|
Met ingang van 1 januari 2009 wijzigt de inkomstenbelasting op een aantal punten. Deze wijzigingen kunnen gevolgen hebben voor de belasting die u moet betalen of terugkrijgt.
Let op!
Verandert uw inkomen door de wijzigingen in 2009? Controleer dan of dit gevolgen heeft voor uw voorlopige teruggaaf of uw voorlopige aanslag. Meer informatie vindt u in de toelichting bij de voorlopige aanslag 2009 en op www.belastingdienst.nl. De veranderingen kunnen ook gevolgen hebben voor de hoogte van het inkomen waarover wij uw kindgebonden budget of toeslag berekenen. Meer informatie hierover vindt u op www.toeslagen.nl. U kunt ook bellen met de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Eigenwoningforfait
De bijtelling voor het eigenwoningforfait was altijd aan een maximumgebonden. Zo was de bijtelling voor 2008 maximaal € 9.300. Dit maximum is met ingang van 2009 vervallen. Uw aftrekpost voor de eigen woning kan hierdoor lager zijn.
Handige tips voor uw belastingaangifte? Klik hier!
Heffingskortingen
Uitbetaling van de algemene heffingskorting
De uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de niet of weinig verdienende partner wordt afgebouwd. Dat gebeurt over een periode van 15 jaar, met een jaarlijkse afbouw van 6 2/3%. De afbouw start in het jaar 2009.
Let op!
Deze maatregel geldt niet als:
– de niet- of weinig verdienende fiscale partner is geboren voor 1 januari 1972
– de niet- of weinig verdienende fiscale partner is geboren na 31 december 1971 en een thuiswonend kind heeft dat op 31 december 2008 jonger is dan 6 jaar
Voorbeeld 1
U bent geboren na 31 december 1971 en hebt geen inkomen. U hebt geen inwonende kinderen die op 31 december 2008 jonger zijn dan 6 jaar. Uw fiscale partner is voldoende belasting verschuldigd om aan u de algemene heffingskorting uit te betalen. U hebt recht op uitbetaling van de algemene heffingskorting van € 2007. De afbouw voor het jaar 2009 is 6 2/3%, ofwel € 134. De uitbetaling is dan € 2.007 - € 134 = € 1.873.
Voorbeeld 2
U bent geboren voor 1 januari 1972, u bent nog geen 65 jaar en uw loon is € 4.000. De belasting hierover is € 1.340. De algemene heffingskorting is € 2.007 en de arbeidskorting € 70. Totaal € 2.077. Het verschil tussen uw berekende belasting en uw heffingskortingen is € 2.077 min € 1.340 = € 737. Uw fiscale partner heeft een inkomen van € 35.000. Zijn belasting hierover is € 13.180. Zijn algemene heffingskorting is € 2.007 en de arbeidskorting € 1.504. Totaal € 3.511. De verschuldigde belasting van uw fiscale partner is € 13.180 min € 3.511 = € 9.669. Omdat uw fiscale partner meer belasting verschuldigd is dan € 737, krijgt u € 737 aan heffingskorting uitbetaald. Omdat u geboren bent voor 1 januari 1972 wordt de uitbetaling van de algemene heffingskorting niet afgebouwd.
Arbeidskorting
Met ingang van 2009 kan de arbeidskorting worden beperkt. Als uw inkomen hoger is dan € 40.000, wordt de arbeidskorting geleidelijk lager. Voor 2009 is de verlaging maximaal € 32.
Inkomensafhankelijke combinatiekorting
De combinatiekorting en de aanvullende combinatiekorting zijn vervangen door één korting: de inkomensafhankelijke combinatiekorting. U krijgt deze korting als u met werken een inkomen verdient dat hoger is dan € 4.619 of als u zelfstandigenaftrek krijgt. Het basisbedrag van deze korting is € 770. Dit bedrag wordt verhoogd met 3,8% van de inkomsten boven € 4.619. De verhoging is maximaal € 995. Het totaal van de inkomensafhankelijke combinatiekorting is maximaal € 770 + € 995 = € 1.765 (of € 822 als u 65 jaar of ouder bent).
