|
Werkte u in 2009 als freelancer of alfahulp of had u bijverdiensten? Stelde u een bezitting, bijvoorbeeld een pand, ter beschikking aan bepaalde vennootschappen? Of aan met u verbonden personen of samenwerkingsverbanden die deze gebruikten voor het behalen van winst of resultaat uit overige werkzaamheden? In deze aanvullende toelichting leest u meer over een aantal bijzondere situaties. Ook treft u informatie aan over het opnemen van vermogensbestanddelen op de balans.
Arbeidsbeloning uit de onderneming van uw fiscale partner
Was u niet bij uw fiscale partner in loondienst, maar kreeg u wel een beloning voor uw werk dat u voor uw fiscale partner deed? En was deze beloning € 5.000 of hoger? Dan is deze beloning geheel belast als opbrengst uit overig werk. Uw fiscale partner mag dat bedrag aftrekken van zijn winst of resultaat. Is uw beloning lager dan € 5.000? Dan mag hij dit niet aftrekken van zijn winst of resultaat.
Vermogensbeheer waarvoor u meer werkzaamheden uitvoerde dan normaal
Uit de volgende situaties kunnen ook opbrengsten uit overig werk voortkomen:
– het uitponden van een pand
U verbouwde bijvoorbeeld een pand, zodat er afzonderlijke appartementen zijn ontstaan die u weer verkocht of nog gaat verkopen.
– voor ten minste 30% zelf uitvoeren van groot onderhoud of andere aanpassingen aan een verhuurd pand
– gebruiken van voorkennis of andere specifieke kennis om voordeel te behalen
– een lucratief belang
U hebt een lucratief belang als u een beloning krijgt in de vorm van aandelen of opties, waarbij de beloning is bedoeld als opbrengst voor het werk
Meer informatie
Bel voor meer informatie over meer dan actief vermogensbeheer de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Kostgangers
U had kostgangers als u een kamer verhuurde en bijvoorbeeld ook deze kamer schoon hield of de maaltijden voor de huurder verzorgde en daarvoor een vergoeding kreeg. Vermeld dan het totale bedrag dat u van de kostgangers ontving, dus inclusief kale huur. Als uw fiscale partner de kostgangers verzorgde, moet hij dit totale bedrag in zijn aangifte vermelden. U mag die inkomsten dan niet aangeven. De fiscale partner die de inkomsten aangeeft, mag de gemaakte kosten aftrekken.
U hoeft het bedrag van de huurinkomsten niet aan te geven als u voldoet aan de volgende voorwaarden:
– Het huurbedrag dat u in 2009 kreeg, was niet hoger dan € 4.144. Het gaat om de huur inclusief een eventuele vergoeding voor gebruik van meubilair, energie en dergelijke.
Let op!
Vergoedingen die u van uw kostgangers kreeg voor schoonmaken en maaltijden, geeft u wel altijd aan. De kosten daarvan kunt u ook aftrekken.
– Het gedeelte dat u verhuurde was geen zelfstandige woning, maar een onderdeel van uw woning.
– U en de huurder stonden tijdens de hele huurperiode ingeschreven bij de gemeente op het adres van uw hoofdverblijf.
– De verhuur was niet van korte duur.
Vrijwilligerswerk
Werkte u als vrijwilliger voor een niet-commerciële instelling en kreeg u daarvoor een beloning? Dan hoeft u deze misschien niet aan te geven. Van belang is of de beloning vergelijkbaar is met een beloning die u zou hebben gekregen als u dat werk bijvoorbeeld in loondienst had uitgevoerd. Dan is de beloning die u krijgt wel belast.
Als u vrijwilliger en 23 jaar of ouder bent, mag u maximaal € 4,50 per uur ontvangen Die beloning is dan onbelast. Voor een vrijwilliger jonger dan 23 jaar geldt een maximum van € 2,50 per uur. Verder geldt dat bedragen onbelast zijn tot een maximumbedrag van € 150 per maand en met een maximum van € 1.500 per jaar. Het maakt niet uit hoe oud u bent. Is uw beloning hoger dan een van deze twee bedragen? Geef dan de volledige beloning aan.
