|
U laat een erfenis na
U krijgt een erfenis
Erfbelasting: aangifte doen en betalen
Meer informatie?
Laat u een erfenis na? Als u zelf tijdens uw leven niets regelt, regelt het erfrecht hoe uw erfenis wordt verdeeld.
Maar u kunt zelf al zaken regelen tijdens uw leven.
Hebt u geen testament laten opstellen? Dan bepaalt het erfrecht wie uw erfgenamen zijn en hoeveel zij erven. De regels van het erfrecht staan in het Burgerlijk Wetboek.
Het erfrecht bepaalt onder andere dat:
- alleen uw echtgenoot of geregistreerd partner en uw bloedverwanten van u erven
- er 4 groepen bloedverwanten zijn
- de zogenoemde wettelijke verdeling geldt als uw getrouwd of geregistreerd partner was en u een of meer kinderen had
Samenwoners kunnen zonder testament niet van elkaar erven. Maar zij kunnen in een samenlevingscontract wel regelen dat bepaalde zaken na het overlijden van de ene echtgenoot of geregistreerd partner eigendom van de andere echtgenoot of geregistreerd partner worden. Zie: Samenwonen en erven
Zonder testament zijn de bloedverwanten de enige erfgenamen. De wet rekent de echtgenoot of de geregistreerde partner ook tot bloedverwanten. Staat u als partner geregistreerd in de burgerlijke stand? Dan hebt u dezelfde rechten als een echtgenoot.
Let op!
Geregistreerd partner zijn, is wat anders dan samenwonen. Staat u op hetzelfde adres ingeschreven bij uw gemeente en heeft u een samenlevingscontract afgesloten bij de notaris? Dan geeft het burgerlijk wetboek u weinig rechten. Wilt u elkaar tot erfgenaam benoemen? Dan moet u dat regelen in uw testament.
Bloedverwanten zijn bijvoorbeeld kinderen, ouders, grootouders, broers en zussen. De wet behandelt de echtgenoot of geregistreerd partner van de overledene alsof hij een bloedverwant is.
Bloedverwanten kunnen via de rechte lijn of via een zijlijn aan elkaar verwant zijn. Ze zijn via de rechte lijn verwant als ze van elkaar afstammen. Dit geldt voor ouders, kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen, enzovoort. Bloedverwanten zijn via een zijlijn aan elkaar verwant, als ze niet van elkaar afstammen, maar wel een gemeenschappelijke voorouder hebben. Dit geldt bijvoorbeeld voor broers en zussen en neven en nichten.
Aangetrouwde familieleden zijn geen bloedverwanten, maar aanverwanten. Zij kunnen alleen erven als de overledene hen in zijn testament tot erfgenaam heeft benoemd.
De wet verdeelt bloedverwanten in 4 groepen.
Volgens de wet zijn de bloedverwanten in 4 groepen verdeeld. Deze groepen erven ook in een bepaalde volgorde.
Groep 1: echtgenoot of geregistreerd partner en eigen kinderen
De echtgenoot of geregistreerd partner (niet van tafel en bed gescheiden) en de kinderen erven ieder een even groot deel van de erfenis. Kleinkinderen erven als hun vader of moeder al is overleden. De kleinkinderen komen dan in de plaats van hun overleden ouder. Dit wordt plaatsvervulling genoemd.
Groep 2: ouders, broers, zussen
Zijn er geen erfgenamen in groep 1? Dan erven de ouders en broers en zussen ieder een even groot deel. Ouders krijgen elk minimaal een kwart. De (klein)kinderen van de broers en zussen erven door plaatsvervulling als hun vader of moeder al is overleden. Halfbroers en -zussen erven de helft van wat broers en zussen erven.
Groep 3: grootouders
Als er geen erfgenamen meer zijn in de groepen 1 en 2, dan erven de grootouders. Elk grootouder krijgt een even groot deel. Ook hier kunnen (klein)kinderen in plaats van de grootouders erven als deze zijn overleden.
Groep 4: overgrootouders
Als erfgenamen uit de groepen 1, 2 en 3 ontbreken, erven de overgrootouders. Elke persoon krijgt een even groot deel. Ook hier is plaatsvervulling door (klein)kinderen van de overgrootouders mogelijk. De erfopvolging gaat niet verder dan groep 4. Als in groep 4 geen erfgenamen meer in leven zijn, krijgt de staat de erfenis.