Ouderschapsverlofkorting
De ouderschapsverlofkorting biedt financiële ondersteuning voor werknemers die gebruik maken van hun wettelijk recht op ouderschapsverlof. Het recht op ouderschapsverlof is met ingang van 1 januari 2009 uitgebreid van 13 naar 26 weken. Door deze uitbreiding wordt het maximale bedrag van de ouderschapsverlofkorting ook hoger. De ouderschapsverlofkorting werd tot en met 2008 alleen toegepast als de ouder deelnam aan de levensloopregeling en daarvoor ook daadwerkelijk bedragen stortte. Die koppeling is vervallen met ingang van 2009. De ouderschapsverlofkorting komt daarmee volledig los te staan van de levensloopregeling. De ouderschapsverlofkorting wordt berekend door het aantal uur opgenomen ouderschapsverlof te vermenigvuldigen met € 3,99 per verlofuur. De korting bedraagt niet meer dan de terugval in het belastbare loon in 2009 ten opzichte van 2008.
Doorwerkbonus
Met ingang van 2009 is er een nieuwe heffingskorting: de doorwerkbonus. Deze bonus moet mensen motiveren om door te blijven werken vanaf het jaar waarin zij 62 worden. De doorwerkbonus loopt ook door na de 65-jarige leeftijd. De hoogte van de doorwerkbonus is afhankelijk van iemands leeftijd en het inkomen uit arbeid. De bonus wordt berekend over het inkomen boven € 8.860 tot een maximum inkomen van € 54.776. De bestaande (verhoogde) arbeidskorting voor ouderen blijft naast de doorwerkbonus bestaan.
Uitgaven voor inkomensvoorzieningen
Het bedrag van de jaarruimte is verhoogd en is nu maximaal € 26.491. De reserveringsruimte bedraagt maximaal € 6.703. Voor belastingplichtigen die op 1 januari 2009 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt, wordt het maximumbedrag van € 6.703 verhoogd tot € 13.238. De maximale premiegrondslag bij de berekening van de jaarruimte is € 155.827.
Handige tips voor uw belastingaangifte? Klik hier!
Afkoop “kleine” lijfrente
Als u een lijfrente afkoopt, moet u over de afkoopsom revisierente betalen. Bovendien moet u de in aftrek gebrachte premies aangeven als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Met ingang van 2009 is er een aanpassing aan deze regelgeving. Als u een lijfrente met een waarde van maximaal € 4.000 afkoopt, wordt alleen de afkoopsom belast als een uitkering van een lijfrentetermijn. U hoeft dan geen revisierente te betalen en ook niet de in voorgaande jaren afgetrokken premies aan te geven als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen.
Uitgaven voor ziektekosten
De aftrek Ziektekosten en andere buitengewone uitgaven, zoals we die kenden tot en met 2008, is vervallen. Hiervoor in de plaats is een nieuwe fiscale regeling ingevoerd: de aftrek Uitgaven voor specifieke zorgkosten.
In de nieuwe regeling zijn verschillende aftrekposten vervallen. De volgende uitgaven zijn niet meer aftrekbaar:
– premies voor de aanvullende zorgverzekering
– het bedrag van het eigen risico dat u hebt betaald
– adoptiekosten
– kosten van een begrafenis of crematie
– kosten van bevalling en kraamhulp
– de eigen bijdrage voor verpleging AWBZ instelling. Hiervoor geldt een overgangsmaatregel, zie Overgangsmaatregel eigen bijdrage.
– de eigen bijdrage op grond van de AWBZ voor verblijf buiten een AWBZ instelling. Hiervoor geldt een overgangsmaatregel, zie Overgangsmaatregel eigen bijdrage.
– de eigen bijdrage Wet maatschappelijke ondersteuning. Hiervoor geldt een overgangsmaatregel, zie Overgangsmaatregel eigen bijdrage.
