|
Had u in 2010 bezittingen in Nederland of in het buitenland? Dan moet u de waarde daarvan aangeven als bezittingen in box 3: sparen en beleggen.
De volgende bezittingen moet u aangeven in box 3:
•uw bank- en spaartegoeden in Nederland
•uw spaartegoeden, aandelen en dergelijke in het buitenland
•uw aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties die niet bij een aanmerkelijk belang horen
•het niet-vrijgestelde deel van uw maatschappelijke beleggingen
Meer informatie vindt u:
•in de aanvullende toelichting 'Bezittingen'. U kunt deze toelichting downloaden.
•Bij Beleggen met belastingvoordeel.
•het niet-vrijgestelde deel van uw beleggingen in durfkapitaal
Meer informatie vindt u:
•in de aanvullende toelichting 'Bezittingen'. U kunt deze toelichting downloaden.
•Bij Beleggen met belastingvoordeel.
•uw overige vorderingen, zoals uitgeleend geld, en contant geld
•uw tweede woning, bijvoorbeeld een vakantiewoning
•uw overige onroerende zaken, bijvoorbeeld een woning die u verhuurde
•het niet-vrijgestelde deel van uw kapitaalverzekeringen
•uw rechten op periodieke uitkeringen, bijvoorbeeld een lijfrenteverzekering
•uw overige bezittingen
•uw aandeel in een onverdeelde boedel
•uw aandeel in het vermogen van de Vereniging van Eigenaren (VvE)
Wat geeft u niet aan in box 3?
De volgende bezittingen hoeft u niet in box 3 aan te geven:
•de eigen woning die uw hoofdverblijf was
Ook niet als u tijdelijk een eigen woning had, bijvoorbeeld bij een echtscheiding. Deze woning geeft u aan bij eigen woning in box 1.
•door erfrecht verkregen vruchtgebruik van de woning die in 2010 uw hoofdverblijf was
Deze woning geeft u aan bij eigen woning in box 1.
•roerende zaken voor eigen gebruik of voor gebruik binnen het gezin, bijvoorbeeld uw eigen auto of de inboedel van uw woning
•het gespaarde bedrag van uw levensloopregeling
•uw ondernemingsvermogen
•vermogen, zoals een pand, dat u ter beschikking stelde aan bepaalde personen die dit gebruikten in hun onderneming
Het gaat dan bijvoorbeeld om uw partner of uw minderjarig kind. De inkomsten hieruit, zoals huur, geeft u aan bij Inkomsten uit ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen in box 1.
•aandelen en dergelijke die bij een aanmerkelijk belang hoorden
U had een aanmerkelijk belang als u, eventueel samen met uw fiscale partner, minimaal 5% bezat van de aandelen, opties en winstbewijzen in een bv of nv. De inkomsten hieruit geeft u aan bij aanmerkelijk belang in box 2.
•geblokkeerde spaartegoeden die onder een spaarloonregeling vielen van € 17.025 of minder
•landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet 1928
•bossen
•natuurterreinen
•belastingvorderingen
•voorwerpen van kunst en wetenschap, behalve als u deze vooral als belegging had
•vorderingen op basis van een erfenis
Bank- en spaartegoeden in Nederland
U geeft het totaal van uw bank- en spaartegoeden aan op de peildatums 1 januari 2010 en 31 december 2010. Het gaat hier ook om eventuele rekeningen in het buitenland. Vermeld dus ook uw spaartegoeden waarvoor de Europese Spaarrenterichtlijn geldt.
De waarde van de spaartegoeden hangt af van het tijdstip van rentebijschrijving.
