90,77 per maand. In totaal hebt u in deze periode zesmaal € 90,77
is € 544,62 gekregen. U mag nu het verschil tussen het totale normbedrag in deze periode en het totaal van de door u gekregen beurs in deze periode in aftrek brengen. In dit voorbeeld is dat € 783 min 2 € 544,62 is € 238,38.

U hebt in 2008 in totaal € 379,88 + € 238, 38 is € 618,26 aan studiekosten. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus een aftrek van € 118,26.

U volgt hoger onderwijs
Voor iedere maand dat u studiefinanciering kreeg of recht had op studiefinanciering, geldt een normbedrag. U hebt de maandelijkse normbedragen nodig om uw aftrek te berekenen. De berekening van de aftrek is afhankelijk van de periode in 2008 waarover u studiefinanciering kreeg of recht had op studiefinanciering.

Periode 1 januari 2008 tot en met 30 juni 2008
Ga na voor welke maanden u in deze periode studiefinanciering kreeg of recht had op studiefinanciering. Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar op. Voor de maanden januari tot en met juni is dit normbedrag € 183,17 per maand. Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met twee. Dit bedrag vergelijkt u met de werkelijke studiekosten in de maanden januari tot en met juni die u voor deze studie had. Zijn de werkelijke studiekosten over deze maanden lager dan dit bedrag? Dan trekt u het totaalbedrag van de normbedragen over deze periode, verminderd met de gekregen beurs over deze periode en eventueel al eerder in aftrek
gebrachte bedragen, af. Zijn de totale studiekosten over deze maanden hoger dan dit bedrag? Dan trekt u de werkelijke studiekosten over deze maanden, verminderd met het totaalbedrag van de normbedragen over deze periode, het bedrag van de gekregen beurs over deze periode en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen, af.

Voorbeeld
U volgde van januari tot en met juni 2008 een HBO-opleiding. Het normbedrag voor een HBO-opleiding van januari tot en met juni is € 183,17 per maand. Het totale normbedrag voor u voor deze maanden is dan € 1099,02 (zesmaal € 183,17). Tweemaal het voor u geldende normbedrag van € 1.099,02 is dan € 2.198,04. Uw werkelijke studiekosten zijn over deze periode in totaal € 3.500. Uw studiekosten zijn hoger dan het tweevoud van het voor u geldende normbedrag. U kreeg in de maanden januari tot en met juni 2008 een beurs van € 120 per maand. In totaal hebt u in deze periode zesmaal € 120 is € 720 gekregen. U mag nu het verschil tussen uw werkelijke uitgaven en het normbedrag aftrekken. Deze uitkomst vermindert u met het totaal van de door u gekregen beurs van € 720. In dit voorbeeld is dat € 3.500 min € 1.099,02 min € 720 is € 1.680,98. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus een aftrek van € 1.180,98.

Periode 1 juli 2008 tot en met 31 december 2008
Ga na voor welke maanden u in deze periode studiefinanciering kreeg of recht had op studiefinanciering. Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar op. Voor de maanden juli en augustus is het normbedrag € 183,17. Voor de maanden september tot en met december is het normbedrag € 185,42 per maand. Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met twee. Dit bedrag vergelijkt u met de herrekende studiekosten in de maanden juli tot en met december die u voor deze studie had. De herrekende studiekosten bestaan uit:
– Het bedrag van het (instellings)collegegeld dat betrekking heeft op de maanden juli tot en met december.
– Het door u betaalde bedrag van de andere aftrekbare studiekosten in deze maanden, zoals kosten van boeken.

Zijn de herrekende studiekosten over deze maanden lager dan dit bedrag? Dan trekt u het totaalbedrag van de normbedragen over deze periode, verminderd met de gekregen beurs over deze periode en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen, af.
Zijn de herrekende studiekosten over deze maanden hoger dan dit bedrag? Dan trekt u de totale studiekosten over deze maanden, verminderd met het totaalbedrag van de normbedragen over deze periode, het bedrag van de gekregen beurs in deze periode en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen, af.