Daarnaast zijn ook de volgende vaste aftrekbedragen vervallen:
– vaste aftrek voor 65-plussers
– vaste aftrek wegens arbeidsongeschiktheid
– vaste aftrek voor uitgaven wegens chronische ziekte van u, uw partner of uw kind
– vast bedrag voor de huisapotheek
Voorwaarden aftrek
Van de uitgaven mag u alleen het deel aftrekken waarvoor u geen vergoeding kreeg of vergoeding kon krijgen van bijvoorbeeld de (aanvullende) zorgverzekering, uw werkgever of de bijzondere bijstand.
Voor welke personen mag u specifieke zorgkosten aftrekken
U mag de uitgaven aftrekken die u doet voor:
– uzelf, uw fiscale partner en uw kinderen die jonger zijn dan 27 jaar
– ernstig gehandicapte personen van 27 jaar of ouder waarmee u in gezinsverband woont. Iemand is ernstig gehandicapt als hij aanspraak kan maken op opname in een AWBZ-instelling (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten)
– ouders, broers of zussen die bij u in huis wonen en afhankelijk zijn van uw zorg. Iemand is afhankelijk van uw zorg als hij normaal gesproken is aangewezen op beroepsmatige hulp of verzorging in een verzorgingshuis of verpleeghuis.
Let op!
Voor de uitgaven die u doet voor anderen dan uzelf en uw fiscale partner, geldt als aanvullende voorwaarde dat zij financieel niet in staat zijn deze kosten zelf te betalen. Hierna leest u welke uitgaven u mag meetellen om uw aftrekbedrag over 2009 te berekenen. U kunt hierbij de rekenhulp op bladzijde 7 gebruiken.
Overgangsmaatregel eigen bijdrage
Voor het jaar 2009 is er een overgangsmaatregel voor de eigen bijdrage. Daaraan zijn twee voorwaarden verbonden:
– Het moet gaan om de eigen bijdrage over de jaren tot en met 2008, die u hebt betaald in 2009.
– U hebt de rekening hiervoor na 30 november 2008 ontvangen.
Als aan die voorwaarden wordt voldaan, zijn aftrekbaar:
– 25% van de eigen bijdrage voor verpleging in een AWBZ-instelling
– de eigen bijdrage op grond van de AWBZ voor verblijf buiten een AWBZ-instelling
– de eigen bijdrage voor de Wet maatschappelijke ondersteuning Uitgaven voor specifieke zorgkosten
Onder uitgaven voor specifieke zorgkosten vallen de uitgaven voor:
– genees- en heelkundige hulp
– voorgeschreven medicijnen
– hulpmiddelen
– vervoer
– dieet
– extra gezinshulp
– extra kleding en beddengoed
– reiskosten ziekenbezoek
Handige tips voor uw belastingaangifte? Klik hier!
Van het totaal van deze uitgaven mag u alleen het deel aftrekken dat uitkomt boven een bepaald bedrag, de drempel.
Genees- en heelkundige hulp
Onder genees- en heelkundige hulp vallen de uitgaven voor:
– de huisarts, de fysiotherapeut, de tandarts of een specialist
– verpleging in een ziekenhuis, een andere verpleeginstelling of thuis
– paramedische behandelingen door of onder begeleiding van een arts. Bijvoorbeeld: acupunctuur, logopedie, homeopathie of chiropraxie.
Uitgaven voor ooglaserbehandelingen ter vervanging van een bril of contactlenzen, zijn niet meer aftrekbaar.
Voorgeschreven medicijnen
U mag de kosten aftrekken van medicijnen die door een arts zijn voorgeschreven. Deze medicijnen moeten door Nederlandse artsen als medicijn worden beschouwd. Ook homeopathische medicijnen
kunnen daaronder vallen.
