|
Was u in 2009 ondernemer of medegerechtigde in een onderneming? Dan had u winst uit onderneming. In de toelichting bij uw aangifte inkomstenbelasting staat algemene informatie hierover. In deze aanvullende toelichting vindt u meer informatie over het privégebruik van een woning of een auto die tot uw ondernemingsvermogen behoorde. Ook leest u meer over het gebruik van privévervoermiddelen en privégoederen in uw onderneming, over het staken van uw onderneming en over de willekeurige afschrijving.
Privégebruik woning
Woonde u in 2009 in een pand dat uw hoofdverblijf was en behoorde dat pand helemaal tot uw ondernemingsvermogen? Tel dan het woningforfait bij uw winst. Het kan ook gaan om een pand dat uw
onderneming huurde en waarvan u een deel als woning gebruikte. In dat geval moet u de huur voor de woning als privéonttrekking verwerken.
Gebruik om het woningforfait te bepalen de Tabel woningforfait van de woning die tot het ondernemingsvermogen behoorde. Beschikteu maar een deel van het jaar over de woning? Bereken dan eenevenredig deel van het woningforfait over die periode. Een evenredig deel betekent dat u alleen woningforfait bijtelt over de periode datu in de woning woonde. Woont u bijvoorbeeld zes maanden in eenwoning, dan neemt 6/12 van het bedrag van het woningforfait.
WOZ-waarde
Het woningforfait is een percentage van de WOZ-waarde van uw woning (woningwaarde). WOZ staat voor Wet waardering onroerende zaken. De WOZ-waarde staat op de WOZ-beschikking die u van uw gemeente hebt gekregen. Staan eventuele bijgebouwen, zoals een garage, apart op de WOZ-beschikking of hebt u hiervoor een aparte WOZ-beschikking gekregen? Tel dan de WOZ-waarde bij elkaar. Dit doet u alleen als deze bijgebouwen bij de woning horen.
Let op!
U neemt de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2008. U vindt deze op de WOZ-beschikking die u begin 2009 hebt gekregen.
Nog geen WOZ-beschikking
Hebt u een nieuwbouwwoning gekocht waarvoor de gemeente nog geen WOZ-beschikking heeft afgegeven? Dan moet u zelf de waarde van de woning (laten) schatten. U moet hierbij uitgaan van de waarde die de woning op 1 januari 2008 had. Deze waarde kunt u vaststellen door te kijken naar de waarde van soortgelijke woningen. Als u later wel een WOZ-beschikking krijgt voor de woning en hieruit blijkt dat u de waarde te hoog of te laag hebt geschat, bel dan de Belastingtelefoon: 0800 - 0543. Hebt u een bestaande woning gekocht en nog geen WOZ-beschikking gekregen? Vraag dan om zo’n beschikking bij de gemeente.
Bezwaar tegen WOZ-beschikking
Hebt u bij de gemeente een bezwaarschrift ingediend, omdat u het niet eens was met de vastgestelde WOZ-waarde? En is uw bezwaar toegewezen? Ga dan uit van de nieuwe WOZ-waarde. Heeft de gemeente nog geen uitspraak gedaan, ga dan uit van de WOZ-waarde die op de beschikking staat. Als de gemeente uw bezwaar alsnog toewijst en de WOZ-waarde lager vaststelt, bel dan de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Geen WOZ-beschikking gekregen
In bepaalde gevallen krijgt u geen WOZ-beschikking. Bijvoorbeeld als u een woning in het buitenland of een woonboot had. U neemt dan de waarde van de woning in het economische verkeer op 1 januari 2008. Woonde u in een woonboot en hebt u van de gemeente een beschikking voor de roerende woonruimtebelasting gekregen? Gebruik dan de waarde die op deze beschikking staat.
