|
Werkte u in loondienst? Dan ontving u loon en betaalde u hierover belasting en premie volksverzekeringen: de loonheffing. Uw werkgever hield deze loonheffing al voor u in en hield daarbij rekening met een aantal heffingskortingen op uw belasting en premie volksverzekeringen. Er zijn ook andere heffingskortingen. Die vraagt u aan in uw aangifte.
Loonheffing
Loonheffing wordt ingehouden op bijvoorbeeld:
•loon, vakantiegeld, privégebruik auto van de werkgever, gratificaties, tantièmes, provisies en stagevergoedingen
•ziektewetuitkeringen die u kreeg van een uitkeringsinstantie
Loon en ziektewetuitkeringen
In uw aangifte vult u bij 'Loon en ziektewetuitkeringen' de volgende inkomsten uit loondienst (tegenwoordige dienstbetrekking) in:
•uw loon
•ziektewetuitkeringen die u de 1e 2 jaar van uw ziekte kreeg, dus geen WIA- of WAO-uitkeringen
•commissarisbeloningen
•uitkeringen Wet financiering loopbaanonderbreking
•stagevergoedingen
De volgende inkomsten vult u apart in:
•opnamen uit de levensloopvoorziening als u geboren bent in 1948 of eerder
Deze inkomsten vult u in bij 'AOW, pensioen, lijfrente, bijstand en andere uitkeringen'.
•fooien of aandelenoptierechten waarop uw werkgever geen loonbelasting en premie volksverzekeringen (loonheffing) hoefde in te houden
Deze inkomsten vult u in bij 'Fooien, aandelenoptierechten en andere inkomsten uit loondienst die niet onder de loonheffing vielen'.
•buitenlands loon
Deze inkomsten vult u in bij 'Loon en dergelijke uit het buitenland'.
•vrijgestelde inkomsten uit loondienst bij een internationale organisatie
Deze inkomsten vult u in bij 'Vrijgestelde inkomsten als werknemer bij een internationale organisatie'.
Welke inkomsten zijn geen inkomsten uit loondienst?
•stakingsuitkeringen van vakbonden
•freelance-inkomsten, bijverdiensten en inkomsten die u als artiest of beroepssporter niet uit loondienst had
Deze inkomsten vult u in bij 'Inkomsten uit overig werk'.
Jaaropgaaf
Werkte u in loondienst, kreeg u pensioen of had u een uitkering? Dan kreeg u van uw werkgever of uitkeringsinstantie een jaaropgaaf. Hierop staan de bedragen die u moet invullen in uw aangifte. Het gaat om:
•uw loon, pensioen of uitkering
•de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen (loonheffing)
•bepaalde heffingskortingen, zoals de arbeidskorting en de levensloopverlofkorting
Loon of uitkering na overlijden
Als iemand is overleden, kan het zijn dat er bijvoorbeeld loon of een uitkering wordt uitbetaald na zijn overlijden. U geeft dan als erfgenaam uw deel aan als 'inkomsten uit loondienst'. Dat doet iedere erfgenaam in zijn of haar aangifte. Is het loon opgenomen in de jaaropgaaf van de overledene? Dan mag u ervoor kiezen deze inkomsten aan te geven in de aangifte van de overledene.
Zie ook:
Uw echtgenoot, partner of huisgenoot is in 2010 overleden
Inkomsten waarop uw werkgever geen loonheffing hoefde in te houden
Over uw loon betaalde u belasting en premie volksverzekeringen: de loonheffing. Uw werkgever hield deze loonheffing al voor u in. Maar niet over al uw inkomsten uit loondienst is loonheffing ingehouden. Deze vult u in uw aangifte in als 'Fooien, aandelenoptierechten en andere inkomsten uit loondienst die niet onder de loonheffing vielen'.
Fooien
Kreeg u fooien terwijl u in loondienst was? Geef dan het werkelijke bedrag van de fooien aan min het bedrag aan fooien dat al in uw jaaropgaaf is verwerkt. Informeer bij uw werkgever welk bedrag in uw jaaropgaaf is verwerkt.
Aandelenoptierechten
Hebt u als werknemer aandelenoptierechten verkregen waarop uw werkgever geen loonheffing hoefde in te houden? En hebt u deze aandelenoptierechten uitgeoefend of vervreemd, bijvoorbeeld door uitbetaling of verkoop? Geef dan de waarde aan als 'Fooien, aandelenoptierechten en andere inkomsten uit loondienst die niet onder de loonheffing vielen'.