Let op!
Ontving u uitsluitend een vergoeding voor kosten die u maakte? Dan hoeft u deze vergoeding niet aan te geven, ook al was de vergoeding hoger dan € 150 per maand of € 1.500 per jaar.
Zakelijke kosten
Van uw opbrengsten mag u uw zakelijke kosten aftrekken. Hiervoor geldt het volgende:
– Zakelijke kosten mag u helemaal aftrekken. Dit zijn kosten die binnen redelijke grenzen nodig zijn voor de uitoefening van uw werk, zoals vakliteratuur.
– Kosten die u privé maakt, mag u niet aftrekken.
– Kosten die een zakelijk én privékarakter hebben, daarvan mag u alleen het zakelijk deel aftrekken.
– Voor sommige kosten geldt een drempel (zie Kosten met een drempel).
– Eventuele vergoedingen die u voor de kosten hebt ontvangen, moet u bij uw opbrengsten tellen.
Niet-aftrekbare kosten
Niet-aftrekbare kosten zijn bijvoorbeeld:
– kosten van een werkruimte en inrichting ervan in de woning die u niet als zakelijk aanmerkt (zie Werkruimte aftrekbaar).
– telefoonabonnementen voor telefoonaansluitingen in de woonruimte
– kleding, met uitzondering van werkkleding
– kosten van persoonlijke verzorging
– ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen, premies Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en inkomensafhankelijke bijdragen Zorgverzekeringswet
– een vergoeding voor het werk van uw partner als die lager is dan € 5.000. Als de vergoeding € 5.000 of hoger is, is het hele bedrag aftrekbaar.
– kosten van muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschappen, computers, beeldapparatuur en dergelijke apparatuur. Dit geldt als deze horen bij uw privévermogen of als u deze privé hebt gehuurd
– standsuitgaven, zoals het lidmaatschap van een serviceclub
– kosten van vaartuigen voor representatieve doeleinden
– geldboetes die een Nederlandse strafrechter heeft opgelegd en geldsommen om strafvervolging te voorkomen
– boetes en verhogingen die zijn opgelegd bij de heffing van belastingen en premies
Werkruimte aftrekbaar
U mag de kosten van een werkruimte aftrekken als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
– De werkruimte is een zelfstandig deel van de woning en wordt gebruikt om uw inkomsten te verdienen. Zelfstandig wil zeggen dat de ruimte duidelijk te onderscheiden is door uiterlijke kenmerken, zoals een eigen opgang of ingang. Daarnaast zijn ook de voorzieningen in de werkruimte van belang, zoals eigen sanitair.
– Als u niet ergens anders een werkruimte hebt, moet u minimaal 30% van uw totale inkomsten uit werk, zoals winst, loon en bijverdiensten, in de werkruimte verdienen. Ook moet u minimaal 70% van uw totale inkomsten uit werk in of vanuit de werkruimte verdienen. Als u ergens anders wel over werkruimte beschikt, moet u minimaal 70% van uw totale inkomsten uit werk in de werkruimte verdienen. Dit is de werkruimte waarvoor u de kosten wilt aftrekken.
Deels aftrekbare kosten
Deels aftrekbare kosten zijn bijvoorbeeld:
– verhuiskosten U mag alleen de kosten aftrekken die u maakt om de inboedel over te brengen naar een andere woonruimte. Daarnaast mag u een vast bedrag van € 7.750 aftrekken.
– kosten van huisvesting buiten de woonplaats gedurende maximaal twee jaar
– kosten van privévervoermiddelen U mag een vast bedrag van € 0,19 per zakelijk gereden kilometer
aftrekken. Het maakt daarbij niet uit welk vervoermiddel u hebt gebruikt.
