|
Volgde u in 2009 een opleiding of een studie voor uw (toekomstige) beroep? Dan mag u de uitgaven hiervoor, zoals lesgeld en de uitgaven voor boeken, aftrekken als persoonsgebonden aftrek. In de toelichting bij uw aangifteformulier inkomstenbelasting staat algemene informatie over de aftrek van scholingsuitgaven. In deze aanvullende toelichting leest u hoe u de aftrek berekent als aan u ook studiefinanciering is toegekend.
Let op!
Heeft uw fiscale partner ook studiekosten? Dan maakt u twee aparte berekeningen; een voor u en een voor uw fiscale partner. Zowel voor u als voor uw fiscale partner geldt een drempel van € 500.Hoe werkt deze aanvullende toelichting Hebt u studiekosten en is aan u studiefinanciering toegekend? Dan is de berekening van de aftrek studiekosten ingewikkeld. Daarom is de berekening in een aantal stappen beschreven. Bij Wat hebt u nodig om de aftrek studiekosten te berekenen ziet u een overzicht van wat u nodig hebt om de berekening te kunnen maken. Vervolgens werken we dit per onderdeel uit. Ook laten we met schema’s en voorbeelden zien hoe u de berekening van de aftrek maakt op diverse momenten tijdens en na de studie.
Let op!
U kunt ook aangifte doen met het aangifteprogramma. U berekent dan digitaal met de rekenhulp in het aangifteprogramma uw aftrek studiekosten. Dit programma staat op onze internetsite.
Wat hebt u nodig om de aftrek studiekosten te berekenen
Om uw aftrek studiekosten te berekenen hebt u gegevens nodig over:
– uw studiekosten
– de normbedragen
– de studiefinanciering
Wij maken onderscheid in studies mbo en studies hbo/wo. Ook is de berekening voor verschillende fases van de studie anders. Daarbij speelt ook een rol of uw prestatiebeurs is omgezet in een rentedragende lening, en of die vervolgens is omgezet in een gift. Hierna leest u informatie over deze onderwerpen .
Uw studiekosten
Welke kosten u kunt aftrekken, leest u in de toelichting bij uw aangifteformulier inkomstenbelasting. U mag onder andere het lesgeld of (instellings)collegegeld aftrekken. Hoeveel het lesgeld of (instellings)collegegeld is, staat in de tabel de Tabel Overzicht lesgeld mbo en de Tabel Overzicht collegegeld hbo/wo.
U moet het lesgeld of (instellings)collegegeld wel herrekenen. Het is namelijk niet volledig aftrekbaar in het jaar waarin u dit hebt betaald. U kent het lesgeld of collegegeld toe aan de maanden van het kalenderjaar waarop het bedrag betrekking heeft. Het maakt niet uit in welk jaar u ze betaald hebt. Voor de overige kosten zoals voor boeken neemt u de werkelijke kosten. U trekt deze kosten af in het jaar waarin u ze betaald hebt.
Normbedragen
Voor iedere maand dat u studiefinanciering is toegekend, geldt een normbedrag. U hebt de maandelijkse normbedragen nodig om uw aftrek te berekenen. Deze normbedragen ziet u hieronder in de Tabel Normbedragen mbo en de Tabel normbedragen hbo/wo.
Studiefinanciering
De manier waarop u rekening houdt met de studiefinanciering, maakt u op uit de schema’s Berekening aftrek bij mbo en Berekening aftrek bij hbo/wo.
Uw prestatiebeurs wordt lening?
Haalde u te weinig studiepunten? Dan wordt de prestatiebeurs een rentedragende lening. U krijgt hiervan na een jaar bericht van de IB-Groep. Nadat u uw studie hebt beëindigd, krijgt u een definitief bericht of uw lening wordt omgezet in een gift.
De volgende situaties zijn dan mogelijk:
– Is in 2009 uw prestatiebeurs over een eerder jaar omgezet in een rentedragende lening? Uw aftrek studiekosten voor de jaren waarop de prestatiebeurs betrekking had, hoeft niet aangepast te worden.
– Is in 2009 deze rentedragende lening over een eerder jaar definitief niet omgezet in een gift? U kunt in 2009 alsnog het bedrag aftrekken dat u in dat eerdere jaar niet mocht aftrekken omdat u toen een prestatiebeurs had.