Privégebruik auto
Reed u in 2009 in een auto van uw onderneming? En gebruikte u deze auto ook privé? Dan moet u voor dat privégebruik een bedrag verrekenen met de autokosten van uw onderneming. Dit bedrag is maximaal het bedrag van de autokosten. Hoeveel u moet verrekenen met uw autokosten, hangt af van de waarde van de auto. In het
algemeen geldt dat u minimaal 25% van de waarde van de auto moet verrekenen met de autokosten. Alleen als u kunt bewijzen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé reed, hoeft u niets te verrekenen. Voor bepaalde bestelauto’s geldt een andere regeling (zie Privégebruik bestelauto). Woon-werkverkeer valt ook onder
zakelijke kilometers.
Lagere bijtelling voor zeer zuinige auto’s
Voor een zeer zuinige (bestel)auto geldt een lagere bijtelling van minimaal 14% van de waarde van de auto. Een auto is zeer zuinig als de CO2-uitstoot van de auto lager is dan:
– 95 gram per kilometer bij een auto die op diesel rijdt
– 1 0 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt
U moet kunnen bewijzen dat de auto hieraan voldoet.
Lagere bijtelling voor ‘zuinige’ auto
Voor een zuinige (bestel)auto geldt een lagere bijtelling van minimaal 20% van de waarde van de auto. Een auto is zuinig als de CO2-uitstoot van de auto:
– hoger is dan 95 gram per kilometer, maar niet hoger is dan 11 6 gram per kilometer, bij een auto die op diesel rijdt
– hoger is dan 11 0 gram per kilometer, maar niet hoger is dan 140 gram per kilometer, bij een auto die niet op diesel rijdt
U moet kunnen bewijzen dat de auto hieraan voldoet.
De CO2-uitstoot van een auto staat op het milieulabel (voor nieuwe personenauto’s sinds 20 januari 2001) en op het certificaat van overeenstemming. U kunt dit certificaat opvragen bij de fabrikant of de importeur. U kunt ook de CO2-uitstoot opzoeken in het brandstofverbruikboekje dat de Rijksdienst Wegverkeer (RDW) elk jaar uitgeeft.
Waarde auto
De waarde van de auto is de oorspronkelijke catalogusprijs inclusief btw en bpm (belasting van personenauto’s en motorrijwielen) en inclusief de accessoires die de dealer of de importeur vóór de kentekenstelling heeft aangebracht. Bepalend is de officiële nieuwprijs van de auto op de datum dat deel 1 van het kenteken is afgegeven.
Uitzondering
Is uw personenauto of bestelauto ouder dan 15 jaar? Dan geldt vanaf het moment dat de auto ouder is dan 15 jaar de waarde in het economische verkeer in 2009. Als de auto bijvoorbeeld op 1 mei 2009 15 jaar oud was, gaat u de eerste vier maanden uit van de catalogus prijs en de overige maanden van de waarde in het economische verkeer.
Deel van 2009 auto van onderneming
Had u maar een deel van 2009 een auto van uw onderneming? Dan berekent u het bedrag dat u met de autokosten moet verrekenen over die periode. De privékilometers over deze periode rekent u om naar kilometers op jaarbasis.
Voorbeeld
U had van 1 januari tot en met 31 maart een auto van uw onderneming met een catalogusprijs van € 20.000. U hebt in die periode 100 kilometer privé met die auto gereden. U beschikte in 2009 dus 90 dagen over de auto. Omgerekend naar een heel jaar hebt u 365/90 x 100 = 405 kilometer privé gereden. Omdat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé reed, hoeft u niets met uw autokosten te verrekenen. Kunt u niet bewijzen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer hebt gereden? Dan moet u minimaal 25% van de waarde van de auto verrekenen met de autokosten (zie Rittenregistratie). Had u een zeer zuinige auto, dan moet u minimaal 14% van de waarde van de auto verrekenen met de autokosten. En bij een zuinige auto is dat minimaal 20% van de waarde van de auto.