Vrijstelling spaarloonregeling
Is het totaal van uw geblokkeerde spaartegoeden die onder een spaarloonregeling vielen € 17.025 of minder? Dan hoeft u dit bedrag niet aan te geven. Is het bedrag hoger? Dan hoeft u alleen het deel aan te geven dat boven de € 17.025 uitkomt. Hebt u gebruikgemaakt van de mogelijkheid om vervroegd uw spaarloon op te nemen? Geef dan alleen het bedrag aan dat op de geblokkeerde rekening staat. Uw fiscale partner heeft ook een vrijstelling van € 17.025 voor zijn spaarloonregeling. Fiscale partners kunnen geen gebruikmaken van elkaars vrijstelling.
Aandelen die onder een spaarloonregeling vielen
Had u aandelen die onder een spaarloonregeling vielen? Tel dan de waarde van die aandelen bij uw spaartegoeden die onder deze regeling vielen. Het deel dat boven € 17.025 uitkomt, geeft u aan.
Rentebijschrijving
Spaartegoeden: jaarlijks (of vaker) rentebijschrijving
Wordt uw rente jaarlijks (of vaker) bijgeschreven? Geef dan het totaal aan van de tegoeden op de peildatums. Geef dus niet de opgebouwde rente aan die op de peildatums nog niet was bijgeschreven.
Spaartegoeden: minder vaak dan jaarlijkse rentebijschrijving
Wordt uw rente minder vaak dan jaarlijks bijgeschreven? Dan geeft u de waarde in het economisch verkeer op 1 januari 2010 aan van het tegoed. Dit is meestal de waarde van het spaartegoed inclusief de rente die u tot 1 januari 2010 hebt opgebouwd.
Als u het tegoed op 31 december 2010 nog had, geeft u de waarde in het economische verkeer aan van het tegoed op die datum. Het gaat hier om de waarde inclusief de rente die u tot en met 31 december 2010 hebt opgebouwd. Ook als deze rente op dat moment nog niet was bijgeschreven. Meer informatie staat in de aanvullende toelichting 'Bezittingen'. U kunt deze toelichting downloaden.
Vorderingen: minder vaak dan jaarlijkse rentebijschrijving
Had u op 1 januari 2010 een vordering waarvan de rente minder vaak dan jaarlijks wordt bijgeschreven? Dan geeft u in box 3 de waarde in het economische verkeer op 1 januari 2010 aan van deze vordering. Dit is meestal de waarde van de vordering inclusief de rente die u hebt opgebouwd tot 1 januari 2010. Als u de vordering op 31 december 2010 nog had, geeft u in box 3 de waarde in het economische verkeer aan inclusief de rente die u tot en met 2010 hebt opgebouwd. Meer informatie staat in de aanvullende toelichting 'Bezittingen'. U kunt deze toelichting downloaden.
Spaartegoeden, aandelen en dergelijke in het buitenland
Hebt u spaartegoeden, aandelen, obligaties of vorderingen in het buitenland? Dan is het volgende voor u van belang.
Op grond van de Europese Spaarrenterichtlijn verstrekken financiële instellingen, zoals banken, aan hun overheid gegevens over rente die zij hebben betaald aan inwoners van Nederland. Die overheid geeft deze informatie aan ons door. De gegevens zijn bijvoorbeeld:
•rente op bankrekeningen
•rente op pand-, bank- en spaarbrieven
•rente op obligaties
•rente op deposito's en effectenrekeningen
•rente op geldleningen
•rente op een depot bij een verzekeringsmaatschappij waaruit u de premie voor een kapitaalverzekering betaalt
•rente die is aangegroeid of gekapitaliseerd op het moment van bijvoorbeeld verkoop van een schuldvordering
•dividend uitgekeerd door bepaalde collectieve beleggingsinstellingen
•verkoop van aandelen of bewijzen van deelneming in bepaalde collectieve beleggingsinstellingen
Landen die gegevens uitwisselen
De volgende landen, afhankelijke gebieden of geassocieerde gebieden wisselen gegevens uit: Aruba, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Malta, Montserrat, Nederland, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden.