– een gebruiksvergoeding voor privébezittingen (geen vervoermiddelen) die zakelijk zijn gebruikt. Die vergoeding is beperkt. U mag maximaal het bedrag van het voordeel uit sparen en beleggen aftrekken dat voor deze bezittingen geldt. U hoeft daarbij geen rekening te houden met het heffingvrij vermogen. U hebt bijvoorbeeld voor uw inkomsten uit overig werk een aanhanger gebruikt. De aanhanger heeft een waarde van € 500 op 1 januari en 31 december. U gebruikte de aanhanger drie maanden. De aftrek is dan 4% van € 500 = € 20 x 3/12 = € 5.
– een gebruiksvergoeding voor privé gehuurde zaken (geen vervoermiddelen) die u zakelijk gebruikte U mag hiervoor maximaal een even groot deel van de huurprijs en eventuele andere huurderslasten aftrekken.
Kosten met een drempel
Voor sommige kosten geldt een drempel van € 4.200. U mag alleen het bedrag boven de drempel aftrekken. Deze drempel geldt voor de volgende kosten:
– kosten voor voeding, drank en genotmiddelen
– kosten voor representatie zoals recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak
– kosten voor onder meer congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen De drempel van € 4.200 geldt ook voor de reis- en verblijfskosten in verband met de congressen en dergelijke. Voor die reis- en verblijfskosten is bovendien maximaal € 1.500 aftrekbaar. Is het voor uw werk noodzakelijk om dit congres bij te wonen, dan geldt dit maximum niet. U kunt er bij de aangifte ook voor kiezen om het totaal van deze kosten voor 73,5% af te trekken. U hoeft deze kosten dan niet te verminderen met € 4.200.
Meer informatieBel voor meer informatie over aftrek van kosten de BelastingTelefoon: 0800 - 0543
Boekwaarde vermogensbestanddelen bij inkomsten uit overige werkzaamheden
Gebruikt u uw vermogensbestanddelen bij uw werk? Dan moet u bepalen of u die als zakelijk of privé beschouwt. Van het zakelijke deel berekent u de boekwaarde en afschrijving volgens de regels voor ondernemers.
Zakelijk- of privévermogen
Gebruik de volgende uitgangspunten wanneer u bepaalt of u uw vermogensbestanddelen als zakelijk of privé beschouwt:
– U gebruikte het vermogensbestanddeel uitsluitend voor uw werk. Dan beschouwt u die helemaal als zakelijk.
– U gebruikte het vermogensbestanddeel uitsluitend privé. Dan beschouwt u het vermogensbestanddeel helemaal als privé.
– U gebruikte het vermogensbestanddeel zakelijk en privé. Dan hebt u de volgende mogelijkheden:
– U mag kiezen of u het hele vermogensbestanddeel als zakelijk of privé beschouwt.
– U moet het vermogensbestanddeel naar gebruik splitsen.
– U mag het vermogensbestanddeel naar gebruik splitsen.
In het Schema gebruik pand op bladzijde 4 ziet u de hoofdlijnen voor het gebruik.
Meer informatieBel voor meer informatie over vermogensbestanddelen die u zowel zakelijk als privé gebruikt de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Is uw pand zakelijk of privévermogen?
Gebruikt u uw vermogensbestanddelen bij het verwerven van uw inkomsten? Gebruikt u daarbij een pand dat uw eigendom is? Dan moet u voor de inkomstenbelasting altijd vaststellen of u dat pand als zakelijk of privé beschouwt. U bepaalt dit bij de start van uw werk of bij aanschaf van het pand. Er zijn twee mogelijkheden:
- U gebruikte het pand uitsluitend voor uw werk. Dan beschouwt u het hele pand als zakelijk.
- U woonde in het pand en u gebruikte het ook voor uw werk. Bepaal dan via het Schema gebruik pand hieronder of u het pand geheel of gedeeltelijk als zakelijk moet beschouwen.