Voorbeeld
U hebt van 1 januari tot en met 31 maart 2009 kilometer privé met de auto gereden. Omgerekend naar een heel jaar zou u 365/90 x 200 = 811 kilometer privé gereden hebben. Het bedrag dat u met de autokosten moet verrekenen, is op jaarbasis minimaal 25% van € 20.000 = € 5.000. Voor 90 dagen is dat dus 90/365 x € 5.000 =
€ 1.232. Voor een zeer zuinige auto gaat u uit van minimaal 14% en voor een zuinige auto gaat u uit van minimaal 20%.
Deel van 2009 een andere auto
Kreeg u in de loop van het jaar een andere auto van uw onderneming? Dan moet u het privégebruik voor elke auto berekenen over de periode waarin u die auto gebruikte. Het totaal van die berekeningen verrekent u met de autokosten. Alleen als u op jaarbasis met de auto’s in totaal niet meer dan 500 kilometer privé reed, hoeft u niets
met de autokosten te verrekenen.
Meer dan één auto tegelijkertijd
Had u in 2009 tegelijkertijd meer dan een auto van uw onderneming? Bereken dan het privégebruik voor elke auto apart. Het totaal van die berekeningen verrekent u met de autokosten. Alleen als u op jaarbasis met de auto’s in totaal niet meer dan 500 kilometer privé reed, hoeft u niets met de autokosten te verrekenen.
Privégebruik bestelauto
De regels voor privégebruik gelden ook voor bijna alle bestelauto’s. Uitzondering hierop zijn bestelauto’s die bijna uitsluitend geschikt zijn voor het vervoer van goederen. Het gaat dan bijvoorbeeld om auto’s die alleen een bestuurdersstoel hadden en waarvan de bevestigingspunten van de passagiersstoel waren weggeslepen of dichtgelast. In dat geval verrekent u het aantal privékilometers maal de werkelijke kilometerprijs met de autokosten.
Als u aangifte doet met een W-biljet
Vermeld bij vraag 72a van de jaarstukken bij de aangifte:
– het kenteken van de auto(’s)
– de catalogusprijs
– de periode dat u de auto(’s) van uw onderneming had Had u een auto had met een buitenlands kenteken? Vul dan in: AAAA01. Als u onder het dealerbesluit viel, vul dan in: AAAA02. Als u het juiste kenteken niet kunt opgeven omdat u bijvoorbeeld het kenteken niet meer weet, vul dan in: AAAA03. Als u een rittenregistratie hebt bijgehouden, kruis dan het hokje ‘Ja’ bij vraag 72a aan. Had u meer dan twee auto’s van uw onderneming? Vermeld dan de gegevens van de twee auto’s die u het langst hebt gebruikt en kruis het hokje bij vraag 72b aan.
Rittenregistratie
Als u overtuigend kunt aantonen dat u in 2009 op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer hebt gereden met de auto, hoeft u niets te verrekenen met de autokosten. U kunt dit bijvoorbeeld aantonen door een rittenregistratie bij te houden. De rittenregistratie moet het volgende vermelden:
– het merk van de auto
– het type van de auto
– het kenteken van de auto
– de periode waarin u de mogelijkheid had om de auto te gebruiken
Vermeld per rit:
– de datum
– de begin- en eindstand van de kilometerteller
– het vertrek- en aankomstadres Had u een afspraak waar u vanaf uw werkadres heen reed en reed u daarna weer terug? Dan hebt u twee ritten gemaakt.
– de route die u hebt gereden Dit doet u alleen als dit niet de meest gebruikelijke route was.
– of het een privérit of een zakelijke rit was Hebt u tijdens uw werk een privébezoek gebracht (bijvoorbeeld
aan de dokter) en gebruikte u daarvoor de auto om tijd te besparen? Dan geldt dit als een privérit. Voldoet uw rittenregistratie niet aan deze eisen of hebt u geen rittenregistratie bijgehouden? Dan moet u minimaal 25% van de waarde van de auto verrekenen met de autokosten van uw onderneming. Had u een zeer zuinige auto, dan moet u minimaal 14% van de waarde van de auto verrekenen met de autokosten. Bij een zuinige auto is dat minimaal 20% van de waarde van de auto. Alleen als u op een andere manier kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden, hoeft u niets te verrekenen. Stuur uw rittenregistratie of andere bewijzen niet mee met uw aangifte.