– Is in 2009 deze rentedragende lening over een eerder jaar definitief omgezet in een gift? Dan mag u geen studiekosten meer aftrekken.
Fases van de studie
Omdat de berekening voor verschillende fases in uw studie anders is, gaan we hierbij uit van de 3 volgende situaties:
– het jaar waarin u uw studie begint
– de tussenliggende jaren
– het jaar waarin u uw bij studie eindigt
De voorbeelden ziet u hierna bij Berekening aftrek bij mbo en bij Berekening aftrek bij hbo/wo.
Uw prestatiebeurs wordt een gift?
Aan het eind van de studie beoordeelt de IB-Groep aan de hand van de studieresultaten of de prestatiebeurs definitief wordt omgezet in een gift. Zie Definitieve beschikking IB-Groep en Uw prestatiebeurs is niet/wel omgezet in een gift welke gevolgen dit heeft voor de aftrek in het jaar dat u die beschikking kreeg.
Berekening aftrek bij mbo
U kunt in een aantal stappen uw totale aftrek berekenen.
– Ga na voor welke maanden u in 2009 studiefinanciering kreeg of er recht op had. Tel de prestatiebeurs die aan u is toegekend over die maanden bij elkaar.
– Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar. Zie Tabel
Normbedragen mbo.
– Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met twee. Dit bedrag vergelijkt u met de herrekende studiekosten die u voor deze studie had. De herrekende studiekosten bestaan uit de volgende bedragen:
– het lesgeld voor de maanden dat u de studie in 2009 volgde
– andere aftrekbare studiekosten die u hebt gemaakt in 2009 zoals kosten voor boeken
Schema bepalen aftrek in studiejaar
Voorbeeld (het jaar waarin u uw studie begint)
U volgde van augustus tot en met december 2009 een mbo-opleiding. Voor de maanden augustus tot en met december is het normbedrag € 133,41 per maand. Het totaal van de normbedragen voor deze maanden is
€ 667,05. Tweemaal dit totaal van € 667,05 is dan € 1.334,10. U betaalde lesgeld. Voor het schooljaar 2009-2010 is het lesgeld € 1.013. Het lesgeld is per maand € 1.013 : 12 = € 84,41. Het lesgeld voor de maanden augustus tot en met december is dan € 422,05. Daarnaast betaalde u voor boeken € 1.400. Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 1.822,05 (€ 422,05 + € 1.400). Uw herrekende studiekosten zijn hoger dan
€ 1.334,10, tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen.
De IB-groep kende u in de maanden augustus tot en met december 2009 een prestatiebeurs toe van € 73,56 per maand. In totaal 2009 vijf maal € 73,56 is € 367,80. U mag nu de herrekende studiekosten min het totaal van de normbedragen en min het totaal van de prestatiebeurs aftrekken. In dit voorbeeld is dat € 1.822,05 - € 667,05 –
€ 367,80 = € 787,20. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus een aftrek van € 287,20.
Voorbeeld (tussenliggende jaren)
U volgde van januari tot en met december 2009 een mbo-opleiding. Voor de maanden januari tot en met juli is het normbedrag € 131,75 per maand. Voor de maanden augustus tot en met december is het normbedrag € 133,41 per maand. Het totaal van de normbedragen voor 2009 is € 1.589,30. Tweemaal dit totaal van € 1.589,30 is dan
€ 3.178,60. U betaalde lesgeld. Voor het schooljaar 2008-2009 is het lesgeld € 993. Het lesgeld is per maand
€ 993 : 12 = € 82,75. Het lesgeld voor de maanden januari tot en met juli is dan € 579,25. Voor het schooljaar 2009-2010 is het lesgeld € 1.013. Het lesgeld is per maand € 1.013 : 12 = € 84,41. Het lesgeld voor de maanden augustus tot en met december is dan € 422,05. Het lesgeld voor 2009 is in totaal € 1.001,30. Daarnaast betaalde u voor boeken € 1.800. Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 2.801,30 (€ 1.001,30 + € 1.800). Uw herrekende studiekosten zijn lager dan € 3.178,60, tweemaal het totaal van de voor u geldende
normbedragen.