Mag u kiezen? Let dan op de volgende gevolgen:
Stijgt een zakelijk pand in waarde? Dan is die waardestijging winst uit uw werk waarover u straks belasting moet betalen. De onderhoudsen verbouwingskosten voor het pand zijn aftrekbaar. Is een pand privé? Dan moet u de gemiddelde waarde van dat pand per jaar opgeven als vermogen in box 3. U kunt dan geen
onderhouds- en verbouwingskosten aftrekken. Bepaal bij uw keuze wat voor u voordeliger is:
– het pand opgeven als vermogen in box 3, geen aftrek van kosten maar onbelaste waardestijging of
– aftrek van onderhouds- en verbouwingskosten maar belaste boekwinst
U bent niet altijd vrij in uw keuze, zoals blijkt uit het Schema gebruik pand.
U gebruikt het pand uitsluitend zakelijk
Gebruikte u het pand uitsluitend voor uw werk? Dan kunt u niet kiezen. U moet het pand als zakelijk beschouwen. Meer hierover leest u bij Boekwaarde vermogensbestanddelen.
U gebruikt het pand gedeeltelijk zakelijk
Was u eigenaar van een pand? En gebruikte u het pand gedeeltelijk als woning en gedeeltelijk voor uw werk? Dan zijn er verschillende mogelijkheden voor de inkomstenbelasting
Bouwkundige splitsing
Bouwkundig splitsen betekent dat een pand kan worden gesplitst en dat die delen afzonderlijk zijn te gebruiken. Bijvoorbeeld bij een woon- en kantoorpand dat voor de woning en het kantoor afzonderlijke ingangen heeft. Het pand is dan zo ingedeeld dat u een deel ervan zelfstandig zou kunnen verhuren en het andere deel zelf kunt gebruiken. Als u uw pand bouwkundig kunt splitsen in een privé en een zakelijk gedeelte, dan moet u die splitsing ook in uw administratie doorvoeren:
– Het deel van het pand dat u voor privé gebruikte, beschouwt u als privévermogen. Gebruikte u hiervan een deel voor uw werk, bijvoorbeeld een kantoortje? Dan vormt dit vertrek van het privégedeelte van het pand keuzevermogen.
– Het deel van het pand dat u uitsluitend voor uw werk gebruikte beschouwt u als zakelijk. Meer hierover leest u bij Boekwaarde vermogensbestanddelen op bladzijde 6 in de toelichting op website van de Belastingdienst.
– Gebruikt u een tussendeur tussen het privégedeelte en het zakelijke deel? Dan vormt het privégedeelte van het pand keuzevermogen. Hierdoor wordt het privégedeelte dienstbaar aan het zakelijke deel. Lees hierover meer bij Administratief splitsen.
Geen bouwkundige splitsing (keuzevermogen)
Een pand dat niet bouwkundig kan worden gesplitst, is voor u zogenoemd keuzevermogen. Dat betekent dat u bij de start van uw
werkzaamheden of bij de aanschaf van het pand kiest uit drie mogelijkheden:
– U beschouwt het hele pand als zakelijk
– U beschouwt het hele pand als privé
– U verdeelt het pand administratief zoals u het gebruikt in een privégedeelte en een zakelijk gedeelte. U bent niet altijd vrij in uw keuze, zoals blijkt uit het Schema gebruik pand.
Administratief splitsen
Splits het pand administratief als u het pand:
– voor 90% of meer zakelijk gebruikt. U mag het pand mag dan volledig als zakelijk beschouwen, maar niet volledig privé. U kunt wel het pand administratief splitsen in een privédeel (maximaal 10%) en een zakelijk deel.
– voor 90% of meer privé gebruikt.
U mag het pand wel volledig als privé beschouwen, maar niet volledig als zakelijk. U kunt wel het pand administratief splitsen in een zakelijk deel (maximaal 10%) en een privédeel.
Wanneer kiezen
Behoort het pand tot uw keuzevermogen? Dan moet u in de eerste aangifte na de start van uw werkzaamheden de keuze maken ofu het pand als zakelijk of privé beschouwt. U bent nadat de aanslag over dat jaar onherroepelijk vaststaat gebonden aan uw keuze. Dat is het moment dat u geen bezwaar of beroep meer kunt maken. Alleen in uitzonderlijke gevallen mag u opnieuw kiezen. Bijvoorbeeld bij een ingrijpende verbouwing van het pand of een verhuizing.