Eenvoudige rittenregistratie
Maakt u voor uw werk veel ritten op een dag? Dan kan het bijhouden van een rittenregistratie een grote (administratieve en financiële) last zijn voor u. In dat geval mag u ook het bewijs leveren met een combinatie
van:
– een eenvoudige rittenregistratie
– de zakelijke adressen in uw (project)administratie Bij een eenvoudige rittenregistratie is privé-gebruik van de auto tijdens werk- en lunchtijd niet toegestaan.
Meer informatieover rittenregistratie vindt u op www.belastingdienst.nl. U kunt ook de BelastingTelefoon bellen: 0800 -0543, op werkdagen van maandag tot en met donderdag van 8.00 tot 20.00 uur en op vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur.
Gebruik privévervoermiddel
Gebruikte u in 2009 in uw onderneming een vervoermiddel dat uw eigendom was of dat u privé huurde, bijvoorbeeld een auto of een motor? Dan mag u voor de zakelijke ritten € 0,19 per kilometer van uw winst aftrekken.
Gebruik privégoederen
Gebruikte u in 2009 in uw onderneming goederen die u moet aangeven in box 3? Dan mag u de kosten van het zakelijke gebruik van de winst aftrekken. U mag maximaal het bedrag aftrekken dat in box 3 is belast. U hoeft daarbij geen rekening te houden met het heffingvrij vermogen. Dit geldt niet voor vervoermiddelen (zie Gebruik privévervoermiddel).
Voorbeeld
U had in 2009 vanaf 1 juli 35% van uw privépand, dat al bij box 3 hoorde, in gebruik bij uw onderneming. De gemiddelde waarde van dat deel was in 2009 € 50.000. Het voordeel uit sparen en beleggen van dat deel is dan 4% x € 50.000 = € 2.000. Op jaarbasis mag u dan maximaal € 2.000 als kosten van de winst aftrekken. Voor een half jaar is dit dus maximaal € 1.000.
(Gedeeltelijke) doorschuiving of staking onderneming
Als u de onderneming (gedeeltelijk) hebt verkocht, moet u in principe belasting betalen over de stakingswinst. In bepaalde gevallen kunt u de belasting over de stakingswinst doorschuiven naar degene die de onderneming heeft overgenomen. Van deze faciliteit kunt u gebruikmaken als u (een deel van) de onderneming hebt overgedragen aan iemand die al ten minste 36 maanden met u heeft samengewerkt (bijvoorbeeld in een firma) of die al ten minste 36 maanden bij u in loondienst was.
Willekeurige afschrijving
Willekeurig afschrijven betekent dat u naast de gewone afschrijving zelf bepaalt hoe en wanneer u een bedrijfsmiddel afschrijft. De boekwaarde van het bedrijfsmiddel mag niet lager worden dan de restwaarde. Willekeurige afschrijving geldt voor bepaalde bedrijfsmiddelen, zoals milieubedrijfsmiddelen.
Meer informatie over willekeurige afschrijving van bepaalde milieuvriendelijke investeringen vindt u in de brochure Milieulijst MIA/VAMIL 2009. Deze brochure downloadt u van www.belastingdienst.nl. Of bel de Belastingtelefoon: 0800 - 0543.
Investeringen in bedrijfsmiddelen in het belang van de economische ontwikkeling
Met ingang van 2009 is willekeurige afschrijving ook mogelijk op investeringen in bedrijfsmiddelen in het belang van de economische ontwikkeling.
Meer informatie over willekeurige afschrijving op investeringen in bedrijfsmiddelen in het belang van de economische ontwikkeling vindt u op www.belastingdienst.nl. Of bel de Belastingtelefoon: 0800 - 0543.
