|
Als werknemer kunt u deelnemen aan de levensloopregeling. Met deze regeling kunt u fiscaal voordelig geld opzij zetten. U kunt het spaartegoed gebruiken voor bijna elke vorm van verlof:
- ouderschapsverlof
- sabbatical
- zorgverlof om voor een ziek familielid te zorgen
- studieverlof
- vervroegd pensioen
Hier vindt u informatie over deelname aan de levensloopregeling en het maximale spaarbedrag. Ook ziet u hoe u het levenslooptegoed op kunt nemen. Zo kunt u gebruikmaken van levensloopverlofkorting en eventueel ouderschapsverlofkorting.
Zie ook
www.szw.nl
www.spaarvooruwverlof.nl
U kunt bij uw werkgever aangeven dat u gebruik wilt maken van de levensloopregeling. Uw werkgever houdt maandelijks of jaarlijks een bedrag in en stort dit op een geblokkeerde rekening. U moet zelf deze spaarrekening openen. U kunt de rekening openen bij een:
- bank
- beleggingsinstelling
- pensioenfonds
- verzekeraar
U spaart belastingvrij. U hoeft over het gespaarde bedrag geen loonheffing (inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet te betalen. Pas als u het gespaarde bedrag - het levenslooptegoed - opneemt, betaalt u loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.
Over het bedrag dat u spaart, betaalt uw werkgever wel premies werknemersverzekeringen. Hierdoor telt dit gespaarde bedrag mee bij het vaststellen van een eventuele werkeloosheidsuitkering of uitkering bij ziekte.
Let op!
Als u deelneemt aan de levensloopregeling kunt u niet tegelijkertijd deelnemen aan de spaarloonregeling.
Ieder jaar kunt u ervoor kiezen deel te nemen aan de levensloopregeling of spaarloonregeling. De levensloopregeling kunt u gebruiken voor verschillende verlofvormen en een vervroegd pensioen. Met de spaarloonregeling kunt u belastingvrij een deel van uw brutoloon sparen. Het is niet mogelijk om in 1 jaar aan beide regelingen deel te nemen. Als u wilt overstappen, moet u dit voor het einde van het kalenderjaar doorgeven aan uw werkgever.
Het maximumbedrag dat u per kalenderjaar mag sparen is 12% van uw brutojaarloon. U vindt uw brutojaarloon op uw jaaropgaaf. Dit brutojaarloon bestaat bijvoorbeeld uit uw:
- salaris
- vakantiegeld
- inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet
- eventuele eindejaarsuitkering
Uw totale levenslooptegoed mag maximaal 210% van uw brutojaarloon van het afgelopen kalenderjaar zijn. De bijgeschreven rente maakt onderdeel uit van uw levenslooptegoed.
De hoogte van het maximale spaarbedrag berekent u als volgt:
Brutojaarloon jaar 1 € 40.000 te sparen maximaal 12% = € 4.800
Brutojaarloon jaar 2 € 41.500 te sparen maximaal 12% = € 4.980
Brutojaarloon jaar 3 € 45.000 te sparen maximaal 12% = € 5.400
Totaal gespaard = € 15.180
In dit voorbeeld is geen rekening gehouden met rendement.
Uw totale levenslooptegoed mag maximaal 210% van uw brutojaarloon van het afgelopen kalenderjaar zijn.
Dit bedrag is in dit voorbeeld maximaal 210% van € 45.000 = € 94.500
Het gespaarde levenslooptegoed van € 15.180 kunt u opnemen om uw verlof te bekostigen. Omdat u 3 jaar deelnam aan de levensloopregeling hebt u recht op een levensloopverlofkorting van € 585. Namelijk 3 jaren x € 195 levensloopverlofkorting per jaar. Uw werkgever houdt rekening met de levensloopverlofkorting bij de berekening van de loonheffing.