Hulpmiddelen
Uitgaven voor hulpmiddelen kunt u ook aftrekken. Hulpmiddelen zijn voorzieningen of apparaten waardoor u normale lichaamsfuncties kunt uitoefenen, wat u niet zou kunnen zonder gebruik van het hulpmiddel. Uitgaven voor hulpmiddelen zijn bijvoorbeeld de uitgaven voor:
– steunzolen
– gehoorapparaten
– kunstgebit en prothesen
– blindenstok of blindengeleidehond
– rolstoel, krukken, rollator en traplift
– onderhoud, reparatie en verzekering van deze hulpmiddelen
De uitgaven voor brillen, contactlenzen, contactlensvloeistof en dergelijke, en ooglaserbehandelingen ter vervanging van een bril of contactlenzen zijn niet meer aftrekbaar.
Aanpassingen aan een woning
Uitgaven voor aanpassingen aan een woning kunt u ook aftrekken als kosten van een hulpmiddel. Dit kan uw eigen woning, een huurwoning, een woonwagen of een woonboot zijn. Het gaat om dat deel van de uitgaven waarvoor u geen vergoeding krijgt. De aanpassingen moeten op medisch voorschrift worden aangebracht vanwege een beperking van een lichaamsfunctie.
Deze uitgaven mag u helemaal aftrekken als de waardestijging van de woning, de woonwagen of de woonboot door de aanpassingen niet meer is dan 10% van de aanpassingskosten die voor uw rekening komen. Is de waardestijging meer dan 10% van de aanpassingskosten die voor uw rekening komen? Dan berekent u het bedrag dat u mag aftrekken, als volgt:
| De kosten die voor uw rekening komen |
€……… |
| Bedrag van de waardestijging |
€……… |
| Af: 10% van de uitgaven die voor uw rekening komen |
€……… - |
| Waardestijging |
€……… - |
| Het bedrag dat u in aftrek kunt brengen als hulpmiddel |
€……… |
Voorbeeld
U laat in 2009, op medisch voorschrift, een slaapkamer en een doucheruimte bouwen op de begane grond. De kosten daarvan zijn € 30.000. Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning hebt u recht op een vergoeding van € 16.000. Voor uw rekening blijft dus € 14.000. Door de aanbouw is de woning met € 10.000 in waarde gestegen. Deze waardestijging is meer dan 10% van de aanpassingskosten die voor uw rekening zijn en dus moet u met deze waardestijging rekening houden. Het bedrag dat u mag aftrekken als kosten van een hulpmiddel berekent u als volgt:
| De kosten die voor uw rekening komen |
€ 14.000 |
| Bedrag van de waardestijging |
€ 10.000 |
| Af: 10% van de uitgaven die voor uw rekening komen |
€ 1.400 - |
| Waardestijging |
€ 8.600 - |
| Het bedrag dat u in aftrek kunt brengen als hulpmiddel |
€ 5.400 |
Andere aanpassingen
Andere aanpassingen dan die aan een woning kunt u onder bepaalde voorwaarden ook aftrekken. Het gaat dan om zaken die hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt en die speciaal voor de ziekte of handicap zijn aangebracht. Dit zijn bijvoorbeeld aanpassingen aan een auto.
De volgende uitgaven kunt u niet aftrekken:
– extra huur voor een aangepaste woning
– energie- en verwarmingskosten van de woning
– snellere slijtage van meubilair en vloerbedekking, bijvoorbeeld door gebruik van een rolstoel
– aangepaste vloerbedekking
– verhuizing naar een verzorgingshuis en de inrichting van de nieuwe woonruimte
– een telefoonabonnement of gesprekskosten
Vervoer
Het gaat hierbij om vervoer wegens ziekte of invaliditeit. De volgende uitgaven kunt u aftrekken:
– kosten voor vervoer naar een arts of ziekenhuis
– kosten voor ambulancevervoer
– extra vervoerskosten door ziekte of invaliditeit (zie hierna)
Handige tips voor uw belastingaangifte? Klik hier!
Het kan zijn dat u door ziekte of invaliditeit hoge vervoerskosten maakt. Kunt u aannemelijk maken dat u door uw ziekte of invaliditeit hogere vervoerskosten hebt dan mensen die niet ziek of invalide zijn, maar die wel in financieel en maatschappelijk opzicht met u vergelijkbaar zijn? Dan kunt u uw extra vervoerskosten aftrekken. Misschien hebt u recht op vergoedingen voor uw vervoerskosten. Bij het berekenen van uw extra vervoerskosten moet u rekening houden met deze vergoedingen.