Andere inkomsten waarop uw werkgever geen loonheffing hoefde in te houden
Hebt u voordelen gekregen van anderen dan uw werkgever terwijl u in loondienst was? Geef dan het werkelijke bedrag van die andere inkomsten aan, min het bedrag dat al in uw jaaropgaaf is verwerkt. Informeer bij uw werkgever welk bedrag in uw jaaropgaaf is verwerkt.
Let op!
Het gaat hierbij niet om:
•huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget
•stakingsuitkeringen van vakbonden
•bijzondere bijstand
•freelance-inkomsten, bijverdiensten en inkomsten als artiest of beroepssporter die u niet uit loondienst had
Deze inkomsten geeft u aan bij Inkomsten uit overig werk.
•Loon uit het buitenland
Deze inkomsten geeft u aan bij Loon en dergelijke uit het buitenland.
•Pensioen, invaliditeitsuitkering, werkloosheidsuitkering en dergelijke uit het buitenland
Deze inkomsten geeft u aan bij Pensioen en uitkeringen uit het buitenland.
Loon, pensioen of uitkeringen uit het buitenland
Woonde u in Nederland, maar werkte u in het buitenland? Of had u een buitenlands pensioen of een buitenlandse uitkering? Dan moet u de buitenlandse inkomsten toch in Nederland aangeven. Ook als u al belasting betaalde in het buitenland.
Geen dubbele belasting betalen
Dat u deze inkomsten in Nederland moet aangeven, betekent niet dat u dubbel belasting moet betalen. Betaalde u in het buitenland ook belasting? Dan kunt u in Nederland meestal aftrek krijgen om dubbele belasting te voorkomen. Als u in het buitenland verzekerd was, krijgt u misschien ook vrijstelling of vermindering van premie volksverzekeringen in Nederland.
Werken in Duitsland of België
Woonde u in Nederland en werkte u (vroeger) in Duitsland? Lees dan 'Wonen in Nederland en werken in Duitsland'. U kunt deze toelichting downloaden.
Als u (vroeger) in België werkte, lees dan 'Wonen in Nederland en werken in België'. U kunt deze toelichting downloaden.
Meer informatie
Bel voor meer informatie over de fiscale gevolgen van grensoverschrijdend werken en ondernemen het team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (GWO): 0800 - 024 12 12. Belt u van een plaats buiten Nederland? Toets dan 0031800 voor het abonneenummer. Het telefoonnummer vanuit België is: 0800 - 90 220. Het telefoonnummer vanuit Duitsland is: 0800 - 10 11 352. Voor bellen vanuit België en Duitsland geldt dat u geen 0031 voor deze nummers hoeft te toetsen. Het team GWO is bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur.
Inkomsten als werknemer bij een internationale organisatie
Had u in 2010 inkomsten als werknemer bij een internationale organisatie? Dan zijn uw inkomsten misschien vrijgesteld van belasting in Nederland.
De vrijgestelde inkomsten tellen niet mee bij het berekenen van uw inkomstenbelasting. Wel tellen ze mee bij het bepalen van bijvoorbeeld:
•uw drempel voor de aftrek van specifieke zorgkosten en giften
•uw heffingskortingen
•uw toetsingsinkomen voor inkomensafhankelijke regelingen, zoals zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget
Welke organisaties?
De inkomsten zijn vrijgesteld als u werkte bij bijvoorbeeld:
•Europese Unie
•Verenigde Naties
•NAVO
•Internationaal Gerechtshof
•Europese Octrooibureau
•ESA/Estec
Vrijgesteld pensioen van de Europese Unie
Als u pensioen ontving van de Europese Unie, dan is dit pensioen vrijgesteld van belasting in Nederland.
Let op!
Pensioenen van andere internationale organisaties zijn niet vrijgesteld. Die vult in u bij 'Pensioen en uitkeringen uit het buitenland'.
Meer informatie
Bel voor meer informatie over vrijgestelde inkomsten van een internationale organisatie het Centraal Bureau Internationale Fiscale Behandeling van Belastingdienst Haaglanden: +3188 - 152 23 36 of +3188 - 152 24 08.
Reisaftrek openbaar vervoer
Reisde u in 2010 met het openbaar vervoer tussen uw woning en uw werk? Dan mag u onder bepaalde voorwaarden een vast bedrag aftrekken van uw inkomen. Kreeg u van uw werkgever een reiskostenvergoeding? Dan moet u deze van het vaste bedrag aftrekken. Het vaste bedrag vindt u in de Tabel reisaftrek openbaar vervoer.
Voorwaarden reisaftrek openbaar vervoer
U krijgt reisaftrek openbaar vervoer als u in 2010 voldeed aan de volgende 3 voorwaarden:
•De afstand van een enkele reis van uw woning naar uw werk met het openbaar vervoer was meer dan 10 kilometer.
