|
Had u in 2010 bezittingen, zoals spaargeld, aandelen of een tweede woning? Dan moet u 30% belasting over uw voordeel uit sparen en beleggen (box 3) betalen. Dit voordeel is een vast percentage: 4% van de grondslag sparen en beleggen. De grondslag sparen en beleggen is de gemiddelde waarde van uw vermogen op 1 januari 2010 en 31 december 2010 min uw heffingvrij vermogen.
Voor 2010 is een vast bedrag van € 20.661 aan vermogen vrijgesteld van belasting: het heffingvrije vermogen. Als u minderjarige kinderen hebt of als u ouder bent dan 65 jaar, kan uw heffingvrije vermogen hoger zijn.
Fiscale partner
Had u heel 2010 een fiscale partner of koos u daarvoor? Dan gaat u uit van de gezamenlijke bezittingen min de schulden, de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen, en het gezamenlijke heffingvrije vermogen inclusief de gezamenlijke toeslagen.
Verdelen grondslag sparen en beleggen
Had u heel 2010 een fiscale partner of koos u daarvoor? Dan kunt u de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen verdelen. Het maakt niet uit hoe u de waarde verdeelt tussen uzelf en uw fiscale partner. Elke verdeling mag, als het totaal maar 100% is.
Als u kiest voor fiscaal partnerschap moet u uw aangifte ook door uw fiscale partner laten ondertekenen. Doet uw fiscale partner ook een aangifte? Dan moet u ook deze allebei ondertekenen.
Let op!
Bent u in 2010 geëmigreerd, geïmmigreerd of is uw fiscale partner overleden? Dan kunnen andere regels gelden.
Waarde en peildatums
U gaat uit van de waarde in het economische verkeer. Normaal gesproken is die gelijk aan de verkoopwaarde. Maar soms is het moeilijk om de verkoopwaarde van (een deel van) uw bezittingen te bepalen, bijvoorbeeld omdat er geen 'markt' voor is. U moet dan de waarde schatten. Vermeld de bezittingen en schulden die u had op de peildatums 1 januari 2010 en 31 december 2010.
Heffingvrij vermogen
Een vast bedrag van uw bezittingen min de schulden is vrijgesteld van belasting: het heffingvrije vermogen. Het heffingvrije vermogen is € 20.661. Als u heel 2010 een fiscaal partner had of daarvoor koos, is het heffingvrije vermogen € 41.322.
Toeslag heffingvrij vermogen minderjarige kinderen
U krijgt een verhoging van uw heffingvrije vermogen van € 2.762 per minderjarig kind als u of uw fiscale partner op 1 januari 2010 als ouder het gezag uitoefende over dat kind. Een kind is minderjarig als het op 31 december 2009 jonger was dan 18 jaar. Uw kind moet dus geboren zijn na 31 december 1991 en vóór 1 januari 2010.
Oefende u samen met een andere ouder het ouderlijk gezag uit? En bent u met die ouder niet heel 2010 fiscale partners? Dan bedraagt de toeslag op het heffingvrije vermogen voor ieder van u € 1.381. Deze verhoging noemen wij de toeslag heffingvrij vermogen minderjarige kinderen.
Toeslag heffingvrij vermogen ouderen
U krijgt een verhoging van uw heffingvrije vermogen als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
•U was 65 jaar of ouder op 31 december 2010.
•Uw grondslag sparen en beleggen was niet hoger dan € 273.391
Had u heel 2010 een fiscale partner? Dan mag de grondslag sparen en beleggen van u en uw partner samen niet hoger zijn dan € 546.782.
•Uw inkomen uit werk en woning (box 1) vóór aftrek van de persoonsgebonden aftrekposten is niet meer dan € 19.445.
Deze verhoging noemen wij de ouderentoeslag.
De grondslag sparen en beleggen voor de toepassing van de ouderentoeslag is de gemiddelde waarde van uw vermogen op 1 januari 2010 en 31 december 2010 na aftrek van uw heffingvrije vermogen en de toeslag heffingvrij vermogen voor minderjarige kinderen. Bepaal het bedrag van de ouderentoeslag met de volgende tabel.
Tabel ouderentoeslag
| Bij een inkomen uit werk en woning vóór toepassing persoonsgebonden aftrek van: |
Ouderentoeslag |
> € 0 t/m € 13.978 |
€ 27.350 |
> € 13.978 t/m € 19.445 |
€ 13.675 |
> € 19.445 |
€ 0 |
Partiële buitenlandse belastingplicht (30%-bewijsregel)
Hebt u als buitenlandse deskundige in Nederland gewerkt? En koos u in 2010 voor partiële buitenlandse belastingplicht? Dan hoeft u bij uw bezittingen alleen uw onroerende zaken in Nederland en uw winstrecht van een Nederlandse onderneming aan te geven. Bij uw schulden geeft u de schulden in verband met deze bezittingen aan.
Als buitenlandse deskundige krijgt u geen:
•heffingvrij vermogen
•toeslag heffingvrij vermogen voor minderjarige kinderen
•ouderentoeslag
Vermogen verplaatsen vanuit box 3 en weer terug
Verplaatste u bezittingen of schulden tijdelijk van box 3 naar box 1 of box 2? En daarna weer naar box 3? Dan moet u de werkelijke inkomsten aangeven in box 1 of box 2. U moet uw bezittingen en schulden ook nog meetellen bij uw voordeel uit sparen en beleggen (in box 3) als de verplaatsing:
•niet meer dan 3 achtereenvolgende maanden duurde en in die periode een peildatum van box 3 lag
•meer dan 3 achtereenvolgende maanden, maar niet meer dan 6 achtereenvolgende maanden duurde en in die periode een peildatum van box 3 lag
Dit geldt niet als u aannemelijk kunt maken dat de bezittingen om zakelijke redenen zijn verplaatst naar box 1 of box 2.
In box 3 vermeldt u de waarde op de peildatums die het dichtst liggen bij de datum waarop u het vermogen hebt verplaatst.
Bron: www.belastingdienst.nl |