|
U mag de volgende inkomsten en aftrekposten verdelen met uw fiscale partner:
- het saldo van de inkomsten en aftrekposten van de eigen woning
- aftrek geen of een kleine eigenwoningschuld
- voordeel uit aanmerkelijk belang
- bezittingen en schulden in box 3, zoals spaargeld, effecten of een 2e woning (niet in het jaar van overlijden, emigratie of immigratie)
- betaalde alimentatie en andere onderhoudsverplichtingen
- uitgaven voor het levensonderhoud van kinderen jonger dan 30 jaar
- uitgaven voor specifieke zorgkosten
- uitgaven voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten
- studiekosten of andere scholingsuitgaven
- kosten voor een rijksmonumentenpand
- giften
- verliezen op beleggingen in durfkapitaal
- restant persoonsgebonden aftrek vorige jaren
Hoe verdeelt u inkomsten en aftrekposten?
Had u heel 2009 een fiscale partner? Dan mogen u en uw fiscale partner de hierboven genoemde inkomsten en aftrekposten in de aangifte verdelen zoals u dat wilt. Iedere verdeling mag, als het totaal maar 100% is.
U kunt bij elke vraag over inkomsten en aftrekposten die u mag verdelen opnieuw voor een verdeling kiezen. Hoe u de inkomsten en aftrekposten verdeelt, kan van invloed zijn op de belasting en premie die u betaalt of terugkrijgt.
Voorbeeld
Het saldo van de inkomsten en aftrekposten van de eigen woning van u en uw fiscale partner is een aftrekpost van € 5.000. Uw brutojaarloon is € 60.000. Voor een groot deel van uw inkomen uit werk en woning geldt het hoogste belastingtarief van 52%. Het jaarloon van uw fiscale partner is bruto € 14.000. Daarvoor geldt het laagste tarief van 33,50%. Als u het hele bedrag bij uzelf invult, dan is het bedrag dat u terugkrijgt 52% van € 5.000.= € 2.600 Vult u deze aftrekpost in bij uw fiscale partner, dan krijgt hij 33,50% van € 5.000 = € 1.675 terug. Het voordeel dat u hebt, is € 2.600 - € 1.675 = € 925.
Digitaal aangifte doen
Wilt u berekenen welke verdeling u het beste kunt maken? Dan kunt u aangifte doen met het aangifteprogramma. In dit programma geeft u aan hoe u de gemeenschappelijke inkomsten en aftrekposten wilt verdelen tussen u en uw partner. Afhankelijk van de verdeling die u maakt, berekent het aangifteprogramma de belasting die u terugkrijgt of moet betalen.
Welke inkomsten en aftrekposten mag u niet verdelen?
De volgende inkomsten en aftrekposten mag u niet verdelen met uw fiscale partner:
- belastbare winst uit onderneming
- loon, uitkering of pensioen
- reisaftrek openbaar vervoer
- bijverdiensten en inkomsten als freelancer, alfahulp, artiest of beroepssporter
- inkomsten uit het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen
- ontvangen alimentatie en andere periodieke uitkeringen
- uitgaven voor inkomensvoorzieningen
- negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen
- bezittingen en schulden in box 3 in het jaar van overlijden van 1 van u beiden. Ook in het jaar van emigratie of immigratie kunt u de inkomsten uit sparen en beleggen niet verdelen.
- negatieve persoonsgebonden aftrek
Bron: www.belastingdienst.nl |