Startende ondernemer
Was u een startende ondernemer? Dan kunt u ook zelf bepalen hoe en wanneer u bedrijfsmiddelen afschrijft die u in de startfase van uw onderneming hebt gekocht. U moet dan wel aan de volgende voorwaarden voldoen:
– Uw onderneming was een eenmanszaak, een maatschap, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma.
– U voldeed aan de voorwaarden van de startersaftrek (zie de voorwaarden in de toelichting bij uw aangifte inkomstenbelasting). Voldoet u aan de bovenstaande voorwaarden? Dan gelden voor u de volgende regels:
– U mag alleen willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die u kocht in de jaren dat u startersaftrek kon krijgen of in het jaar ervoor (het aanloopjaar).
– U mag niet willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen waarvoor u geen kleinschaligheidsinvesteringsaftrek kon krijgen.
– In 2009 komen investeringen in bedrijfsmiddelen tot een maximum van € 240.000 in aanmerking voor willekeurige afschrijving. Waren uw totale investeringen in 2009 hoger? Dan mag u zelf kiezen op welke bedrijfsmiddelen u willekeurig afschrijft.
Let op!
Soms moet u de boekwaarde in 2009 aanpassen van het bedrijfsmiddel waarop u willekeurig hebt afgeschreven. Dit moet als binnen vijf jaar (tien jaar voor zeeschepen) na het begin van het jaar waarin u de investering deed, een van de volgende situaties zich voordeed:
– U verhuurde het bedrijfsmiddel.
– Op de winst die u met het bedrijfsmiddel maakte, was een regeling van toepassing ter voorkoming van dubbele belasting (door Nederland en een ander land).
– U gebruikte het bedrijfsmiddel voor het bosbedrijf.
In deze gevallen moet u de boekwaarde van het bedrijfsmiddel bepalen op basis van de waarde die het gehad zou hebben als u niet willekeurig had afgeschreven. Het verschil tussen de oude en nieuwe boekwaarde is winst. Zie de voorbeelden hierna.
Voorbeeld 1
Startend ondernemer X koopt op 1 juli 2007 een vrachtwagen voor € 150.000. X schrijft willekeurig af: over 2007 € 60.000 en over 2008 € 80.000. De boekwaarde op 31 december 2008 is € 10.000. Bij normale afschrijving (stel 7 jaar, restwaarde € 10.000) zou de boekwaarde € 120.000 zijn. Vanaf 1 januari 2009 verhuurt X de vrachtwagen. Daardoor voldoet hij niet meer aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijving. De termijn van 5 jaar, waarbinnen u de willekeurige afschrijving weer bij de winst moet tellen, start op 1 januari 2007 (het begin van het jaar waarin X investeerde). Gevolg: X moet in 2009 de vrachtwagen opwaarderen van € 10.000 naar € 120.000. Hierbij komt een boekwinst naar voren van € 11 0.000. Over 2009 kan hij nog wel een normale afschrijving toepassen van € 20.000.
Voorbeeld 2
Startend ondernemer Y koopt op 1 juli 2004 een vrachtwagen voor € 150.000. Y schrijft willekeurig af: over 2004 € 60.000 en over 2005 € 80.000. De boekwaarde op 31 december 2008 is € 10.000. Bij normale afschrijving (stel 7 jaar, restwaarde € 10.000) zou de boekwaarde op 31 december 2008 € 60.000 zijn. Per 1 januari 2009 verhuurt Y de vrachtwagen. Daardoor voldoet hij in principe niet meer aan de voorwaarden voor willekeurige afschrijving.
De termijn van 5 jaar, waarbinnen u de willekeurige afschrijving weer bij de winst moet tellen, start op 1 januari 2004 (het begin van het jaar waarin Y investeerde). Gevolg: op 1 januari 2009 is de termijn van 5 jaar verstreken. Y hoeft de boekwaarde van de vrachtauto niet op te waarderen.
Meer informatie over willekeurige afschrijving vindt u op www.belastingdienst.nl. Of bel de Belastingtelefoon: 0800 - 0543.
Bron: www.belastingdienst.nl |