Waarde in uw aangifte invullen
Bezit u in 1 van deze landen of gebieden bank- of spaartegoeden, obligaties, vorderingen, aandelen in bepaalde collectieve beleggingsinstellingen en dergelijke? Tel dan de waarde van deze vermogensbestanddelen bij elkaar op. U moet de waarde van deze bezittingen aangeven op de peildatums 1 januari 2010 en 31 december 2010.
Bronheffing over spaartegoeden, aandelen en dergelijke in het buitenland
Had u in 2010 spaartegoeden, aandelen, obligaties of vorderingen in het buitenland? En kreeg u rente over deze spaartegoeden? Sommige landen kunnen over het bedrag aan rente bronheffing ingehouden. Bronheffing is de belasting die een ander land inhoudt op rente, royalties of dividend.
Geen inhouding bronheffing
Hebt u aan uw buitenlandse financiële instelling toestemming gegeven om de gegevens van de rente die u krijgt aan ons door te geven? Dan houden zij geen bronheffing in. Zij geven dan alleen het bedrag dat u aan rente hebt gekregen aan ons door.
Wel inhouding bronheffing
Geeft u geen toestemming om de gegevens van de rente die u krijgt aan ons door te geven? Dan houden de buitenlandse financiële instellingen wel bronheffing in. Bronheffing wordt ingehouden op het moment dat u rente krijgt uitgekeerd. Op de afrekening van uw bank staat het bedrag dat is ingehouden.
Kreeg u in 2010 rente waarop bronheffing is ingehouden? Dan verrekenen wij de bronheffing met uw aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. U moet daarvoor in uw aangifte de ingehouden bronheffing en de bijbehorende landcode aangeven.
In de Europese Spaarrenterichtlijn is vastgelegd welke landen bronheffing inhouden als u geen toestemming geeft.
Het betreft de volgende landen:
| Land |
Landcode |
| Andorra |
AND |
| Britse Maagdeneilanden |
VGB |
| Guernsey |
GGY |
| Isle of Man |
IMN |
| Jersey |
JEY |
| Liechtenstein |
LIE |
| Luxemburg |
LUX |
| Monaco |
MCO |
| (Voormalige) Nederlandse Antillen |
ANT |
| Oostenrijk |
AUT |
| San Marino |
SMR |
| Turks- en Caicoseilanden |
TCA |
| Zwitserland |
CHE |
De bankinstellingen uit andere landen houden geen bronheffing in. Zij geven wel aan ons door hoeveel rente zij uitkeren aan inwoners van Nederland.
Aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties die niet bij een aanmerkelijk belang horen
Bij aandelen, obligaties en dergelijke gaat het bijvoorbeeld om:
•aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties die niet bij een aanmerkelijk belang horen
•aandelen in beleggingsfondsen
•het niet-vrijgestelde deel van uw maatschappelijke beleggingen
•het niet-vrijgestelde deel van uw beleggingen in durfkapitaal
Hebt u aandelen, obligaties, winstbewijzen, opties of aandelen in beleggingsfondsen die genoteerd zijn aan de effectenbeurs Euronext in Amsterdam? Geef dan de slotwaarden op de peildatums aan uit de Officiële Prijscourant die is uitgegeven door Euronext Amsterdam N.V. Op 1 januari 2010 is dat de slotwaarde over 2009. Op de overlijdensdatum of de migratiedatum is dat de beurskoers van die dag. Als dat geen beursdag was, neemt u de beurskoers van de dichtstbijzijnde beursdag. Zijn de effecten niet genoteerd aan de effectenbeurs? Dan vermeldt u de waarde in het economisch verkeer.
Spaarloonregeling
Had u in 2010 aandelen die onder een spaarloonregeling vielen? Geef dan bij Bank- en spaartegoeden het bedrag aan dat boven de vrijstelling van € 17.025 uitkomt. Hebt u gebruikgemaakt van de mogelijkheid om vervroegd uw spaarloon op te nemen? Geef dan alleen de waarde aan van de aandelen die op de geblokkeerde rekening staan.
