|
Als u bedragen hebt betaald voor inkomensvoorzieningen, heeft dit gevolgen voor uw belasting. In de toelichting bij uw aangifte inkomstenbelasting staat algemene informatie hierover. In deze aanvullende toelichting leest u meer over een aantal bijzondere situaties.
Wanneer moeten betalingen zijn gedaan?
U mag de premies voor lijfrenten en de stortingen op een lijfrentespaarrekening in 2009 aftrekken als u deze in 2009 hebt betaald. De premies die u na 31 december 2009, maar vóór 1 april 2010 betaalt, mag u ook al in 2009 aftrekken. Dit noemen we ‘terugwentelen’. De premies en stortingen die u hebt teruggewenteld, kunt u niet nog een keer aftrekken.
Ondernemers
Zet u uw stakingswinst of uw oudedagsreserve om in een lijfrente of lijfrentespaarrekening? Dan moet u de premie of de storting vóór 1 juli 2010 betalen om deze in 2009 te mogen aftrekken. De premies of stortingen
van 2010 die u aftrekt in 2009, kunt u niet nog een keer aftrekken.
Meer verzekeringen op één polis
U kunt op een polis voor lijfrente ook nog een andere verzekering hebben afgesloten. Bijvoorbeeld een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering of een kapitaalverzekering. Informeer dan bij uw verzekeraar
welk deel van de premie voor de lijfrente is. Alleen dat deel kunt u aftrekken als lijfrentepremie. Het premiedeel voor arbeidsongeschiktheid kunt u aftrekken bij de vraag Premies voor periodieke uitkeringen bij invaliditeit,
ziekte of ongeval. Het premiedeel voor een kapitaalverzekering kunt u nooit aftrekken.
Uitgaven voor inkomensvoorzieningen niet afgetrokken?
U bent niet verplicht om de premies voor een lijfrenteverzekering of stortingen op een lijfrentespaarrekening af te trekken. Hebt u de uitgaven tot 2009 niet of niet helemaal afgetrokken? Dan werd de waarde van de polis of het tegoed van de spaarrekening vaakbelast in box 3 (voordeel uit sparen en beleggen). Maar vanaf 2009 valt de waarde van uw polis of het tegoed van uw spaarrekening niet meer in box 3. U betaalt wel belasting in box 1 over de uitkeringen of afkoopsommen daarvan. In bepaalde gevallen kunt u de uitgaven die u niet hebt afgetrokken, alsnog verrekenen. Dit doet u op de volgende manier:
– Hebt u vóór 2009 niet alle door u betaalde premies of stortingen afgetrokken als uitgaven voor inkomensvoorzieningen? Dan betaalt u pas belasting over die uitkeringen als het totale ontvangen
bedrag hoger is dan het totale bedrag van de niet-afgetrokken premies die u voor de lijfrente hebt betaald.
– Hebt u in 2009 of daarna niet alle door u betaalde premies of stortingen afgetrokken als uitgaven voor inkomensvoorzieningen? Dan mag u voor elk jaar maximaal € 2.269 aan niet-afgetrokken uitgaven
aftrekken van de door u nog te ontvangen lijfrenteuitkeringen. Tel deze niet-afgetrokken uitgaven bij het totaalbedrag dat u vóór het jaar 2009 niet had afgetrokken.
Let op!
Deze berekening moet u voor elke lijfrenteverzekering of lijfrentespaarrekening apart doen.
Voorbeeld
U betaalt over 2009 tot en met 2012 ieder jaar een lijfrentepremie van € 7.000. U hebt ruimte om € 4.000 per jaar af te trekken. Vanaf 2013 ontvangt u ieder kwartaal een uitkering van € 2.000. U hebt over de voorgaande 4 jaar een bedrag van 4 x € 3.000 = € 12.000 niet kunnen aftrekken. U mag de niet-afgetrokken bedragen verrekenen met de uitkering tot maximaal € 2.269 per jaar. In dit voorbeeld is dat 4 x € 2.269 = € 9.076. In 2013 ontvangt u een uitkering van 4 x € 2.000 = € 8.000. Deze € 8.000 wordt volledig verrekend met de niet afgetrokken premies.
U betaalt in 2013 hierover dus geen belasting. In 2014 wordt het resterende deel verrekend. Over het bedrag van het eerste kwartaal betaalt u daardoor belasting over € 2.000 - € 1.076 = € 924. Over alle andere termijnen betaalt u vervolgens volledig belasting. Dit voorbeeld geldt ook voor uw stortingen op een lijfrentespaarrekening.