Dieet
U kunt een vast bedrag aftrekken als u op doktersvoorschrift een dieet volgt dat staat in de Tabel vaste aftrekbare bedragen voor diëten op bladzijde 8. Staat uw dieet niet in de tabel? Dan kunt u geen bedrag aftrekken. Voor een Moermandieet geldt het vaste bedrag dat bij Oncologie staat.
In de tabel staat het vaste bedrag dat u mag aftrekken als u het dieet het hele jaar volgt. Als u een bepaald dieet maar een deel van het jaar volgt, neemt u een evenredig deel van het bedrag uit de tabel. Als u bijvoorbeeld een dieet zeven maanden volgt, neemt u 7/12 van het
bedrag uit de tabel.
Let op!
Als u niet precies weet welk dieet u volgt, vraag dan uw huisarts om een dieetbevestiging.
Volgt u in een jaar twee of meer diëten uit de tabel? Dan zijn de volgende situaties mogelijk:
– U volgt twee of meer diëten voor hetzelfde ‘ziektebeeld’ . Dan mag u maar van één van die gevolgde diëten het vaste bedrag uit de tabel aftrekken. U mag het hoogste bedrag kiezen.
– U volgt diëten voor verschillende ziektebeelden en aandoeningen. Dan mag u per ‘ziektebeeld’ het vaste bedrag van de gevolgde diëten aftrekken.
– U volgt diëten voor verschillende ziektebeelden en aandoeningen, maar het gaat om hetzelfde dieet. U mag maar één keer het vaste bedrag van het dieet aftrekken.
Als uw fiscale partner ook een of meer diëten volgt, geldt het voorgaande ook voor uw fiscale partner.
Extra gezinshulp
U mag uitgaven voor extra gezinshulp aftrekken als u:
– gezinshulp nodig hebt door ziekte of invaliditeit
– over rekeningen of kwitanties beschikt waarop de volgende gegevens staan:
– datum
– bedrag
– naam, adres en woonplaats van de gezinshulp of instantie aan wie u de kosten betaalt
U mag alleen het deel van de uitgaven aftrekken dat uitkomt boven een bepaald bedrag, de drempel. Gebruik de tabel hierna om uw drempel te berekenen.
Uw drempelinkomen is het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, maar zonder uw persoonsgebonden aftrek. Als u heel 2009 een fiscale partner hebt, neem dan het drempelinkomen van u en uw fiscale partner samen. Voor het bepalen van uw drempelinkomen kunt u gebruik maken van de Rekenhulp berekening drempelinkomen op bladzijde 6.
Let op!
Als uw fiscale partner ziek of invalide is en overlijdt, mag u de uitgaven voor extra gezinshulp na het overlijden alleen aftrekken als u vóór het overlijden ook al extra gezinshulp hebt in verband met de ziekte of de invaliditeit. U mag die uitgaven aftrekken die u hebt tot en met de maand van overlijden en de drie maanden daarna.
Extra uitgaven voor kleding en beddengoed
U mag extra uitgaven voor kleding en beddengoed, en het wassen daarvan, onder de volgende voorwaarden aftrekken:
– De uitgaven waren rechtstreeks een gevolg van ziekte of invaliditeit.
– De zieke of invalide hoort tot uw huishouden.
– De ziekte duurde minimaal een jaar of gaat waarschijnlijk minimaal een jaar duren.
Voor deze uitgaven mag u een vast bedrag aftrekken van € 300. Kunt u aantonen dat de extra uitgaven hoger zijn dan € 600? Dan mag u € 750 aftrekken. De bedragen gelden per persoon en voor een heel jaar. Als u bijvoorbeeld vanaf 1 oktober 2009 extra uitgaven had, neemt u 3/12 van het aftrekbedrag.