Niet-vrijgesteld deel maatschappelijke beleggingen
Als u in 2010 maatschappelijke beleggingen had, krijgt u op elke peildatum een vrijstelling tot maximaal € 55.145. Deze vrijstelling geldt voor de totale van uw maatschappelijke beleggingen. De waarde die boven deze vrijstelling uitkomt, moet u aangeven in box 3, bij 'Aandelen, obligaties en dergelijke'.
Overige vorderingen, zoals uitgeleend geld, en contant geld
Overige vorderingen zijn vorderingen die u nergens anders in uw aangifte hebt aangegeven. Bijvoorbeeld geld dat u hebt uitgeleend. Contant geld dat u in huis hebt, geeft u ook aan bij 'Overige vorderingen en contant geld'. Contant geld is voor een deel vrijgesteld. Zie Vrijstelling contant geld.
Bij 'Overige vorderingen en contant' geld horen niet:
•spaartegoeden, obligaties en dergelijke
•(toekomstige) belastingvorderingen en vorderingen premie volksverzekeringen
•lopende (rente)termijnen met een looptijd van 1 jaar of korter
Vorderingen op basis van een erfenis
Is 1 van uw ouders overleden? En waren zij getrouwd of leefden zij duurzaam gescheiden? Dan kunnen bij de verdeling van de erfenis alle bezittingen zijn overgegaan op de langstlevende ouder. De langstlevende ouder heeft dan ook de verplichting op zich genomen om alle schulden van de erfenis voor zijn rekening te nemen. Is dit het geval en hebt u bij de verdeling van de erfenis een niet-opeisbare geldvordering op de langstlevende ouder gekregen? Dan hoeft u deze niet aan te geven als vordering. De langstlevende ouder geeft dit bedrag niet aan als schuld in box 3.
Als uw ouders niet waren getrouwd, gelden voor deze vrijstelling extra voorwaarden. Uw ouders moeten dan:
•ten minste de laatste 6 maanden vóór het overlijden een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd
•op hetzelfde adres zijn ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en via de notaris voor elkaar een zorgplicht hebben geregeld
Dit hoeft niet als zij al minstens 5 kalenderjaren aan de eerste 2 voorwaarden voldoen.
Andere vorderingen op basis van een erfenis moet u wel als bezittingen aangeven in box 3.
Vrijstelling contant geld
Had u contant geld? Dan hebt u een vrijstelling tot € 500. Geef het bedrag aan dat boven deze vrijstelling uitkomt. Ook het saldo op een chipkaart en de waarde van cadeaubonnen en dergelijke behoren tot contant geld.
Fiscale partner
Had u heel 2010 een fiscale partner of koos u daarvoor? Dan is de vrijstelling voor contant geld € 1.000.
Tweede woning
Een tweede woning is bijvoorbeeld een vakantiewoning in Nederland of in het buitenland. Deze hoort bij uw bezittingen in box 3. U geeft de waarde aan op de peildatums.
Waarde tweede woning
Had u een tweede woning in Nederland? Vermeld dan de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2009. Die staat op de WOZ-beschikking die u begin 2010 hebt gekregen van de gemeente. Is het een woning in het buitenland? Vul dan de waarde in het economische verkeer in.
Een tweede woning is niet:
•de eigen woning die uw hoofdverblijf was in 2010
Ook niet de 'tijdelijke' eigen woning. Deze geeft u aan bij eigen woning in box 1.
•een woning die u verhuurt
Hier bedoelen wij ook de voormalige eigen woning die u tijdelijk verhuurt in afwachting van verkoop. Geef deze woningen aan bij overige onroerende zaken in box 3.
•een landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 dat volledig uw eigendom was
Beperkt eigendom en vruchtgebruik van een landgoed geeft u aan bij overige bezittingen in box 3. Vermeld wel de tweede woning en andere gebouwen die daarbij horen en die op het landgoed staan.
•een bos of natuurterrein dat volledig uw eigendom was
Beperkt eigendom en vruchtgebruik van een bos of natuurterrein geeft u aan bij overige bezittingen in box 3.