De IB-Groep kende u in de maanden januari tot en met december 2009 een prestatiebeurs toe van € 73,56 per maand. In totaal in 2009 twaalf maal € 73,56 is € 882,72.
U mag nu het verschil tussen het totaal van de normbedragen en het totaal van de prestatiebeurs aftrekken. In dit voorbeeld is dat € 1.589,30 - € 882,72 = € 706,58. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus een aftrek van € 206,58.
Voorbeeld (bij einde studie)
U volgde van januari tot en met juli 2009 een mbo-opleiding. Voor de maanden januari en met juli is het normbedrag € 131,75 per maand. Het totaal van de normbedragen voor deze maanden is € 922,25. Tweemaal dit totaal van € 922,25 is dan € 1.844,50.
U betaalde lesgeld.
Voor het schooljaar 2008-2009 is het lesgeld € 993. Het lesgeld is per maand € 993 : 12 = € 82,75. Het lesgeld
voor de maanden januari tot en met juli is dan € 579,25. Daarnaast betaalde u voor boeken € 500. Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 1.079,25 (€ 579,25 + € 500). Uw herrekende studiekosten zijn lager dan € 1.844,50, tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen.
De IB-Groep kende u in de maanden januari tot en met juli 2009 een prestatiebeurs toe van € 73,56 per maand. In totaal in 2009 zevenmaal € 73,56 is € 514,92. U mag nu het verschil tussen het totaal van de normbedragen en
het totaal van de prestatiebeurs aftrekken. In dit voorbeeld is dat € 922,25 - € 514,92 = € 407,33. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus geen aftrek.
Definitieve beschikking IB-Groep
Nadat u van de IB-Groep de definitieve beschikking hebt ontvangen kan u misschien ook in het jaar dat u die beschikking kreeg een aftrek van studiekosten krijgen. Dat hangt er onder meer van af of uw prestatiebeurs wordt omgezet in een gift. Met welke bedrag van uw prestatiebeurs u rekening houdt, leest u bij Uw prestatiebeurs is niet/ wel omgezet in een gift.
Berekening aftrek bij hbo/wo
U kunt in een aantal stappen uw aftrek berekenen.
– Ga na voor welke maanden u in 2009 studiefinanciering kreeg of er recht op had. Tel de prestatiebeurs die aan u is toegekend over die maanden bij elkaar.
– Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar. Zie Tabel normbedragen hbo/wo.
– Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met twee. Dit bedrag vergelijkt u met de herrekende studiekosten die u voor deze studie had.
De herrekende studiekosten bestaan uit de volgende bedragen:
– het (instellings)collegegeld voor de maanden waarin u de studie volgde
– andere aftrekbare studiekosten die u hebt gemaakt in 2009, zoals kosten van boeken
Schema bepalen aftrek in studiejaar
Voorbeeld (het jaar waarin u uw studie begint)
U volgde in de maanden september tot en met december 2009 een universitaire opleiding. U betaalde € 1.597 collegegeld. Uw overige studiekosten zijn in deze maanden € 4.000. De IB-Groep kende u in de maanden september tot en met december 2009 een prestatiebeurs toe van € 93,29 per maand. In totaal in 2009 viermaal
€ 93,29 is € 373,16. Voor de maanden september tot en met december is het normbedrag € 189,08 per maand. Het totaal van de normbedragen over deze periode is voor u viermaal € 189,08 is € 756,32. Tweemaal dit totaal
van € 756,32 is dan € 1.512,64.
U betaalde € 1.597 collegegeld. Per maand is het collegegeld € 133,08. Het collegegeld voor de maanden september tot en met december is dan € 532,32. Daarnaast betaalde u voor overige studiekosten € 4.000. Uw herrekende studiekosten over deze periode zijn in totaal € 4.532,32 (€ 532,32 + € 4.000). Uw herrekende studiekosten zijn hoger dan tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen: € 1.512,64. U mag nu het verschil tussen uw werkelijke kosten en het totale normbedrag aftrekken. Daarna trekt u hiervan af het totaalbedrag van de prestatiebeurs.
In dit voorbeeld is dat € 4.532,32 - € 756,32 - € 373,16 = € 3.402,84. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus na afronding een aftrek van € 2.903.