Pand helemaal zakelijk, lening ook zakelijk
Beschouwt u het hele pand als zakelijk? Dan is de eventuele lening die u bent aangegaan voor het pand ook als zakelijk te beschouwen. Voor welke waarde u het pand moet aangeven, leest u bij Boekwaarde vermogensbestanddelen op bladzijde 6.
Woningforfait
Woont u zelf in het pand, dan moet u het woningforfait van het woongedeelte aangeven. Het woningforfait is een percentage van de WOZ-waarde van uw woning. WOZ staat voor Wet waardering onroerende zaken. De WOZ-waarde staat op de WOZ-beschikking die u van uw gemeente hebt gekregen. U bepaalt de waarde van het woongedeelte door een evenredig deel van de WOZ-waarde te nemen. Daarna zoekt u in de Tabel woningforfait het percentage op dat bij de waarde van het woongedeelte hoort. Dit percentage past u toe op de waarde van het woongedeelte. Het berekende bedrag telt u bij de opbrengsten uit overige werkzaamheden.
Peildatum WOZ
U moet uitgaan van de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2008 die staat op de WOZ-beschikking die u begin 2009 hebt ontvangen.
Gebruik voor het bepalen van het woningforfait de volgende tabel.
Tabel woningforfait
Pand helemaal privé: aangeven in box 3
Beschouwt u het hele pand als privé? Dan moet u het woongedeelte aangeven als eigen woning. Voor het gedeelte van het pand dat u voor uw werkzaamheden gebruikte, is er geen sprake van een eigen woning. Daarom moet u de waarde van dat gedeelte aangeven in box 3. U moet ook een evenredig deel van de schuld van het pand aangeven in box 3.
Pand administratief verdelen
Kunt u uw pand niet bouwkundig splitsen? Dan mag u het administratief verdelen in een privégedeelte en een zakelijk gedeelte. De verhouding tussen de grootte van de twee gedeelten stelt u vast aan de hand van het gebruik dat u van het pand maakte. Het privégedeelte behandelen wij als een eigen woning of als bezitting in box 3. Dat betekent onder andere dat u de kosten van dit gedeelte niet kunt aftrekken van de opbrengsten uit uw werkzaamheden.
Het zakelijke gedeelte zien wij volledig als bedrijfspand. Dat betekent dat op dit gedeelte dezelfde regels gelden als voor een pand dat u uitsluitend zakelijk gebruikte. De kosten kunt u aftrekken van uw opbrengsten uit overige werkzaamheden. De waarde van het zakelijke deel van het pand geeft u aan in uw aangifte. Voor welke waarde u bezittingen moet aangeven, leest u bij Boekwaarde vermogensbestanddelen.
Boekwaarde vermogensbestanddelen
De boekwaarde (aanschafwaarde min afschrijvingen) van uw bezittingen op 1 januari 2009 is gelijk aan de boekwaarde op 31 december 2008. Startte u met de werkzaamheden op of na 1 januari 2009? Dan is de hoofdregel dat u uw bezittingen op de startdatum aangeeft voor de waarde in het economische verkeer.
Dit is meestal de verkoopwaarde. Hebt u uw bezittingen in 2009 tegen een normale zakelijke prijs gekocht? Dan gaat het om de aanschafwaarde. Op de einddatum (meestal 31 december 2009) neemt u de boekwaarde van het vermogen.
Boekwaarde pand
Over het deel van uw pand dat u als zakelijk beschouwt, schrijft u af. Beschouwt u het hele pand als zakelijk, dan schrijft u dus over het hele pand af.
Boekwaarde pand inclusief ondergrond
Sinds 1 januari 2007 is de normale jaarlijkse afschrijving op gebouwen beperkt. Afschrijving bij winst uit onderneming mag alleen over de boekwaarde van het pand boven de zogenaamde bodemwaarde. De hoogte van de bodemwaarde hangt af van de bestemming van het pand. Bij panden die u voor meer dan 70% verhuurt aan derden (pand ter belegging), is de WOZ-waarde de bodemwaarde. Voor panden die je gebruikt bij je werk is de bodemwaarde 50% van de WOZ-waarde. Afwaardering naar een lagere bedrijfswaarde blijft wel mogelijk.