Aanverwantschap
U kunt als aangetrouwd familielid erven van een overledene als die dat in zijn testament zo heeft geregeld. In dat geval wordt u voor de berekening van de erfbelasting gelijkgesteld aan uw echtgenoot die bloedverwant is. Is uw echtgenoot bijvoorbeeld kind van de overledene, dan geldt u voor het erfrecht ook als kind van de overledene. Deze regeling gaat echter alleen op voor:
- beide echtgenoten zolang het huwelijk bestaat
- de overblijvende echtgenoot als het huwelijk door de dood is beëindigd
Heeft de overledene geen testament gemaakt? En was hij getrouwd of geregistreerd partner en zijn er kinderen? Dan geldt de wettelijke verdeling. De hele erfenis gaat naar de echtgenoot die overblijft na het overlijden van de andere echtgenoot (de langstlevende echtgenoot). De kinderen hebben recht op een deel van de erfenis, maar zij krijgen dit nog niet. Hun erfdeel wordt omgerekend in geld. Voor dit bedrag heeft de langstlevende echtgenoot een schuld aan de kinderen. De kinderen moeten in deze situatie wel aangifte doen voor de erfbelasting.
Voor de waardering van deze schuld bestaan speciale regels. In de toelichting bij het aangifteformulier erfbelasting worden deze regels uitgelegd.
Voorbeeld
Een overledene laat een echtgenoot en 2 kinderen achter. Het echtpaar bezat een woning met een waarde van € 300.000 en € 60.000 spaargeld. Het echtpaar had geen afspraken gemaakt over huwelijkse voorwaarden. Er is geen testament. De helft van alle bezittingen is eigendom van de langstlevende echtgenoot. Dat is € 150.000 voor de woning en € 30.000 spaargeld, in totaal € 180.000. De erfenis van de overledene bestaat uit de andere helft van de bezittingen. Er zijn 3 erfgenamen, die allemaal recht hebben op een even groot deel van € 60.000. De kinderen krijgen hun erfdeel nog niet, dat gebeurt pas na het overlijden van de langstlevende echtgenoot. Tot die tijd heeft de langstlevende echtgenoot bij ieder kind een schuld van € 60.000. De kinderen moeten erfbelasting betalen over € 60.000.
Als de langstlevende echtgenoot overlijdt, dan krijgen de kinderen eerst de € 60.000 per persoon die al van hen was. Over dat bedrag hebben zij al erfbelasting betaald, dus dat hoeven ze niet nog eens te doen. De erfenis van de langstlevende echtgenoot is (€ 80.000 + € 60.000 =) € 240.000. Hiervan krijgt ieder kind € 120.000. Over dit bedrag moeten zij nu erfbelasting betalen.
Samenwoners erven niet automatisch van elkaar. Zonder kinderen en testament gaat de erfenis van de overledene naar zijn ouders, broers en zussen. Samenwoners kunnen een samenlevingscontact afsluiten en daarin wel regelen dat bepaalde zaken na het overlijden van de ene partner eigendom van de andere partner worden. De langstlevende partner erft die zaken dan niet, maar krijgt ze op grond van het samenlevingscontract. Hij moet daarover wel erfbelasting betalen.
Voorbeeld
Twee vrienden, Jeroen en Jasper, wonen samen. Ze hebben een samenlevingscontract. In dit contract staat dat als één van hen overlijdt, de ander de woning krijgt die zij samen hebben gekocht. Jeroen overlijdt, hij laat de helft van de woning en een spaarrekening van € 40.000 na. Er is geen testament. Op basis van het samenlevingscontract wordt Jasper eigenaar van de hele woning. Het bedrag op de spaarrekening gaat naar de erfgenamen van Jeroen. De erfgenamen van Jeroen betalen erfbelasting over € 40.000. Jasper betaalt erfbelasting over de waarde van de helft van het huis.
Eens komt de tijd dat uw erfgenamen uw bezittingen krijgen. U kunt hiervoor het nodige regelen:
- Met een testament kunt u afwijken van de wettelijke regels
- Door schenkingen tijdens uw leven zorgt u voor een kleinere erfenis
- In een codicil kunt u bepaalde zaken nalaten aan bepaalde personen
In een testament is onder meer het volgende mogelijk:
- U kunt afwijken van de regels voor erven die de wet geeft.
- U kunt aangeven wie de erfgenamen zijn en voor welk gedeelte.
- U kunt in een legaat vastleggen dat een bepaald onderdeel van de erfenis, bijvoorbeeld een kostbaar voorwerp of een geldbedrag, naar een bepaalde persoon gaat.
- U kunt zorgen dat personen en instellingen die volgens de wet niets erven, een deel van erfenis krijgen.
