|
Bij de berekening hoeveel belasting u moet betalen of hoeveel u terugkrijgt, kijken wij naar uw inkomsten. Hoe u uw inkomsten verwerkt in de aangifte, hangt af van het soort inkomsten.
In loondienst werken
Werkte u in loondienst, dan hebt u inkomsten uit loondienst. Hieronder valt uw loon en bijvoorbeeld een ziektewetuitkering of een stagevergoeding. Als u in loondienst werkt, mag u misschien uw reiskosten aftrekken.
Uitkeringen
U kunt verschillende soorten uitkeringen hebben, zoals pensioen en andere uitkeringen. 'Andere uitkeringen' zijn bijvoorbeeld:
•AOW
•bijstandsuitkeringen
•werkloosheidsuitkeringen
•Wajong-uitkeringen
Er zijn ook periodieke uitkeringen, zoals alimentatie.
Niet in loondienst werken
Had u inkomsten waarop geen loonheffing werd ingehouden en die ook geen winst uit onderneming zijn? Dan zijn dit inkomsten uit overig werk. U werkte bijvoorbeeld als freelancer, gastouder, alfahulp, artiest of beroepssporter.
Stelde u in 2010 vermogensbestanddelen ter beschikking aan een vennootschap? Bijvoorbeeld een pand? Vermeld dan in uw aangifte de opbrengsten uit de terbeschikkingstelling. De kosten die u hiervoor hebt gemaakt, mag u van uw opbrengsten aftrekken.
Lijfrente
U kunt een verzekering afsluiten of zelf sparen voor extra inkomen. Bijvoorbeeld voor extra inkomen (lijfrente) vanaf het moment dat u met pensioen gaat. De premies die u hiervoor betaalde, zijn onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar.
Bron: www.belastingdienst.nl |