Voorbeeld (tussenliggende jaren)
U volgde in de maanden januari tot en met december 2009 een universitaire opleiding. U betaalde voor studiejaar 2008/2009 € 1.565 collegegeld. Voor het studiejaar 2009/2010 is dat € 1.597. Uw overige studiekosten zijn
€ 4.000. De IB-Groep kende u in de maanden januari tot en met december 2009 een beurs toe van € 93,29 per
maand. In totaal in 2009 twaalfmaal € 93,29 is € 1.11 9,48.
Voor de maanden januari tot en met augustus is het normbedrag € 186,42 per maand. Voor de maanden september tot en met december is het normbedrag € 189,08 per maand. Het totaal van de normbedragen over 2009 is € 2.247,68. Tweemaal dit totaal van € 2.247,68 is dan € 4.495,36.
U betaalde voor studiejaar 2008/2009 € 1.565 collegegeld.
Het collegegeld is per maand € 1.565 : 12 = € 130,41. Het collegegeld voor de maanden januari tot en met augustus 2009 is dan € 1.043,28. U betaalde voor studiejaar 2009/2010 € 1.597 collegegeld. Het collegegeld is per maand € 1.597 : 12 = € 133,08. Het collegegeld voor de maanden september tot en met december 2009 is dan € 532,32. Daarnaast betaalde u voor overige studiekosten € 4.000. Uw herrekende studiekosten over deze periode zijn in totaal € 5.575,60 (€ 1.043,28 + € 532,32 + € 4.000).
Uw herrekende studiekosten zijn hoger dan tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen:
€ 4.495,36. U mag nu het verschil tussen uw werkelijke kosten en het totale normbedrag aftrekken. Daarna trekt u hiervan af het totaalbedrag van de prestatiebeurs. In dit voorbeeld is dat € 5.575,60 - € 2.247,68 - € 1.11 9,48 = € 2.208,44. U moet wel nog rekening houden met de drempel van
€ 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus na afronding een aftrek van € 1.709.
Voorbeeld (bij einde studie)
U volgde in de maanden januari tot en met juni 2009 een universitaire opleiding. U betaalde in 2008 voor studiejaar 2008/2009 €1.565 collegegeld. Uw overige studiekosten zijn in deze maanden € 1.000. De IB-Groep kende u in de maanden januari tot en met juni 2009 een prestatiebeurs toe van € 93,29 per maand. In totaal in 2009 zesmaal € 93,29 is € 559,74.
Voor de maanden januari tot en met juni is het normbedrag € 186,42 per maand. Het totaal van de normbedragen over deze periode is voor u zesmaal € 186,42 is € 1.11 8,52. Tweemaal dit totaal van € 1.11 8,52 is dan
€ 2.237,04.
U betaalde voor het studiejaar 2008/2009 € 1.565 collegegeld. Het collegegeld is per maand € 1.565 : 12 = € 130,41. Het collegegeld voor de maanden januari tot en met juni 2009 is dan € 782,46. Daarnaast betaalde u voor overige studiekosten € 1.000. Uw herrekende studiekosten over deze periode zijn in totaal € 1.782,46 (€ 782,46 + € 1.000). Uw herrekende studiekosten zijn niet hoger dan tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen: € 2.237,04. U mag nu het verschil tussen het totaal van de normbedragen en het totaal van de
prestatiebeurs aftrekken. In dit voorbeeld is dat € 1.11 8,52 - € 559,74 = € 558,78. U moet wel nog rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus een aftrek van € 58,78.
Definitieve beschikking IB-Groep
Nadat u van de IB-Groep de definitieve beschikking hebt ontvangen kan u misschien ook in het jaar dat u die beschikking kreeg een aftrek van studiekosten krijgen. Dat hangt er onder meer van af of uw prestatiebeurs wordt omgezet in een gift. Met welke bedrag van uw prestatiebeurs u rekening houdt, leest u bij Uw prestatiebeurs is niet/wel omgezet in een gift.