•U reisde per week meestal 1 dag of meer naar uw werk. Of u reisde in heel 2010 minimaal 40 dagen naar deze werkplek. U mag alleen reizen meetellen die u binnen 24 uur heen en terug maakte.
•U had een openbaarvervoerverklaring of reisverklaring.
Welk bedrag mag u aftrekken?
Het bedrag dat u mag aftrekken, hangt af van de afstand van een enkele reis tussen uw woning en uw werk én van het aantal dagen waarop u met het openbaar vervoer reisde. Dit bedrag vindt u in de Tabel reisaftrek openbaar vervoer.
Openbaarvervoerverklaring of reisverklaring
Een openbaarvervoerverklaring is het bewijs dat u met het openbaar vervoer hebt gereisd. Deze verklaring krijgt u bij de openbaarvervoerbedrijven. Studenten vragen de verklaring aan bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO, de voormalige IB-Groep). Had u een NS-Jaartrajectkaart, een NS-Jaarkaart of een OV-Jaarkaart? Dan hoeft u geen openbaarvervoerverklaring aan te vragen omdat wij deze rechtstreeks van de NS ontvangen. Krijgt u geen openbaarvervoerverklaring omdat u met losse vervoerbewijzen reisde? Vraag dan uw werkgever om een reisverklaring.
Let op!
Bewaar uw openbaarvervoerverklaring, reisverklaring, losse vervoerbewijzen of de overzichten van de reizen met de OV-chipkaart, want wij kunnen er om vragen. Stuur ze niet mee met uw aangifte.
Werkgever zorgde voor vervoer
U krijgt geen reisaftrek openbaar vervoer als uw werkgever voor uw vervoer of uw vervoerbewijzen zorgde. Betaalde u hiervoor een bijdrage aan uw werkgever? Dan kunt u de reisaftrek krijgen als u ook aan de andere voorwaarden voldoet (zie Voorwaarden reisaftrek openbaar vervoer). Uw bijdrage moet minimaal 70% van de reisaftrek zijn die u zou krijgen als uw werkgever niet voor vervoer zorgde. U vindt dit bedrag in de Tabel reisaftrek openbaar vervoer.
Voorbeeld
U reist 4 dagen per week over een afstand van 24 kilometer. De reisaftrek is normaal € 951. De werkgever betaalt de kosten en u betaalt hem een bijdrage. Is uw bijdrage minimaal 70% van € 951 = € 666, dan hebt u recht op reisaftrek van € 951.
Vergoeding van uw werkgever
Kreeg u van uw werkgever een reiskostenvergoeding? Trek deze vergoeding dan af van de vaste aftrek voor reizen. Als u van meerdere werkgevers reiskostenvergoedingen ontving, telt u deze eerst bij elkaar. Het totaalbedrag trekt u af van de vaste aftrek voor reizen.
Verschillende werkplekken
Misschien reisde u op dezelfde dag naar verschillende werkplekken. Dan mag u alleen reiskosten aftrekken voor reizen naar de plek waar u het vaakst naartoe reisde. Reisde u even vaak naar de verschillende plekken? Dan geldt de plaats met de langste reisafstand.
Als u in 1 week op verschillende dagen naar verschillende werkplekken reisde, mag u voor beide plaatsen reiskosten volgens de tabel aftrekken. U reisde bijvoorbeeld 2 dagen in de week naar de ene plaats en 3 dagen naar de andere plaats. Het bedrag dat u aftrekt, is de totale reisaftrek (met een maximum van € 1.989) min de ontvangen vergoedingen.
Bijzondere situaties
Voldoet u aan de voorwaarden voor de reisaftrek en wilt u meer informatie over een bijzondere reissituatie? Bijvoorbeeld omdat u geen vaste werkplek had? Bel dan de BelastingTelefoon.
Tabel reisaftrek openbaar vervoer
In deze tabel vindt u de vaste aftrekbedragen. Zoek op wat de afstand (enkele reis) tussen uw woning en uw werk was en hoeveel dagen per week u reisde. Zo vindt u het bedrag dat u kunt aftrekken.