Overige onroerende zaken
Bij overige onroerende zaken gaat het bijvoorbeeld om:
•een woning die u verhuurt
•een garage die niet naast de eigen woning ligt, maar een paar straten verder
•een los perceel, zoals een weiland
Waarde woning als overige onroerende zaak
Had u een woning in Nederland die u aangeeft als overige onroerende zaak? Vermeld dan de WOZ-waarde met waardepeildatum 1 januari 2009. Die staat op de WOZ-beschikking die u begin 2010 hebt gekregen. Is het een woning in het buitenland? Vul dan de waarde in het economisch verkeer in. Vermeld de waarde op 1 januari 2010 en 31 december 2010. Hebt u de woning op 1 van deze datums niet in uw bezit? Dan hoeft u op die datum geen waarde aan te geven.
Let op!
Gaat het om een niet-zelfstandig deel van de woning die uw hoofdverblijf was? En voldoet u aan de voorwaarden van de kamerverhuurvrijstelling? Dan valt het verhuurde deel niet in box 3, maar onder de eigenwoningregeling.
Waarde verhuurde woning
Hebt u de woning geheel of gedeeltelijk verhuurd? En heeft de huurder recht op huurbescherming? Dan geeft u voor de verhuurde woning niet de WOZ-waarde aan, maar een percentage van de WOZ-waarde uit de Tabel waarde verhuurde woning.
Andere overige onroerende zaken
U geeft voor andere overige onroerende zaken de waarde in het economisch verkeer aan.
Waarde verhuurde woning als overige onroerende zaak
Verhuurde u een woning in Nederland en had de huurder recht op huurbescherming? Dan geldt voor de waardering van de verhuurde woning dat de waarde op 1 januari en 31 december 2010 lager is dan de WOZ-waarde op 1 januari 2009. De zogenoemde jaarhuur bepaalt hoeveel lager de waarde is.
Om de jaarhuur te berekenen, vermenigvuldigt u de huur van de 1e huurmaand van 2010 met 12. De maandelijkse huur is alleen het bedrag waarvoor u de woning verhuurt (kale huur). Huur voor stoffering, meubels of in de huur begrepen bedragen voor gas, water en/of licht tellen niet mee.
In onderstaande tabel kunt u lezen met welk percentage u de WOZ-waarde van de verhuurde woning moet vermenigvuldigen.
Tabel waarde verhuurde woning
| Het percentage jaarhuur van WOZ-waarde (door de gemeente vastgesteld) is |
|
| meer dan |
maar niet meer dan |
Het percentage van de WOZ-waarde is |
| 0 |
1,0 |
60 |
| 1,0 |
1,5 |
64 |
| 1,5 |
2,0 |
68 |
| 2,0 |
2,5 |
72 |
| 2,5 |
3,0 |
75 |
| 3,0 |
3,5 |
79 |
| 3,5 |
4,0 |
82 |
| 4,0 |
- |
85 |
Voorbeeld
U koopt op 3 februari 2010 een woning. Deze verhuurt u vanaf 1 april 2010 gestoffeerd en gemeubileerd voor € 750 per maand. Voor de stoffering en de meubilering is € 75 per maand in de huur begrepen. De WOZ-waarde van de woning op 1 januari 2009 is € 246.000.
U rekent eerst de jaarhuur uit. Daarbij neemt u alleen de kale huur. De maandhuur is € 675 (€ 750 - € 75). De jaarhuur is € 675 x 12 = € 8.100. Daarna rekent u uit hoeveel procent de jaarhuur van de WOZ-waarde is: (€ 8.100 : € 246.000) x 100% = 3,29%.
Zoek in de 1e 2 kolommen van de tabel het percentage jaarhuur dat voor u geldt. Lees dan in de 3e kolom af welk percentage van de WOZ-waarde daarbij hoort. 3,29% ligt tussen 3,0% en 3,5%. Daarbij hoort het percentage van 79. De waarde van de verhuurde woning is dan 79% x € 246.000 = € 194.340. U geeft op 1 januari 2010 niets aan (u had de woning nog niet). Op 31 december 2010 vult u bij overige onroerende zaken in: € 194.340.