Uw prestatiebeurs is niet/wel omgezet in een gift
Met het schema Aftrek studiekosten in jaar dat prestatiebeurs wel/niet wordt omgezet in gift beoordeelt u of u de kosten kunt aftrekken in
het jaar dat u van de IB-Groep de definitieve beschikking krijgt. Het gaat hier om de beschikking of de prestatiebeurs is omgezet in een gift. Ga bij de berekening van uw aftrek steeds uit van de bedragen per kalenderjaar. Na dit schema vindt u een paar rekenvoorbeelden.
Schema: Aftrek studiekosten in jaar dat prestatiebeurs wel/niet wordt omgezet in gift
Voorbeeld berekening aftrek studiekosten bij prestatiebeurs
U vindt hier de volgende twee berekeningen van de aftrek:
– over het jaar waarin de kosten zijn gedaan
– over het jaar waarin de IB-Groep u een definitieve beschikking stuurt over het al dan niet omzetten van de prestatiebeurs in een gift Dit voorbeeld sluit aan op beide schema’s voor berekening van de aftrek studiekosten bij een prestatiebeurs.
Voorbeeld
Jaar van uitgaven 2005 2006 2007 Studiekosten € 6.500 € 4.000 € 3.000 Normbedragen € 2.100 € 2.135 € 2.165 Prestatiebeurs € 1.500 € 1.535 € 2.200
In 2009 stuurt de IB-Groep een beschikking dat de prestatiebeurs niet wordt omgezet in een gift.
Berekening aftrek 2005:
– De werkelijke studiekosten in 2005 zijn hoger dan tweemaal de normbedragen.
– De aftrek is dan: € 6.500 - € 2.100 - € 1.500 = € 2.900. Berekening aftrek 2006:
– De werkelijke studiekosten in 2006 zijn lager dan tweemaal de normbedragen.
– De normbedragen zijn hoger dan de prestatiebeurs.
– De aftrek is dan € 2.135 - € 1.535 = € 600. Berekening aftrek 2007:
– De werkelijke studiekosten in 2007 zijn lager dan tweemaal de normbedragen.
– De normbedragen zijn lager dan de prestatiebeurs.
– U kunt dan geen kosten aftrekken.
Berekening aftrek 2009
– Bereken eerst de aftrek per kalenderjaar opnieuw. Herberekening aftrek over 2005:
– De werkelijke studiekosten in 2005 zijn hoger dan tweemaal de normbedragen.
– De aftrek is dan: € 6.500 - € 2.100 = € 4.400. De aftrek in 2005 was € 2.900. De aftrek in 2009 is dan € 4.400 - € 2.900 = € 1.500. Herberekening aftrek over 2006:
– De werkelijke studiekosten in 2006 zijn lager dan tweemaal de normbedragen.
– De normbedragen zijn hoger dan de prestatiebeurs.
– De aftrek is dan € 2.135. De aftrek in 2006 was € 600. De aftrek in 2009 is dan € 2.135 - € 600 = € 1.535.
Herberekening aftrek over 2007:
– De werkelijke studiekosten in 2007 zijn lager dan tweemaal de normbedragen.
– De normbedragen zijn lager dan de prestatiebeurs.
– De aftrek is dan € 2.165. De aftrek in 2007 was 0. De aftrek in 2009 is dan € 2.165. Totaal in 2009 aftrekbaar: € 1.500 + € 1.535 + € 2.165 = € 5.200. U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500.
Maximum aftrekbaar bedrag
U mag maximaal € 15.000 als studiekosten of andere scholingsuitgaven aftrekken. Dat maximale bedrag geldt niet in de volgende situaties:
– U mag het maximum verhogen als uw prestatiebeurs in 2009 definitief niet werd omgezet in een gift. Het maximum verhoogt u met het bedrag dat u als aftrekbare studiekosten mag aftrekken, doordat uw prestatiebeurs definitief niet is omgezet in een gift.
– U volgde in 2009 een studie of opleiding tijdens de standaardstudieperiode. De standaardstudieperiode is een periode van maximaal 16 kalenderkwartalen waarin u voornamelijk studeert. U besteedt in die periode zoveel tijd aan uw studie dat u daarnaast geen volledige baan kon hebben. Deze standaard periode ligt tussen de dag dat u 18 jaar wordt en de dag dat u 30 jaar wordt. U bepaalt zelf op welke datum deze periode ingaat. De periode hoeft niet aaneengesloten te zijn. In de volgende tabellen vindt u de normbedragen mbo en hbo/wo, het overzicht lesgeld mbo en het overzicht collegegeld hbo/wo.