- U kunt uw erfgenamen meer laten erven dan zij volgens de wettelijke regels erven.
- U kunt bepalen dat erfgenamen minder, of helemaal niet, erven. Houd dan wel rekening met het wettelijk erfdeel.
- U kunt 'vrij van recht' of 'netto' laten erven.
- U kunt een executeur benoemen die zorgt voor de uitvoering van uw testament.
Voor meer informatie over testamenten kunt u terecht bij een notaris. Ook op de website www.notaris.nl vindt u informatie hierover.
Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen hebben altijd recht op hun wettelijk erfdeel. (Het wettelijk erfdeel wordt ook wel 'legitieme portie' genoemd.) Het wettelijk erfdeel is de helft van het erfdeel waar kinderen recht op zouden hebben als er geen testament was. Als u in uw testament bepaalt dat uw kinderen niets erven, kunnen zij toch hun wettelijk erfdeel opeisen. Zij moeten dit wel doen binnen vijf jaar na het overlijden. Echtgenoten, geregistreerde partners, ouders en (over)grootouders hebben geen recht op een wettelijk erfdeel.
Let op!
Ook schenkingen die een ouder tijdens zijn leven heeft gedaan, horen bij het wettelijk erfdeel.
Voorbeeld 1
Een echtgenoot en 3 kinderen krijgen zonder testament ieder 1/4 van de erfenis.
Als uit het testament blijkt dat de kinderen alleen het wettelijk erfdeel krijgen en de echtgenoot de rest, is de verdeling als volgt:
- de echtgenoot krijgt de helft van de erfenis
- ieder kind én de echtgenoot krijgen elk 1/4 van de helft van de erfenis
- de kinderen krijgen dus 1/8 deel van de totale erfenis
- de echtgenoot krijgt de helft + 1/8 deel van de totale erfenis
Voorbeeld 2
Herbert overlijdt. Zijn erfenis bestaat een woning van € 200.000 en een bankrekening met daarop € 100.000. De enige nog levende familieleden van Herbert zijn zijn zoon Raymond en dochter Magda.
Herbert heeft in zijn testament bepaald dat de hele erfenis naar Raymond gaat. Magda eist haar wettelijk erfdeel op. Als er geen testament zou zijn, dan zou Magda recht hebben op de helft van
(€ 200.000 + € 100.000 =) € 300.000, dus € 150.000. Haar wettelijk erfdeel is daar weer de helft van, dus € 75.000.
'Vrij van recht' laten erven, betekent dat u in uw testament vastlegt dat een of meer erfgenamen geen erfbelasting hoeven te betalen over hun deel van de erfenis. De erfbelasting daarover wordt dan betaald uit de rest van de erfenis. Dit wordt ook wel 'netto' erven genoemd.
U kunt tijdens uw leven schenkingen doen. Bedragen tot € 2000 (tot € 5000 bij schenking aan kinderen) zijn vrij van schenkbelasting. Met deze (belastingvrije) schenkingen kunt u uw bezittingen alvast geleidelijk op uw erfgenamen of op anderen laten overgaan. Door deze geleidelijke overgang is de erfenis kleiner. Daarom hoeven de erfgenamen meestal minder erfbelasting te betalen.
Let op!
Schenkingen die binnen 180 dagen vóór het overlijden zijn gedaan, worden voor de erfbelasting gezien als erfenis. Over deze schenkingen moet dus erfbelasting worden betaald. De schenkbelasting die eerder over deze schenkingen is betaald, wordt verrekend met de erfbelasting.
De eenmalig verhoogde vrijstelling geschonken aan kinderen tussen de 18 en de 35 jaar telt niet mee voor de erfenis.
Meer informatie over schenken
Zie Schenken en de brochure Belasting en schenking 2010. De brochure kunt u ook bestellen bij de BelastingTelefoon.
Zonder testament kunt u in beperkte zin ook bepalen wat er na uw overlijden moet gebeuren. Dat kan door het maken van een zelf geschreven, gedateerde en ondertekende verklaring. Dit wordt een codicil genoemd.
Geld, onroerende zaken en een executeur kunt u niet toewijzen met een codicil.
In een codicil kunt u vastleggen:
- door wie en hoe de uitvaart moet worden geregeld
- welke roerende zaken als meubels, persoonlijke sieraden en kleren aan wie worden toegewezen
Meer informatie over codicil
Voor meer informatie over het codicil kunt u terecht bij een notaris. Ook op de website www.notaris.nl vindt u informatie hierover.
Bron: www.belastingdienst.nl |