Bepaal de afschrijving op de (vermoedelijke) gebruiksduur en de (geschatte) restwaarde. Afschrijving op een pand kan alleen als de boekwaarde hoger is dan de bodemwaarde. Bij het bereiken van de bodemwaarde stopt de afschrijving. Voor (bedrijfs)panden veronderstellen wij een gebruiksduur van 30 à 50 jaar.
Overgangsregeling
Er is een overgangsregeling voor panden die u vóór 1 januari 2007 hebt aangeschaft en waarop u minder dan drie jaar hebt afgeschreven. Voor deze panden mag u nog de oude afschrijvingsmethode hanteren tot aan het boekjaar waarin het pand langer dan drie jaar in bezit is. Is een pand bijvoorbeeld in 2006 gekocht, dan kunt u nog tot en met 2008 op de oude manier afschrijven. Vanaf 2009 moet u het pand toetsen aan de bodemwaarde. Deze beperking geldt voor landen tuinbouwkassen pas vanaf het boekjaar dat start op of na 1 januari 2010. De Europese Commissie moet hiermee nog wel instemmen.
Let op!
– U moet de totale waarde aangeven van uw onroerende zaken, zowel het totaal op 1 januari als op 31 december (of de eind-datum).
– Het gaat hier niet om de waarde van uw eigen woning of een vakantiewoning die u af en toe verhuurde.
– De waarde van uw overige bezittingen (roerende zaken) hoeft u alleen aan te geven als deze in totaal minimaal € 2.500 was op 1 januari (of de startdatum in 2009) of 31 december (of de einddatum in 2009). Dit geldt ook voor de totale waarde van uw schulden.
Had u in 2009 freelance-inkomsten of bijverdiensten? Of stelde u uw vermogensbestanddelen ter beschikking? Welke bezittingen en schulden moet u aangeven?
Had u in 2009 freelance-inkomsten of bijverdiensten? Of stelde u vermogensbestanddelen ter beschikking? Dan moet u de boekwaarde op 1 januari 2009 aangeven van deze bezittingen en schulden. Duurden deze activiteiten het hele jaar? Vermeld dan ook de boekwaarde op 31 december 2009. Stopte u in 2009 uw activiteiten? Vermeld in uw aangifte de waarde in het economisch verkeer van uw bezittingen en schulden op de einddatum. Stopte u gedeeltelijk? Vermeld dan de waarde in het economische verkeer van het gestopte gedeelte. Voor het andere deel vermeldt u dan de boekwaarde. Zie ook Doorschuiven of (gedeeltelijk) stoppen.
Doorschuiven of (gedeeltelijk) stoppen
Stopte u uw activiteiten geheel of gedeeltelijk? Dan moet u misschien belasting en premie betalen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de bezittingen en schulden. Dit verschil geeft u aan als opbrengsten uit overige werkzaamheden of het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen. Droeg u uw activiteiten over? Dan kunt u voorkomen dat u over dit verschil belasting en premie moet betalen. Dit doet u door de boekwaarde van het vermogen (en daarmee de belastingclaim) door te schuiven. U kunt dit samen met uw bedrijfsopvolger bij uw aangifte verzoeken.