In de volgende tabellen vindt u de normbedragen mbo en hbo/wo, het overzicht lesgeld mbo en het overzicht collegegeld hbo/wo.
Tabel normbedragen mbo
Periode Bedrag per maand
1 januari 2009 tot en met 31 juli 2009 E 131,75
1 augustus tot en met 31 december 2009 E 133,41
1 januari 2008 tot en met 31 juli 2008 E 129,25
1 augustus tot en met 31 december 2008 E 130,75
1 januari tot en met 31 juli 2007 E 126,88
1 augustus tot en met 31 augustus 2007 E 127,88
1 september tot en met 31 december 2007 E 128,25
1 januari tot en met 31 juli 2006 E 124,93
1 augustus tot en met 31 december 2006 E 126,10
1 januari tot en met 31 juli 2005 E 123,32
1 augustus tot en met 31 december 2005 E 124,40
1 januari tot en met 31 juli 2004 E 120,70
1 augustus tot en met 31 december 2004 E 122,37
1 januari tot en met 31 juli 2003 E 116,68
1 augustus tot en met 31 december 2003 E 119,26
1 januari tot en met 31 juli 2002 E 112,07
1 augustus tot en met 31 december 2002 E 114,80
1 januari tot en met 31 juli 2001 E 108,95
1 augustus tot en met 31 december 2001 E 111,07
1 januari tot en met 31 juli 2000 E 106,32
1 augustus tot en met 31 december 2000 E 108,09
1 januari tot en met 31 juli 1999 E 95,39
1 augustus tot en met 31 december 1999 E 105,53
1 januari tot en met 31 juli 1998 E 94,49
1 augustus tot en met 31 december 1998 E 94,49
1 januari tot en met 31 juli 1997 E 92,23
1 augustus tot en met 31 december 1997 E 92,60
Tabel normbedragen hbo/wo
Periode Bedrag per maand
1 januari 2009 tot en met 31 augustus 2009 E 186,42
1 september 2009 tot en met 31 december 2009 E 189,08
1 januari tot en met 31 augustus 2008 E 183,17
1 september tot en met 31 december 2008 E 185,42
1 januari tot en met 31 augustus 2007 E 179,90
1 september tot en met 31 december 2007 E 182,17
1 januari tot en met 31 augustus 2006 E 177,09
1 september tot en met 31 december 2006 E 179,00
1 januari tot en met 31 augustus 2005 E 174,81
1 september tot en met 31 december 2005 E 176,48
1 januari tot en met 31 augustus 2004 E 171,14
1 september tot en met 31 december 2004 E 173,72
1 januari tot en met 31 augustus 2003 E 165,39
1 september tot en met 31 december 2003 E 169,49
1 januari tot en met 31 augustus 2002 E 157,72
1 september tot en met 31 december 2002 E 163,24
1 januari tot en met 31 augustus 2001 E 154,46
1 september tot en met 31 december 2001 E 156,56
1 januari tot en met 31 augustus 2000 E 151,29
1 september tot en met 31 december 2000 E 153,49
1 januari tot en met 31 augustus 1999 E 147,89
1 september tot en met 31 december 1999 E 150,39
1 januari tot en met 31 augustus 1998 E 140,24
1 september tot en met 31 december 1998 E 146,86
1 januari tot en met 31 juli 1997 E 132,96
1 augustus tot en met 31 december 1997 E 139,57
Periode Per jaar Per maand
Studiejaar 2009-2010 € 1.013 € 84,41
Studiejaar 2008-2009 € 993 € 82,75
Studiejaar 2007-2008 € 975 € 81,25
Tabel overzicht lesgeld MBO
Periode Per jaar Per maand
Studiejaar 2009-2010 E 1.597 E 133,08
Studiejaar 2008-2009 € 1.565 € 130,41
Studiejaar 2007-2008 € 1.538 € 128,16
Tabel overzicht collegegeld HBO/WO
Voor rekenhulpen en voorbeelden, zie de website van de Belastingdienst.
Bron: www.belastingdienst.nl |