Voorbeeld
U volgde in de maanden september tot en met december 2008 een universitaire opleiding. U betaalde geen collegegeld, maar instellingscollegegeld. U betaalde hiervoor € 2.400. Uw overige studiekosten zijn in deze maanden € 4.000. U kreeg in de maanden september tot en met december 2008 een beurs van € 120 per maand. In totaal hebt u in 2008 viermaal € 120 is € 480 gekregen. Het totale normbedrag over deze periode is voor u vier maal € 185,42 is € 741,68. Tweemaal het voor u geldende normbedrag van € 741,68 is dan € 1.483,36. U betaalt instellingscollegegeld. Per maand bedraagt het instellingscollegegeld € 200. Het instellingscollegegeld voor de maanden september tot en met december is dan € 800. Daarnaast betaalde u voor overige studiekosten € 4.000. Uw herrekende studiekosten over deze periode zijn in totaal € 4.800 (€ 800 + € 4.000). Uw herrekende studiekosten zijn hoger dan tweemaal het voor u geldende normbedrag van € 1.483,36. U mag nu het verschil tussen uw werkelijke uitgaven en het normbedrag aftrekken. Deze uitkomst vermindert u met het totaalbedrag van  de door u gekregen beurs van € 480. In dit voorbeeld is dat € 6.400 min € 741,68 min € 480 is  € 5.178,32. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus een aftrek van € 4.678,32.

U volgde heel 2008 een studie
Als u heel 2008 een studie volgde, moet u per periode een berekening maken. Het totaal van de berekeningen zijn uw aftrekbare studiekosten. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Kijk voor een voorbeeld bij ‘U volgt middelbaar beroepsonderwijs’.
Met het schema ‘Studiekosten bij prestatiebeurs: aftrek in jaar van uitgaven’ beoordeelt u of u in het jaar van de uitgaven recht hebt op aftrek.

Met het schema ‘Studiekosten: aftrek in jaar dat prestatiebeurs wel/niet wordt omgezet in gift’ op bladzijde 5 beoordeelt u of u recht hebt op aftrek in het jaar dat u van de Informatie Beheer Groep de definitieve beschikking krijgt. Na deze schema’s vindt u enige rekenvoorbeelden.
 Schema ‘Studiekosten bij prestatiebeurs: aftrek in jaar van uitgaven’ Gebruik dit schema als u de aftrek voor studiekosten berekent over het jaar waarin u de uitgaven hebt gedaan.

Voorbeeld berekening aftrek scholingsuitgaven bij prestatiebeurs
U vindt hier de volgende twee berekeningen van de aftrek:
– over het jaar waarin de uitgaven zijn gedaan
– over het jaar waarin de IB-Groep u een definitieve beschikking stuurt over het wel of niet omzetten van de prestatiebeurs in een gift.

Dit voorbeeld sluit aan op de beide schema’s voor berekening van de aftrek studiekosten bij een prestatiebeurs.

Jaar van uitgaven 2004 2005 2006
Studiekosten E 8.000 E 5.000 E 3.000
Normbedragen E 3.600 E 2.600 E 1.700
Prestatiebeurs E 1.500 E 1.700 E 2.000

In 2008 stuurt de IB-Groep een beschikking dat de prestatiebeurs niet wordt omgezet in een gift. Berekening aftrek 2004:
– De werkelijke studiekosten in 2004 zijn hoger dan tweemaal het normbedrag.
– De aftrek is dan: € 8.000 – € 3.600 – € 1.500 is € 2.900.

Berekening aftrek 2005:
– De werkelijke studiekosten in 2005 zijn lager dan tweemaal het normbedrag.
– Het normbedrag is hoger dan de prestatiebeurs.
– De aftrek is dan € 2.600 – € 1.700 is € 900.

