|
U kunt verschillende soorten uitkeringen hebben:
•Pensioen en andere uitkeringen
Als u een pensioen of andere uitkering ontving, hield het pensioenfonds of de uitkerende instantie ook loonbelasting en premie volksverzekeringen (loonheffing) voor u in. Daarbij is rekening gehouden met sommige heffingskortingen.
•Alimentatie en andere periodieke uitkeringen
Op deze uitkeringen is geen loonheffing ingehouden. Dit kan alimentatie zijn die u van uw ex-partner krijgt, of een subsidie voor uw eigen woning.
Pensioen en andere uitkeringen
In uw aangifte vult u bij 'AOW, pensioen, lijfrente, bijstand en andere uitkeringen' de volgende uitkeringen (inkomsten uit vroegere dienstbetrekking) in:
•pensioen en wachtgeld
•VUT-, AOW-, Anw-, WW-, WAO-, WIA-, Waz-, IOAW-, en IOAZ-uitkeringen
•opnamen uit de levensloopvoorziening als u geboren bent in 1948 of eerder
•uitkeringen Wet werk en bijstand (Wwb)
•uitkeringen Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong)
•andere uitkeringen door arbeidsongeschiktheid en uitkeringen uit verplichte beroepspensioenregelingen
•invaliditeitspensioen
•alimentatie voor uzelf die u via de Sociale Dienst hebt ontvangen
•premies voor werkaanvaarding
•lijfrente-uitkeringen (en afkoopsommen daarvan) waarop loonbelasting en premie volksverzekeringen (loonheffing) is ingehouden
Als het bedrag van de afkoopsom meer is dan € 4.146, dan geeft u dit aan bij 'Afkoopsommen lijfrente van meer dan € 4.146'. Over afkoopsommen van meer dan € 4.146 moet u meestal revisierente betalen.
•periodieke uitkeringen bij invaliditeit, ziekte of een ongeval, afkomstig van een verzekeraar en waarop loonheffing is ingehouden
•een pensioen of uitkering van een internationale organisatie (behalve van de Europese Unie)
Jaaropgaaf
De bedragen die u moet invullen in uw aangifte staan op de jaaropgaaf die u hebt gekregen van uw uitkeringsinstantie.
Het gaat dan om:
•uw uitkering
•de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen (loonheffing)
Let op!
Hebt u uw stamrecht, lijfrente of pensioenrecht afgekocht? Kijk dan bij Afkoop lijfrente en andere negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen.
Welke uitkeringen vult u hier niet in?
•stakingsuitkeringen van vakbonden
•bijzondere bijstand
•ziektewetuitkeringen
•afkoopsommen lijfrente van meer dan € 4.146
•afkoopsommen pensioen
•lijfrente-uitkeringen waarop geen loonbelasting en premie volksverzekeringen (loonheffing) is ingehouden
Stamrecht
Een stamrecht is een verzekering bij een verzekeringsmaatschappij of bij een bv. Door het stamrecht hebt u recht op periodieke uitkeringen en verstrekkingen, waarbij het totaalbedrag dat wordt uitgekeerd onzeker is.
Een stamrecht ontstaat vaak bij de beëindiging van een dienstbetrekking. Een ontslagvergoeding mag namelijk onbelast gebruikt worden als premie voor een stamrecht. Ook bij het stoppen van een bedrijf of een onderneming kan van de verkoopwinst een stamrecht worden gekocht.
De uitkeringen uit een stamrecht kunnen ingaan als u met pensioen gaat, maar mogen ook eerder ingaan. Meestal worden de uitkeringen belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.
Aftrekbare kosten
Hebt u kosten gemaakt om een uitkering te krijgen of te houden? Dan mag u die kosten in bepaalde gevallen aftrekken. Dit geldt alleen voor de volgende uitkeringen:
•bijstandsuitkeringen en vergelijkbare uitkeringen
•uitkeringen aan verzets- en oorlogsslachtoffers
•arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die niet voortkomen uit loondienst
•pensioenen die niet voortkomen uit loondienst, maar uit bijvoorbeeld ondernemerschap
•lijfrentetermijnen aan meerderjarigen
Hebt u 1 van deze uitkeringen? Dan mag u de kosten aftrekken die u maakte om de uitkering te krijgen of te houden. Bijvoorbeeld:
•advocaatkosten
•telefoonkosten
•portokosten
•reiskosten
•incassokosten
Vul het bedrag van uw aftrekbare kosten in bij 'Periodieke uitkeringen of afkoopsommen daarvan'.
Pensioen of uitkering uit het buitenland
Woonde u in Nederland, maar had u een buitenlands pensioen of een buitenlandse uitkering? Dan moet u de buitenlandse inkomsten toch in Nederland aangeven. Ook als u al belasting betaalde in het buitenland.
Geen dubbele belasting betalen
Dat u deze inkomsten in Nederland moet aangeven, betekent niet dat u dubbel belasting moet betalen. Betaalde u in het buitenland ook belasting? Dan kunt u in Nederland meestal aftrek krijgen om dubbele belasting te voorkomen. Als u in het buitenland verzekerd was, krijgt u misschien ook vrijstelling of vermindering van premie volksverzekeringen in Nederland.