Let op!
Deze manier van berekenen geldt meestal niet als u uw lijfrenteverzekering afkoopt of het tegoed van uw lijfrentespaarrekening ineens opneemt. Alleen als het bedrag dat u daarvoor in 2009 ontvangt niet hoger is dan
€ 4068, gebruikt u deze manier van berekenen. Het aftrekbedrag voor een lijfrenteverzekering en voor een lijfrentespaarrekening kunt u berekenen met de Rekenhulp Lijfrentepremie 2009. U kunt deze rekenhulp vinden op www.belastingdienst.nl.
Jaarruimte en reserveringsruimte
Uw jaarruimte 2009 en uw reserveringsruimte 2009 bepalen de hoogte van uw totale aftrekruimte 2009. Deze aftrekruimte geldt voor uw lijfrentepremies en stortingen op een lijfrentespaarrekening samen. Sinds 2008 mag u ook stortingen op een lijfrentespaarrekening aftrekken. Dit is een geblokkeerde spaarrekening bij een bank of andere financiële instelling waarop u een tegoed opbouwt dat u alleen voor uw pensioen of nabestaanden kunt gebruiken. U moet in de toekomst een reeks van uitkeringen bij de bank kopen of een lijfrente bij een levensverzekeringmaatschappij. De stortingen op de lijfrentespaarrekening worden hetzelfde behandeld als premies voor een lijfrenteverzekering. Uw stortingen zijn alleen aftrekbaar als u jaarruimte of reserveringsruimte hebt.
Let op!
Als u premies betaalt of stortingen doet die u niet mag aftrekken, dan zijn de toekomstige uitkeringen toch belast als inkomen uit werk en woning. Zie Uitgaven voor inkomensvoorzieningen niet afgetrokken.
Jaarruimte 2009
Hebt u over 2008 een tekort in uw pensioenopbouw? Dan hebt u jaarruimte. Gebruik de Rekenhulp jaarruimte 2009 hierna om uw jaarruimte te bepalen. U kunt tot het bedrag van de jaarruimte lijfrentepremies die u in 2009 hebt betaald, of stortingen op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebellegingsrecht aftrekken als uitgaven voor inkomensvoorzieningen.
Reserveringsruimte 2009
De reserveringsruimte voor 2009 is het totaal van de jaarruimten 2002 tot en met 2008 die u niet hebt gebruikt. Hebt u in deze periode in één of meer jaren wel jaarruimte, maar hebt u in die jaren minder lijfrente premies dan de jaarruimte betaald en afgetrokken? Of hebt u in 2008 minder stortingen op een lijfrentespaarrekening dan de jaarruimte gedaan en afgetrokken? Dan kunt u alsnog in 2009 tot een bepaald bedrag premies en stortingen aftrekken. Gebruik één of meer van de Rekenhulp(en) niet-benutte jaarruimte 2002 tot en met 2008 om uw reserveringsruimte 2009 te berekenen.
Rekenhulpen aftrekbedrag
U kunt het aftrekbedrag ook berekenen met de Rekenhulp Lijfrentepremie 2009 of het Aangifteprogramma 2009. U kunt deze programma’svinden op www.belastingdienst.nl.
U kunt premies en stortingen toerekenen aan uw jaarruimte en uw reserveringsruimte. Gebruik eerst uw reserveringsruimte en begin met het oudste jaar. Gebruik daarna uw jaarruimte. Zo voorkomt u dat eventueel niet-benutte jaarruimte over de jaren vóór 2009 verloren gaat.
Let op!
Stuur uw berekening niet mee met uw aangifte. Bewaar deze berekening wel, want wij kunnen erom vragen. Wij kunnen u ook vragen naar uw verzekeringspolis, de voorwaarden van uw lijfrentespaarrekening en uw betalingsbewijzen.
Let op!
Neem de bedragen over van uw aangifte 2008. Voor de berekening van de jaarruimte 2009 moet u uitgaan van uw inkomensgegevens en pensioenaangroei over 2008. De pensioenaangroei vindt u op de opgaaf van uw pensioenverzekeraar, en wordt ook wel factor A genoemd.
Omzetting oudedagsreserve in lijfrente
Hebt u als ondernemer een oudedagsreserve opgebouwd? Hebt u deze vóór 1 juli 2010 geheel of gedeeltelijk omgezet in een lijfrente? Dan kunt u de premie in 2009 aftrekken. U kunt ook uw oudedagsreserve omzetten in een lijfrentespaarrekening. Het bedrag dat u hierop stort, mag u in 2009 aftrekken. U moet dan wel aan de volgende voorwaarden voldoen:
– U moet de premie hebben betaald of de storting hebben gedaan in 2009 of voor 1 juli 2010.