Berekening aftrek 2006:
– De werkelijke studiekosten in 2006 zijn lager dan tweemaal het normbedrag.
– Het normbedrag is lager dan de prestatiebeurs.
– Er is dan geen aftrek.

Berekening aftrek 2008:
– De werkelijke studiekosten zijn meer dan tweemaal de totale normbedragen.
– Het totaal van de werkelijke studiekosten is (€ 8.000 + € 5.000 + € 3.000 is) € 16.000.
- Het totaal van de normbedragen is € 7.900.
– De prestatiebeurs is niet omgezet in een gift.
– In 2008 is aftrekbaar het totaal van de gekregen prestatiebeurs € 5.200.
In bovenstaande berekeningen is nog geen rekening gehouden met
de jaarlijkse drempel.
Bij Rekenhulp aftrekbedrag studiekosten of andere
scholingsuitgaven
U mag maximaal € 15.000 als studiekosten of andere scholingsuitgaven
aftrekken. Er zijn twee uitzonderingen:
– U mag het maximum verhogen als uw prestatiebeurs in 2008 definitief niet werd omgezet in een gift. Het maximum verhoogt u met het bedrag dat u door het niet omzetten van uw prestatiebeurs als aftrekbare studiekosten mag aftrekken.
– Als u in 2008 een studie of opleiding volgde tijdens uw standaardstudieperiode, geldt geen maximaal aftrekbedrag.

Standaardstudieperiode
De standaardstudieperiode is een periode van maximaal 16 kalenderkwartalen waarin u uw tijd voornamelijk aan uw studie besteedde. U moest zoveel tijd aan de studie besteden, dat u daarnaast geen volledige baan kon hebben. De standaardstudieperiode ligt tussen
uw 18e verjaardag en uw 30e verjaardag. U bepaalt zelf op welke datum uw standaardstudieperiode ingaat. De periode hoeft niet aaneengesloten te zijn.

Fiscale partner
Had u heel 2008 een fiscale partner? Dan telt u uw aftrekbare studiekosten en andere scholingsuitgaven bij elkaar op. Het gaat hier om de aftrekbare uitgaven die u en uw fiscale partner betaalden voor uw studie. Hiervan trekt u de drempel af. Als uw fiscale partner ook studiekosten had, telt u ook zijn aftrekbare studiekosten en andere scholingsuitgaven bij elkaar op. Het gaat hier om de aftrekbare uitgaven die uw fiscale partner en u betaalden voor zijn studie. Hiervan trekt u de drempel af. Vervolgens kunt u het aftrekbedrag verdelen zoals u dat wilt, als het totaal maar 100% is.

Geen fiscale partner
Had u geen fiscale partner? Dan trekt u alleen uw eigen uitgaven af. Dit geldt ook als u een deel van 2008 een fiscale partner had en niet koos om heel 2008 elkaars fiscale partner te zijn. Van uw uitgaven trekt u de drempel af.

Rekenhulp aftrekbedrag studiekosten of andere scholingsuitgaven

Met de Rekenhulp aftrekbedrag studiekosten of andere scholingsuitgaven kunt u uw aftrekbedrag voor studiekosten of andere scholingsuitgaven berekenen.

Voor rekenhulpen en voorbeelden, zie de website van de Belastingdienst.

Bron: www.belastingdienst.nl

 
Toelichtingen

Toelichtingen

Aangifte-Expert.nl

onderdeel van
Berkman & van der Steeg


Postbus 147
3700 AC Zeist

Constantijn Huygenslaan 12b
3705 SR Zeist

Tel. 030-2254550
Fax. 030-2890592
E-mail info@berksteeg.nl
 

 

Copyright 2006-2009 - Aangifte-Expert.nl | Laatst bijgewerkt op 13 januari 2009| Sitemap | Privacy Statement | Disclaimer | Algemene voorwaarden