Reiskosten ziekenbezoek
U mag reiskosten voor ziekenbezoek onder de volgende voorwaarden aftrekken:
– U en de zieke hebben bij het begin van de ziekte een gezamenlijke huishouding.
– U bezoekt de zieke in 2009 regelmatig.
– De zieke wordt langer dan een maand verpleegd. Wordt de zieke meerdere keren per jaar verpleegd? Dan mag u de reiskosten alleen aftrekken als de zieke in totaal langer dan een maand wordt verpleegd en als de verpleging steeds een gevolg is van dezelfde ziekte. De tijd tussen de verpleegperioden mag niet langer zijn dan vier weken.
– De enkele reisafstand tussen uw woning of verblijfplaats en de plaats waar de verpleging plaatsvond (gemeten langs de meest gebruikelijke weg) is meer dan tien kilometer.
U kunt de uitgaven aftrekken voor:
– de reizen per auto. U mag een vast bedrag van € 0,19 per kilometer aftrekken.
– de reizen per taxi, met het openbaar vervoer of op een andere wijze. U mag de werkelijke reiskosten aftrekken.
Verhoging specifieke zorgkosten
U mag het bedrag van de uitgaven voor specifieke zorgkosten verhogen met 113% als uw drempelinkomen niet hoger is dan € 32.127. De uitgaven voor genees- en heelkundige hulp en de reiskosten ziekenbezoek tellen niet mee voor deze verhoging. Uw drempelinkomen is het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, maar zonder uw persoonsgebonden aftrek. Als u heel 2009 een fiscale partner had, mag het drempelinkomen van u en uw fiscale partner samen niet hoger zijn dan € 32.127. Is het drempelinkomen van u en uw eventuele fiscale partner samen hoger dan € 32.127? Dan mag u de verhoging niet toepassen.
Drempel
U mag alleen het deel van de uitgaven aftrekken dat uitkomt boven een bepaald drempelbedrag. De hoogte van deze drempel hangt af van uw drempelinkomen. Dit kunt u berekenen met de Rekenhulpberekening drempelinkomen.
Fiscale partner
Hebt u heel 2009 een fiscale partner? Dan telt u de specifieke zorgkosten van u en uw fiscale partner bij elkaar. Voor de berekening van de drempel telt u het drempelinkomen van u en van uw fiscale partner bij elkaar. Het aftrekbedrag kunt u verdelen zoals u dat wilt, als het totaal maar 100% is.
Geen fiscale partner
Als u in 2009 geen fiscale partner hebt, berekent u alleen de aftrekbare bedragen waar u zelf recht op hebt. Dit geldt ook als u een deel van 2009 een fiscale partner hebt en niet kiest om heel 2009 elkaars fiscale partner te zijn.
Handige tips voor uw belastingaangifte? Klik hier!
Tegemoetkomingsregeling specifieke zorgkosten
Het kan zijn dat u uitgaven voor zorgkosten mag aftrekken. Maar als u weinig of geen belasting hoeft te betalen, hebt u weinig of geen voordeel van deze aftrekpost. Het belastingvoordeel dat u door uw aftrekposten hebt, kan namelijk niet hoger zijn dan het bedrag dat u aan belasting betaalt. Om het belastingvoordeel dat u hierdoor mist te compenseren, is er de tegemoetkoming specifieke zorgkosten. Deze regeling houdt in dat u in bepaalde gevallen een tegemoetkoming krijgt voor de niet-benutte aftrekposten voor zorgkosten. De tegemoetkoming baseren wij op de aangifte inkomstenbelasting over het voorgaande jaar. Wilt u in 2009 in aanmerking komen voor de tegemoetkoming specifieke zorgkosten? Dan moet u wel aangifte doen over het belastingjaar 2008.Wij stellen op basis van uw aangifte vast of u een tegemoetkoming krijgt. Als dit het geval is, storten wij automatisch het bedrag op uw bank- of girorekening. U hoeft dit niet apart aan te vragen.
Voor rekenhulp en tabellen zie de site van de belastingdienst.
Bron: www.belastingdienst.nl |