Bijzondere situaties
In de volgende situaties geldt een vast percentage van de WOZ-waarde:
•De huur was onzakelijk, omdat de huurprijs veel lager of hoger was dan gebruikelijk. Hiervan kan sprake zijn als u als ouder de woning aan uw kind verhuurde. Het percentage waarmee u de WOZ-waarde moet vermenigvuldigen, is 79%.
•U verhuurde een zelfstandige deel van een groter gebouw. Het verhuurde deel kon niet worden verkocht zonder het pand op te splitsen. Het percentage waarmee u de WOZ-waarde moet vermenigvuldigen, is 60%.
In de volgende situatie moet u de WOZ-waarde eerst aanpassen
U verhuurde een deel van uw woning, bijvoorbeeld een zolderverdieping. Dan gebruikt u alleen de WOZ-waarde voor het verhuurde deel om de waarde te berekenen.
Heeft de gemeente de WOZ-waarde voor het verhuurde deel niet afzonderlijk vastgesteld? Bereken deze waarde dan zelf. Dat doet u door de vierkante meters van het verhuurde deel te vergelijken met het totale aantal vierkante meters van de woning. U kunt hiervoor de volgende formule gebruiken: (WOZ-waarde van de woning x verhuurde vierkante meters) : totaal aantal vierkante meters van de woning. De uitkomst van deze berekening geeft u aan.
Voorbeeld
U verhuurt een niet zelfstandig deel van uw woning met een grootte van 30 vierkante meter. De totale oppervlakte is 150 vierkante meter. De WOZ-waarde is € 270.000. De WOZ-waarde die u moet aangeven voor het verhuurde deel is (€ 270.000 x 30) : 150 = € 54.000.
Niet-vrijgesteld deel kapitaalverzekeringen
Verzekeringen die een kapitaal (een bedrag ineens) uitkeren bij leven of overlijden, horen bij uw bezittingen in box 3. Bij de volgende verzekeringen krijgt u misschien een vrijstelling:
•een kapitaalverzekering die alleen uitkeert bij overlijden
•een geblokkeerd tegoed bij een bank voor overlijden
•een kapitaalverzekering die u op of vóór 14 september 1999 hebt afgesloten
Kapitaalverzekering die alleen uitkeert bij overlijden
Hebt u een kapitaalverzekering die alleen uitkeert bij overlijden, bijvoorbeeld een begrafenisverzekering, met een uitkering in geld of in natura? Het gaat om een verzekering die uitkeert bij overlijden van uzelf, uw fiscale partner of een bloed- of aanverwant, zoals uw kinderen, ouders, broers of zussen en hun echtgenoten.
Voor een kapitaalverzekering die alleen uitkeert bij overlijden geldt dat deze 'los' moet zijn afgesloten. Dat houdt in dat deze kapitaalverzekering niet een combinatie mag vormen met een verzekerde uitkering bij in leven zijn op een bepaalde datum.
Vrijgesteld geblokkeerd tegoed voor overlijden
Hebt u op een geblokkeerde bankrekening een tegoed staan dat alleen kan worden gedeblokkeerd bij overlijden? Dan kunt u voor het saldo een vrijstelling krijgen. Het gaat om een tegoed dat alleen wordt gedeblokkeerd bij overlijden van uzelf, uw fiscale partner of een bloed- of aanverwant, zoals uw kinderen, ouders, broers of zussen en hun echtgenoten.
Maximumbedrag vrijstelling
Is het tegoed op de bankrekening, samen met het maximum verzekerd kapitaal uit een kapitaalverzekering die alleen uitkeert bij overlijden, hoger dan € 6.703 per persoon? Dan geeft u het hele bedrag aan in box 3. Maar is het totale bedrag niet hoger dan € 6.703 per persoon? U krijgt dan toch een vrijstelling en hoeft u het tegoed niet aan te geven.