– Deze premie of storting is in 2009 aftrekbaar als het bedrag van de omgezette oudedagsreserve in 2009 in uw winst uit onderneming is verwerkt.
Let op!
Draagt u uw onderneming over aan uw opvolger? Dan kunt u bij uw opvolger geen lijfrentespaarrekening afsluiten. U mag wel een lijfrenteverzekering afsluiten bij uw opvolger.
Omzetting stakingswinst in lijfrente
Hebt u uw onderneming in 2009 (gedeeltelijk) gestaakt? En hebt u vóór 1 juli 2010 de stakingswinst omgezet in een lijfrente die aan de fiscale voorwaarden voldoet? Dan kunt u de daarvoor betaalde premie in 2009 tot een bepaald bedrag aftrekken, zie Aftrekbedrag. U kunt ook uw stakingswinst omzetten in een lijfrentespaarrekening. Ook het bedrag dat u hierop stort, mag u aftrekken. U moet dan wel de premie hebben betaald of de storting hebben gedaan in 2009 of voor 1 juli 2010. De hoogte van het aftrekbedrag hangt af van de situatie op het moment van de staking. Zie Aftrekbedrag
Let op!
Draagt u uw onderneming over aan uw opvolger? Dan kunt u bij uw opvolger geen lijfrentespaarrekening afsluiten. U mag wel een lijfrenteverzekering afsluiten bij uw opvolger.
Aftrekbedrag
Het aftrekbedrag is het bedrag van de stakingswinst dat u hebt gebruikt voor de aankoop van een lijfrente of lijfrentespaarrekening. Maar dit is maximaal:
– € 424.978 als u bij het staken van de onderneming 60 jaar of ouder was
Berekening reserveringsruimte
Met de Rekenhulp niet-benutte jaarruimte kunt u voor de jaren 2002 tot en met 2008 berekenen of er niet-benutte jaarruimte is. Is van een jaar de niet-benutte jaarruimte groter dan 0? Vermeld dan dit bedrag in de Rekenhulp reserveringsruimte hierna. Als u de bedragen optelt, vindt u de opgebouwde reserveringsruimte van de afgelopen zeven jaar.
Let op!
1. De niet-benutte jaarruimte over 2002 kunt u uiterlijk in de reserveringsruimte van 2009 gebruiken.
2. Hebt u na een jaar vrijwillig pensioen ingekocht? Dan kunt u voor de pensioenaangroei in dat jaar niet uitgaan van de pensioenopgaaf van uw pensioenverzekeraar. Informeer dan bij uw pensioenverzekeraar naar de hoogte van uw pensioenaangroei over het betreffende jaar.
Dit maximum geldt ook als u dan minimaal 45% arbeidsongeschikt was en de uitkeringen van de lijfrente ingingen binnen 6 maanden na het staken van de onderneming.
– € 212.495 als u bij het staken van de onderneming 50 jaar of ouder was Dit maximum geldt ook als de uitkeringen van de lijfrente direct na het sluiten van de overeenkomst ingingen.
– € 106.253 in de overige gevallen Van het hiervoor genoemde (maximum)bedrag moet u het volgende aftrekken:
– de waarde van bedrijfs- en beroepspensioenaanspraken die ten laste van de winst zijn opgebouwd
– rechten op bedrijfsbeëindigingvergoedingen en dergelijke
– de stand van de oudedagsreserve aan het begin van het kalenderjaar
– de lijfrentepremies die u in 2001 en volgende jaren hebt afgetrokken, met uitzondering van de basisaftrek lijfrentepremie (tot en met 2002)
– stortingen op uw lijfrentespaarrekening of beleggingsrekening
– de bedragen die al eerder zijn afgetrokken door het omzetten van stakingswinst in een lijfrente Als het bedrag dat overblijft negatief is, mag u geen bedrag aftrekken. Hebt u uw onderneming in 2009 (gedeeltelijk) gestaakt? Dan mag u in de Rekenhulp jaarruimte 2009 kiezen of u uitgaat van de inkomens- en pensioengegevens over 2009 of over 2008. Kiest u voor de gegevens over 2009? Dan moet u bij de berekening van uw jaarruimte 2010 de stakingswinst 2009 aftrekken van het bedrag van de winst uit onderneming 2009.
Voor rekenhulpen en tabellen zie de website van de Belastingdienst.
Bron: www.belastingdienst.nl |