Tabel reisaftrek openbaar vervoer 2010
| Afstand enkele reis |
U reisde per week |
| meer dan |
niet meer
dan |
4 dagen of meer |
3 dagen |
2 dagen |
1 dag |
| 0 km |
10 km |
€ |
0 |
€ |
0 |
€ |
0 |
€ |
0 |
| 10 km |
15 km |
€ |
425 |
€ |
319 |
€ |
213 |
€ |
107 |
| 15 km |
20 km |
€ |
568 |
€ |
426 |
€ |
284 |
€ |
142 |
| 20 km |
30 km |
€ |
951 |
€ |
714 |
€ |
476 |
€ |
238 |
| 30 km |
40 km |
€ |
1.178 |
€ |
884 |
€ |
589 |
€ |
295 |
| 40 km |
50 km |
€ |
1.537 |
€ |
1.153 |
€ |
769 |
€ |
385 |
| 50 km |
60 km |
€ |
1.710 |
€ |
1.283 |
€ |
855 |
€ |
428 |
| 60 km |
70 km |
€ |
1.898 |
€ |
1.424 |
€ |
949 |
€ |
475 |
| 70 km |
80 km |
€ |
1.962 |
€ |
1.472 |
€ |
981 |
€ |
491 |
| 80 km |
90 km |
€ |
1.989 |
€ |
1.492 |
€ |
995 |
€ |
498 |
| 90 km |
- |
€ |
1.989 |
|
* |
|
* |
|
* |
*De reisaftrek is in dit geval € 0,22 per kilometer van de afstand enkele reis maal het aantal dagen dat u in 2010 hebt gereisd. De aftrek is maximaal € 1.989.
Deel van het jaar gereisd
Als u maar een deel van het jaar met het openbaar vervoer reisde, berekent u een evenredig deel van het aftrekbedrag uit de tabel.
Loon bij aanmerkelijk belang
Voor een aanmerkelijkbelanghouder geldt de gebruikelijkloonregeling. Dit houdt in dat u als aanmerkelijkbelanghouder wordt geacht een loon te krijgen dat gebruikelijk is voor het niveau en de duur van uw arbeid. Dit loon is minimaal € 41.000.
Gebruikelijk loon lager dan € 41.000
Als u een lager loon aannemelijk kunt maken dan het loon dat gebruikelijk is, wordt het loon gesteld op dat lagere bedrag. Daarbij moet u een vergelijking maken met soortgelijke inkomsten uit loondienst waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt.
Gebruikelijk loon € 5.000 of lager
Is het gebruikelijke loon € 5.000 of lager? Dan geeft u vanaf 2010 voor dat werk het loon aan dat u kreeg. De grens van € 5.000 geldt voor het totaal van de werkzaamheden voor alle vennootschappen of coöperaties waarin u een aanmerkelijk belang hebt. De grens geldt dus niet per onderneming.
Gebruikelijk loon hoger dan € 41.000
Als bij soortgelijke inkomsten uit loondienst een hoger loon gebruikelijk is, moet u het loon stellen op het hoogste van de volgende bedragen:
•70% van het hogere gebruikelijke loon, maar ten minste € 41.000
•het loon van de meestverdienende werknemer of van de meestverdienende werknemer van een verbonden vennootschap
Als u aannemelijk kunt maken dat het gebruikelijke loon toch lager moet zijn, dan mag u het loon stellen op dit lagere bedrag.
Bent u de partner of het kind van de aanmerkelijkbelanghouder? En hebt u vermogen beschikbaar gesteld aan de vennootschap of coöperatie? Dan geldt de gebruikelijkloonregeling voor u op dezelfde manier.
Negatief loon
Terugbetaling loon of uitkering
Als u loon of een uitkering ontvangt, betaalt u over die inkomsten belasting. Kreeg u te veel loon of een te hoge uitkering? Of kreeg u ten onrechte loon of een uitkering? En moet u dit terugbetalen? Terugbetaling van te veel of ten onrechte ontvangen loon of uitkering noemen wij 'negatief loon'. U krijgt misschien de belasting terug die over de terugbetaalde inkomsten is ingehouden.
Uw werkgever of uitkeringsinstantie kan de terugbetaling op verschillende manieren verrekenen. Van belang is bijvoorbeeld of u netto of bruto hebt terugbetaald. Vraag bij uw werkgever of uitkeringsinstantie na hoe uw terugbetaling is verrekend.
Er zijn 2 manieren:
•Uw werkgever of uitkeringsinstantie verrekende de te hoge of onterechte inkomsten met uw brutoloon of -uitkering. In dat geval hoeft u niets te doen. Dit is verwerkt in uw jaaropgaaf.
•U betaalde (een deel van) de te hoge of onterechte inkomsten zelf terug in 2010. Dan vraagt u de belasting terug via uw aangifte. U doet dat als volgt:
•Betaalde u loon of ziektewetuitkering terug? Vul dan dat bedrag in bij 'Loon en ziektewetuitkeringen' in uw aangifte. Zet een minteken voor dit bedrag.
•Betaalde u pensioen, bijstand of een andere uitkering terug? Vul dan dat bedrag in bij 'Aow, pensioen, lijfrente, bijstand en andere uitkeringen' onder 'Uitkeringen' in uw aangifte. Zet een minteken voor dit bedrag. Bron: www.belastingdienst.nl |