Een kapitaalverzekering voor invaliditeit, ziekte of een ongeval
De waarde van kapitaalverzekeringen die een uitkering ineens geven bij invaliditeit, ziekte of een ongeval is onbeperkt vrijgesteld. Ook de kapitaaluitkering is vrijgesteld.
Overige kapitaalverzekeringen
De volgende kapitaalverzekeringen vallen in box 3:
•die niet voldoen aan de voorwaarden voor een kapitaalverzekering eigen woning
•die niet zijn afgesloten bij uw eigen bv
Dit betekent dat u het kapitaal dat u opbouwt tijdens de looptijd van de verzekering moet aangeven als bezitting in box 3.
Kapitaalverzekering die u op of vóór 14 september 1999 hebt afgesloten (geen kapitaalverzekering eigen woning)
Hebt u 1 of meer kapitaalverzekeringen op of vóór 14 september 1999 afgesloten? Dan hoeft u niets aan te geven als de gezamenlijke waarde op een peildatum € 123.428 of lager is. Is de waarde hoger? Dan geeft u alleen de waarde boven € 123.428 aan bij 'Niet-vrijgesteld deel kapitaalverzekeringen'.
Is het verzekerde kapitaal of de premie na 13 september 1999 verhoogd? Dan mag u de vrijstelling alleen gebruiken als die verhoging plaatsvond op basis van een clausule die op 13 september 1999 al bestond. De vrijstelling vervalt in ieder geval als de looptijd van de verzekering na 13 september 1999 is verlengd. Fiscale partners mogen de vrijstelling onder bepaalde voorwaarden aan elkaar overdragen.
Welke kapitaalverzekeringen geeft u niet aan in box 3?
De volgende verzekeringen vallen nooit in box 3:
•een kapitaalverzekering eigen woning
•een kapitaalverzekering die alleen uitkeert bij invaliditeit, ziekte of een ongeval
Rechten op periodieke uitkeringen
Als uw lijfrente voldoet aan de volgende 3 voorwaarden, moet u een deel van de waarde in box 3 aangeven:
•u hebt de lijfrenteverzekering vóór 16 oktober 1990 afgesloten
•u hebt na 13 september 1999 jaarlijks meer dan € 2.269 aan premies betaald
•u hebt deze premies niet afgetrokken
U geeft dan alleen de waarde aan van het deel van het recht dat voortkomt uit de premies boven € 2.269.
Andere rechten op periodieke uitkeringen die niet in box 1 kunnen vallen, omdat de premies nooit aftrekbaar zijn, geeft u aan in box 3. Geef hiervan de waarde in het economisch verkeer aan.
Berekening waarde periodieke uitkeringen
Hoe berekent u de waarde van periodieke uitkeringen die u krijgt en die u in box 3 moet aangeven? Er zijn 3 mogelijkheden:
•De periodieke uitkering is uitsluitend afhankelijk van een leven.
•De periodieke uitkering is niet uitsluitend afhankelijk van een leven, maar vervalt ook na een bepaalde tijd.
•De periodieke uitkering is niet afhankelijk van een leven.
Overige bezittingen
Bij overige bezittingen horen bijvoorbeeld:
•roerende zaken die u in 2010 verhuurde of als belegging had
•rechten die u in 2010 had op roerende zaken, bijvoorbeeld het recht om een auto of caravan van een ander (niet uw werkgever) gratis het hele jaar te gebruiken
•trustvermogen of een vergelijkbaar doelvermogen naar buitenlands recht (ook als u hieruit geen inkomsten had)
•vruchtgebruik of beperkte eigendom van een spaarrekening (zoals de blote eigendom: u was eigenaar, maar u had geen recht op rente)
•vruchtgebruik of beperkte eigendom (zoals de blote eigendom) van een pand, landgoed, bos of natuurterrein
Het gaat hier in het algemeen ook om de blote eigendom van een woning die de eigen woning is van degene die het vruchtgebruik volgens erfrecht heeft.