Meer informatieBel voor meer informatie over doorschuiven en (gedeeltelijk) staken de BelastingTelefoon: 0800 – 0543
Ongebruikelijke terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen
Wij bekijken de contractuele verhouding om vast te stellen of er sprake is van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling. Daarnaast beoordelen wij of de overeenkomst maatschappelijk gebruikelijk is in de (familie)relatie. Wij kunnen bijvoorbeeld bepalen dat het ongebruikelijk is om iemand een renteloze lening te geven. Dan is er een voordeel dat u moet aangeven. Is het ter beschikking stellen ongebruikelijk in het maatschappelijke verkeer? Dan geldt dit ook voor de verbonden persoon die bloed- of aanverwant in de rechte lijn is van:
– uzelf
– uw fiscale partner
– een andere ‘met u verbonden’ persoon
Bloed- of aanverwanten in de rechte lijn zijn:
– kinderen en hun fiscale partners
– (pleeg)ouders
– (achter)kleinkinderen
– (over)grootouders
Verwantschap eindigt na scheiding
Als u bent gescheiden, vervalt uw verwantschap met uw ex-echtgenoot voor het ter beschikking stellen.
Wat is een deel van uw vermogen
Een deel van uw vermogen is bijvoorbeeld:
– pand
– schuldvordering
– overeenkomst van levensverzekeringen
– bepaald recht op de verwerving van een vermogensbestanddeel (koopopties). Hebt u een optie om een deel van uw vermogen te verwerven of te vervreemden? Neem dan contact op met de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Voorwaarden ter beschikking stellen werkruimte woning of huurwoning
Stelde u een werkruimte in uw (huur)woning ter beschikking aan een ‘met u verbonden’ persoon? Dan moet dit gebruik voldoen aan twee voorwaarden:
- De werkruimte is zelfstandig. Dat wil zeggen dat de ruimte verhuurd zou kunnen worden aan derden. Dit kan als de ruimte een eigen opgang of ingang heeft. Daarnaast moet de werkruimte voorzieningen hebben zoals eigen sanitair.
– De ruimte wordt zodanig gebruikt dat de kosten kunnen worden afgetrokken:
– Als de verbonden persoon nergens anders over werkruimte beschikt, moet deze minimaal 30% van zijn totale inkomsten uit arbeid, zoals winst, loon en bijverdiensten, in de werkruimte verdienen. Daarnaast moet hij minimaal 70% van zijn totale inkomsten uit arbeid in of vanuit de werkruimte verdienen.
– Als de verbonden persoon wel ergens anders over werkruimte beschikt, moet hij minimaal 70% van zijn totale inkomsten uit arbeid in de werkruimte verdienen. Voldoet de verbonden persoon niet aan de bovenstaande voorwaarden? Of kan de vergoeding die u ontvangt voor het ter beschikking stellen van de werkruimte niet van de winst of het resultaat worden afgetrokken van de ‘met u verbonden’ persoon? Dan geldt de terbeschikkingstellingregeling niet. De werkruimte hoort dan tot uw woning.
Meer informatie
Bel voor meer informatie over werkruimte woning of huurwoning de Belastingtelefoon: 0800 - 0543.
Werkruimte (huur)woning als u in dienst bent van de gebruiker van die werkruimte
Bent u in dienst van de verbonden persoon, samenwerkingsverband of vennootschap die u een werkruimte in uw (huur)woning ter beschikking stelt? En gebruikt u die werkruimte zelf? Geef dit gebruik aan als inkomsten uit ter beschikking stellen als u voldoet aan de volgende voorwaarden:
– De werkruimte is een zelfstandig deel van de woning en wordt intensief gebruikt voor de verwerving van inkomsten. Zelfstandig wil zeggen dat de ruimte verhuurd kan worden aan derden. Dit kan bijvoorbeeld als de ruimte een eigen opgang of ingang heeft. Daarnaast heeft de werkruimte voorzieningen zoals eigen sanitair.
– Beschikt u nergens anders over werkruimte? Dan moet u minimaal 30% van uw totale inkomsten uit arbeid in de werkruimte verdienen. Daarnaast moet u minimaal 70% van uw totale inkomsten uit arbeid zoals winst, loon en bijverdiensten in of vanuit de werkruimte verdienen.
– Als u wel ergens anders over werkruimte beschikt, moet u minimaal 70% van uw totale inkomsten uit arbeid in de werkruimte verdienen. Kan degene die u de vergoeding betaalt voor het ter beschikking stellen van de werkruimte die vergoeding niet aftrekken van zijn winst of het resultaat? Dan blijft de werkruimte tot uw woning behoren.