Buitenlandse uitkeringen
Hebt u bijvoorbeeld pensioen of een invaliditeitsuitkering, werkloosheidsuitkering of andere overheidsuitkering ontvangen van een werkgever of uitkeringsinstantie in het buitenland? Dan zijn dit buitenlandse uitkeringen. Vul deze inkomsten in bij 'Pensioen en uitkeringen uit het buitenland'.
Werken in Duitsland of België
Woonde u in Nederland en werkte u (vroeger) in Duitsland? Lees dan 'Wonen in Nederland en werken in Duitsland'. U kunt deze toelichting downloaden.
Als u (vroeger) in België werkte, lees dan 'Wonen in Nederland en werken in België'. U kunt deze toelichting downloaden.
Meer informatie
Bel voor meer informatie over de fiscale gevolgen van grensoverschrijdend werken en ondernemen het team Grensoverschrijdend Werken en Ondernemen (GWO): 0800 - 024 12 12. Belt u van een plaats buiten Nederland? Toets dan 0031800 voor het abonneenummer. Het telefoonnummer vanuit België is: 0800 - 90 220. Het telefoonnummer vanuit Duitsland is 0800 - 10 11 352. Voor België en Duitsland geldt dat u geen 0031 voor deze nummers hoeft te toetsen. Het team GWO is bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur.
Pensioen van een internationale organisatie
Vrijgesteld pensioen van de EU
Als u een pensioen ontving van de Europese Unie, dan is dit pensioen vrijgesteld van belasting in Nederland. U moet dit pensioen wel aangeven bij 'Vrijgestelde inkomsten als werknemer bij een internationale organisatie', maar u hoeft dit niet in te vullen bij 'Pensioen en andere uitkeringen' of bij 'Aftrek om dubbele belasting te voorkomen'.
Dit vrijgestelde pensioen telt niet mee bij het berekenen van uw inkomstenbelasting. Wel telt dit mee bij het bepalen van bijvoorbeeld:
•uw drempel voor de aftrek van specifieke zorgkosten en giften
•uw heffingskortingen
•uw toetsingsinkomen voor inkomensafhankelijke regelingen, zoals zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget
Let op!
Pensioenen van andere internationale organisaties zijn niet vrijgesteld. Die vult u dus wel in bij 'Pensioen en andere uitkeringen' of bij 'Aftrek om dubbele belasting te voorkomen'.
Meer informatie
Bel voor meer informatie over vrijgestelde inkomsten van een internationale organisatie het Centraal Bureau Internationale Fiscale Behandeling van Belastingdienst Haaglanden: +3188 - 152 23 36 of +3188 - 152 24 08.
Alimentatie en andere periodieke uitkeringen
Sommige periodieke uitkeringen vallen niet onder de loonheffing. Dit betekent dat over deze inkomsten geen loonheffing werd ingehouden. U hebt over deze inkomsten dus nog geen belasting betaald. Periodieke uitkeringen (en afkoopsommen daarvan) waarop geen loonheffing is ingehouden, moet u aangeven. De kosten die u maakte om deze uitkeringen te krijgen of te behouden, mag u aftrekken.
Wat moet u aangeven?
U moet bijvoorbeeld de volgende periodieke uitkeringen aangeven:
•alimentatie (en afkoopsommen daarvan)
•periodieke overheidsbijdragen voor uw eigen woning
•periodieke uitkeringen omdat u invalide was, ziek was of een ongeval hebt gehad
•overige periodieke uitkeringen en verstrekkingen, waaronder lijfrentetermijnen waarop geen loonheffing is ingehouden
Verstrekkingen zijn uitkeringen in een andere vorm dan geld, dus uitkeringen in natura.
Let op!
Sommige (periodieke) uitkeringen hoeft u niet aan te geven.
Aftrekbare kosten
Maakte u kosten om alimentatie of een afkoopsom te krijgen of te behouden? Dan mag u deze kosten aftrekken. Het gaat bijvoorbeeld om:
•advocaatkosten
•telefoonkosten
•portokosten
•reiskosten
•incassokosten
Niet-aftrekbare kosten
De volgende kosten mag u niet aftrekken:
•de kosten om de boedelscheiding te regelen
•premies die u betaalde voor de uitkering
Deze zijn misschien aftrekbaar als uitgaven voor inkomensvoorzieningen.
•studiekosten
Deze zijn misschien aftrekbaar als studiekosten of andere scholingsuitgaven.
Alimentatie en afkoopsommen daarvan
Over alimentatie (en afkoopsommen van alimentatie) moet u inkomstenbelasting betalen. De kosten die u maakte om alimentatie te krijgen of te behouden, mag u aftrekken.
Wat moet u aangeven?