•recht op het gebruik van een pand waarvoor u minder dan 1 keer per jaar een zakelijke vergoeding betaalde
U betaalde bijvoorbeeld steeds de huur voor 5 jaar vooruit.
Bij overige bezittingen in box 3 horen bijvoorbeeld niet:
•door een erfenis verkregen vruchtgebruik van de woning die in 2010 uw hoofdverblijf was
Het eigenwoningforfait van deze woning geeft u aan bij eigen woning in box 1.
•roerende zaken voor eigen gebruik of voor gebruik binnen het gezin, bijvoorbeeld uw eigen auto of de inboedel van uw woning
•kunstvoorwerpen: deze zijn over het algemeen vrijgesteld
•door een erfenis verkregen rechten op roerende zaken die u zelf gebruikte
Afgezonderd particulier vermogen, zoals trusts
Sinds1 januari 2010 is nieuwe wetgeving ingevoerd voor afgezonderde particuliere vermogens (APV's). Een APV heeft vooral een particulier belang van bijvoorbeeld een familie. Wordt een algemeen nut of een sociaal belang gediend? Dan hoeft er geen sprake te zijn van een APV. Een APV is niet een sociaal belang behartigende instelling (SBBI).
Wat valt onder APV?
Onder het begrip afgezonderd particulier vermogen vallen:
•(family) trusts
•Antilliaanse Stichtingen Particulier Fonds (SPF)
•(Private) Foundations
•Anstalten
•Stiftungen
•Bepaalde particuliere stichtingen en verenigingen
•andere vergelijkbare (buitenlandse) doelvermogens
Wie geeft het vermogen van een APV aan?
Vermogen en inkomen uit een APV in uw aangifte
In de volgende situaties geeft u het vermogen uit het APV in uw aangifte aan:
•U hebt vermogen in het APV ondergebracht.
•U bent de erfgenaam van degene die vermogen in het APV heeft ondergebracht.
•U hebt een concreet recht ten laste van het APV. Bijvoorbeeld een recht op uitkeringen.
•U hebt een fiscale partner die vermogen heeft ondergebracht in het APV.
•U hebt voor een minderjarig kind vermogen ondergebracht in het APV.
•U hebt een fiscale partner die een minderjarig heeft en voor dit kind vermogen heeft ondergebracht in het APV.
Let op!
Betaalde het APV ten minste 10% belasting over de winst? Dan hoeft u geen vermogen aan te geven.
Hebt u een concreet recht ten laste van de APV? Dan moet u de waarde in het economisch verkeer van dat recht wel aangeven.
Waarde vermogen APV
U geeft op de peildatums de waarde van het vermogen aan naar de waarde in het economisch verkeer. Als het vermogen wordt gedrukt doordat iemand een concreet recht ten laste van het APV heeft, dan vermindert u de waarde van het vermogen met de waarde van dat concrete recht.
Waarde concreet recht APV
Als u een concreet recht ten laste van het APV hebt, geeft u op de peildatums de waarde in het economisch verkeer van dat recht aan.
Wat is een SBBI?
Een SBBI is een instelling die primair de particuliere belangen behartigt van de leden of een beperkte doelgroep. Voorbeelden van SBBI's zijn:
•zangkoren en dansgroepen
•muziek- en harmonieverenigingen
•sportclubs
•speeltuinen
•personeelverenigingen
•ouderenverenigingen
•lokale scoutingclubs
•amateurtoneelverenigingen en -theatergroepen
De volgende instellingen zijn geen SBBI's:
•afgezonderde particuliere vermogens (APV's)
•instellingen ten behoeve van individuele belangen of individueel gerichte opdrachten, zoals familiestichtingen
U hoeft het vermogen van een SBBI niet op te geven.
Bron: www.belastingdienst.nl |