Meer informatie
Bel voor meer informatie over werkruimte (huur)woning als u in dienst bent bij een ‘met u verbonden’ persoon de Belastingtelefoon: 0800 - 0543.
Afgewaardeerde vordering
Hebt u een schuldvordering op een vennootschap waarin u een aanmerkelijk belang heeft? En is uw schuldvordering afgewaardeerd ten laste van de winst uit uw onderneming of uw resultaat uit een werkzaamheid? Dan rekenen wij in bepaalde situaties de afwaardering van die vordering tot een werkzaamheid. Dit geldt ook als de vordering is afgewaardeerd ten laste van de winst uit onderneming of resultaat uit een werkzaamheid van een ‘met u verbonden’ persoon.
Meer informatie
Bel voor meer informatie over een afgewaardeerde vordering de Belastingtelefoon: 0800 - 0543.
Vervreemding of overbrenging van een afgewaardeerde vordering
Hebt u een afgewaardeerde schuldvordering op een vennootschap waarin u een aanmerkelijk belang hebt? Of hebt u een afgewaardeerde schuldvordering op een ‘met u verbonden’ persoon of samenwerkingsverband die dit deel van uw vermogen gebruikte voor het behalen van winst of inkomsten uit overige werkzaamheden? Dan wordt in bepaalde situaties het bedrag van de afwaardering tot het resultaat van een werkzaamheid gerekend. Dit geldt ook als de vordering is afgewaardeerd ten laste van de winst uit onderneming of het resultaat uit een werkzaamheid van een ‘met u verbonden’ persoon.
Meer informatie
Bel voor meer informatie over vervreemding of overbrenging van een afgewaardeerde vordering de Belastingtelefoon: 0800 - 0543.
Beëindiging ter beschikking stellen van een deel van uw vermogen
Stopt u met het ter beschikking stellen van uw vermogen? Dan moet u misschien belasting betalen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde (aanschafwaarde min afschrijvingen) van de activa en passiva op uw balans (dit is de boekwinst).
U beëindigt het ter beschikking stellen als:
– u het deel van uw vermogen verkoopt
– u overlijdt
– u het deel van uw vermogen ter beschikking stelt aan iemand die geen verbonden persoon (meer) is
– degene aan wie u het deel van uw vermogen ter beschikking stelde, het vermogen niet meer gebruikt voor het behalen van winst of resultaat uit overige werkzaamheden
– u of een verbonden persoon niet langer een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap waaraan u het vermogen ter beschikking stelt Ook als u emigreert, moet u misschien belasting betalen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de activa en passiva op uw balans.
Doorschuiving
In sommige gevallen hoeft u geen boekwinst aan te geven bij de beëindiging van het ter beschikking stellen. Bijvoorbeeld als het ter beschikking stellen van het vermogen wordt doorgeschoven. De voortzetter van het ter beschikking stellen gaat dan met dezelfde boekwaarde verder.
Voorbeeld 1
Na uw overlijden verkrijgen uw erfgenamen het vermogensbestanddeel. Als uw erfgenamen het vermogen ter beschikking blijven stellen aan dezelfde persoon onder dezelfde regels, dan is er sprake van doorschuiving. Uw erfgenamen moeten dan wel verzoeken om doorschuiving.
Voorbeeld 2
U stelt een deel van uw vermogen ter beschikking aan een onderneming van een verbonden persoon. Als deze onderneming wordt ingebracht in een bv en u het vermogen ter beschikking blijft stellen aan de onderneming van de bv, dan is er ook sprake van doorschuiving.
Uitstel van betaling
Soms eindigt het ter beschikking stellen zonder dat er geld vrijkomt om belasting te betalen over het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de activa en passiva op uw balans. U kunt dan onder bepaalde voorwaarden renteloos uitstel van betaling krijgen. Bel voor informatie over uitstel van betaling de Belastingtelefoon: 0800 - 0543.
Bron: www.belastingdienst.nl |