De volgende uitkeringen voor alimentatie moet u aangeven:
•alimentatie die u voor uzelf kreeg van uw ex-partner
•afkoopsommen van alimentatie
•huur die uw ex-partner voor uw huurwoning doorbetaalde
•bedragen die u kreeg voor verrekening van pensioenrechten of lijfrenten waarvoor premies zijn afgetrokken
•het eigenwoningforfait van de woning
Dit geldt alleen als u in 2010 op grond van een (voorlopige) alimentatieregeling in een woning woonde waarvan uw ex-partner (mede-)eigenaar was. Was uw ex-partner (mede-)eigenaar van een deel van deze woning? Dan geeft u een evenredig deel van het eigenwoningforfait op.
Wat hoeft u niet aan te geven?
De alimentatie die u voor uw kinderen kreeg, hoeft u niet aan te geven. Deze is onbelast.
Let op!
De alimentatie die u via de Sociale Dienst voor uzelf kreeg, vult u in bij Pensioen en andere uitkeringen.
Periodieke overheidsbijdragen voor eigen woning
Dit gaat om de volgende overheidsbijdragen:
•jaarlijkse bijdragen voor premiekoopwoningen
•woninggebonden subsidies van de gemeente
Was u de enige eigenaar?
Was u de enige eigenaar van de woning op de datum van eerste bewoning? Geef dan de volledige bijdrage aan die u van de overheid ontving.
Was u samen met een ander eigenaar?
Was u samen met een ander eigenaar van de woning op de datum van eerste bewoning? Bijvoorbeeld omdat u in gemeenschap van goederen was getrouwd of de woning samen met een huisgenoot kocht? Dan geldt:
•Als u in 2010 met de mede-eigenaar in de woning woonde, geeft u een evenredig deel van de overheidsbijdrage aan. Was u bijvoorbeeld voor de helft eigenaar? Dan geeft u de helft van de overheidsbijdrage aan. Dit geldt ook als de bijdrage alleen op uw naam werd uitbetaald.
•Als de mede-eigenaar in 2010 niet (meer) in het pand woonde, geeft u de volledige bijdrage aan.
Periodieke uitkeringen bij invaliditeit, ziekte of een ongeval
Hieronder vallen onder meer periodieke uitkeringen uit een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering die u kreeg bij invaliditeit, ziekte of een ongeval.
Overige periodieke uitkeringen en verstrekkingen
De volgende periodieke uitkeringen en verstrekkingen moet u aangeven:
•periodieke studietoelagen
•lijfrente-uitkeringen waarop geen loonheffing is ingehouden
•uitkeringen van lijfrenteverzekeringen die u afsloot bij een verzekeringsmaatschappij in het buitenland
•vergoedingen voor bedrijfsbeëindiging die u kreeg van de Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw
•periodieke uitkeringen door het staken van uw onderneming
•periodieke uitkeringen in plaats van (arbeids)inkomsten die u hebt misgelopen of zou mislopen
•periodieke uitkeringen door het staken of nalaten van werkzaamheden of diensten
•periodieke uitkeringen uit een stamrecht dat u hebt gebruikt voor afname van uw oudedagsreserve
•periodieke uitkeringen waar u geen recht op had, maar toch hebt gekregen van een rechtspersoon (bijvoorbeeld een periodieke studietoelage van een familiestichting)
•periodieke uitkeringen als schadeloosstelling voor het mislopen van inkomsten of als bijdrage in kosten van levensonderhoud
•afkoopsommen van de genoemde periodieke uitkeringen en lijfrenten
Let op!
Hebt u een lijfrente afgesloten na 15 oktober 1990? En hebt u hiervoor na 1991 nog premies betaald? Als u in 2010 die lijfrente hebt afgekocht, dan vult u de afkoopsom in bij Afkoop lijfrenten en andere negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen.
Wat vult u bij een andere vraag in?
De volgende periodieke uitkeringen vult u niet in bij periodieke uitkeringen en afkoopsommen:
•ziektewetuitkeringen
Deze uitkeringen vult u in als inkomsten uit loondienst.
•WAO-, WIA- en Waz-uitkeringen en andere periodieke uitkeringen waarop loonheffing is ingehouden
Deze uitkeringen vult u in als pensioen en andere uitkeringen.
Welke (periodieke) uitkeringen hoeft u niet aan te geven?
De volgende (periodieke) uitkeringen hoeft u bijvoorbeeld niet aan te geven:
•huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget
•uitkeringen van de gemeente voor kinderopvang als u alleenstaande ouder was
•studiefinanciering op basis van de Wet studiefinanciering (WSF)
•toelagen op basis van de Wet tegemoetkoming studiekosten (WTS)
•studieleningen
•eenmalige studie-uitkeringen
•kinderbijslag
•de uitkering Tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende meervoudig en ernstig lichamelijk gehandicapte kinderen (TOG)
Verstrekkingen
Verstrekkingen zijn uitkeringen in een andere vorm dan geld, dus uitkeringen in natura.
Meer informatie
Voor meer informatie over periodieke uitkeringen (in geld of in natura) belt u de BelastingTelefoon. Bron: www.belastingdienst.nl |