Als u op 31 december 2005 51 jaar of ouder was, maar niet ouder dan 55 jaar, dan kunt u extra sparen. U mag dan meer dan 12% van uw brutojaarloon sparen. Het levenslooptegoed, dus inclusief rendement, mag maximaal 210% van uw brutojaarloon zijn. Zo kunt u in korte tijd toch een behoorlijk levenslooptegoed opbouwen.
U mag het levenslooptegoed alleen gebruiken om onbetaald verlof op te nemen. U hoeft niet het totale gespaarde bedrag op te nemen. U kunt ook een deel van uw levenslooptegoed opnemen.
Als u onbetaald verlof opneemt, keert de instelling waar u spaart (een deel van) uw levenslooptegoed uit aan uw werkgever. Uw werkgever betaalt dit geld tijdens uw verlof als loon aan u uit.
U mag per maand niet meer geld opnemen dan uw maandloon. Het gaat om het maandloon dat u ontving in de maand direct voorafgaand aan uw verlof. Uw werkgever houdt loonheffing en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet in.
Zodra u een deel van uw opgebouwde levenslooptegoed opneemt, hebt u recht op een levensloopverlofkorting. Voor ieder jaar dat u hebt ingelegd in de levensloopregeling, krijgt u maximaal € 191 korting op de belasting die uw werkgever inhoudt. In 2009 is dit bedrag € 195.
Als u tot 2009 ouderschapsverlof opneemt en dit bekostigt met de levensloopregeling, kunt u ouderschapsverlofkorting krijgen. U krijgt deze naast de levensloopverlofkorting. Om voor de ouderschapsverlofkorting in aanmerking te komen, moet u tot 2009 deelnemen in de levensloopregeling.
Vanaf 2009 hoeft u niet meer deel te nemen aan de levensloopregeling om voor de ouderschapsverlofkorting in aanmerking te komen.
U kunt met de bedragen die u jaarlijks spaart een levenslooptegoed opbouwen tot maximaal 210%.
Als u het maximum hebt ingelegd dan kunt u op het moment van opname van het levenslooptegoed bijvoorbeeld een brutosalaris van 70% opnemen en dan kunt u dus maximaal 3 jaar (210:70) verlof nemen.
U wilt 3 jaar lang verlof hebben tegen 70% van uw salaris. Wat moet u dan sparen?
Per jaar mag u 12% van uw brutojaarloon sparen.
U moet dus 17,5 jaar sparen om de 210% (= 17,5 jaar x 12%) te halen.
De werkgever brengt maximaal € 3.510 levensloopverlofkorting in mindering op de in te houden loonheffing (18 kalenderjaren x € 195 levensloopverlofkorting in 2009). Dit bedrag van € 195 wordt ieder jaar geïndexeerd.
Zie ook:
http://www.spaarvooruwverlof.nl/
De hoogte van de ouderschapsverlofkorting berekent u als volgt:
Vermenigvuldig het aantal opgenomen uren ouderschapsverlof met € 3,99 (bedrag 2009) per ouderschapsverlofuur.
U neemt in een kalenderjaar 400 uur ouderschapsverlof op. De ouderschapsverlofkorting bedraagt dan: 400 x € 3,99 = € 1.596,00.
U kunt deze korting aanvragen bij uw aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst stelt vervolgens de hoogte van de ouderschapsverlofkorting vast in uw aanslag inkomstenbelasting.
Let op!
De ouderschapsverlofkorting kan nooit meer zijn dan het verschil tussen het brutoloon dat u verdient in het jaar dat u ouderschapsverlof opneemt, en het brutoloon van het jaar daarvoor. Als u in het voorafgaande jaar ook ouderschapsverlof opnam, moet u uitgaan van uw brutoloon in het jaar voorafgaand aan het ouderschapsverlof.
U mag uw levenslooptegoed alleen gebruiken voor verlof, dus niet voor andere doelen. Uw werkgever mag daar dan ook niet aan meewerken. Het afkopen of vervreemden (bijvoorbeeld door verkoop) van uw levensloopregeling is evenmin toegestaan. U mag uw levensloopregeling wel afkopen als u bij uw werkgever uit dienst gaat.
Bron: www.belastingdienst.nl |