|
Volgt u in 2008 een opleiding of studie voor uw beroep of toekomstig beroep? Dan mag u de uitgaven hiervoor, zoals lesgeld en de uitgaven voor boeken, aftrekken als persoonsgebonden aftrek.
Voorwaarden aftrek
Uw studiekosten of andere scholingsuitgaven mag u onder de volgende voorwaarden meetellen:
– U of uw fiscale partner doet de uitgaven voor uw studie
– De opleiding of studie is gericht op uw beroep of toekomstig beroep
– De uitgaven (min eventuele vergoedingen) zijn hoger dan de drempel van EUR 500. De uitgaven boven de drempel mag u aftrekken. Meestal geldt een maximaal aftrekbedrag van EUR 15.000.
Als u voor uw studiekosten of andere scholingsuitgaven een vergoeding ontvangt, bijvoorbeeld een vergoeding van uw werkgever, moet u deze vergoeding eerst van uw uitgaven aftrekken voordat u het aftrekbedrag berekent.
De volgende kosten mag u meetellen:
– lesgeld, collegegeld of instellingscollegegeld
– kosten voor studieboeken of vakliteratuur
– afschrijving duurzame zaken. De afschrijving van een duurzame zaak behoort uitsluitend tot de studiekosten voor zover u die zaak gebruikt voor de opleiding of studie. Hierbij moet u rekening houden met de restwaarde en de levensduur. Voor computers en randapparatuur geldt een levensduur van drie jaar en een restwaarde van 10%
- uitgaven voor zogenoemde EVC-procedures (Erkenning Verworven Competenties). Vanaf 2007 zijn deze uitgaven aftrekbaar. U hebt bijvoorbeeld als student in de praktijk kennis en ervaring (competenties) opgedaan. U kunt deze competenties laten vastleggen in een verklaring (de EVC-verklaring). Met deze verklaring kunt u bijvoorbeeld vrijstelling krijgen voor een bepaald onderdeel van uw studie
De volgende kosten mag u niet meetellen:
– rente voor studieschulden
– uitgaven voor levensonderhoud, bijvoorbeeld huisvesting, voeding en kleding
– reis- en verblijfkosten
– uitgaven voor studiereizen of excursies
– uitgaven voor een werk- of studeerruimte (ook niet de inrichting daarvan)
Maximaal aftrekbedrag
U mag maximaal EUR 15.000 als studiekosten of andere scholingsuitgaven aftrekken. Er zijn echter twee uitzonderingen:
– U mag het maximum verhogen als uw beurs in 2008 definitief niet wordt omgezet in een gift. Het maximum verhoogt u met het bedrag dat u door het niet omzetten van uw beurs als aftrekbare studiekosten mag aftrekken
– Als u in 2008 een studie of opleiding volgt tijdens uw standaardstudieperiode, geldt geen maximaal aftrekbedrag
Standaardstudieperiode
De standaardstudieperiode is een periode van maximaal 16 kalenderkwartalen waarin u uw tijd voornamelijk aan uw studie besteedt. U moet zodanig veel tijd aan de studie besteden, dat u daarnaast geen volledige baan kunt hebben. De periode ligt in de jaren tussen uw 18e verjaardag en uw 30e verjaardag. U kunt zelf bepalen op welke datum uw standaardstudieperiode ingaat. De periode hoeft niet aaneengesloten te zijn.
Studiefinanciering
U kunt het normbedrag min de ontvangen beurs (tempobeurs) of de ontvangen rentedragende lening (prestatiebeurs), meetellen. De normbedragen vindt u in de Tabel normbedragen mbo en de Tabel normbedragen hbo/wo op de website van de belastingdienst.
Beschikking van de Informatie Beheer Groep
Als u zelf in 2008 van de Informatie Beheer Groep een beschikking ontvangt voor het omzetten van uw lening, zijn er twee situaties van belang:
– Als in 2008 een beurs over een eerder jaar definitief wordt omgezet in een rentedragende lening, mag u alsnog een bedrag meetellen voor het jaar waarop de beurs betrekking had. Dit is het geval als u niet voldoet aan de voorwaarden voor een tempobeurs.
– Als in 2008 een rentedragende lening over een eerder jaar definitief niet wordt omgezet in een gift, kunt u in 2008 alsnog een bedrag meetellen. Dit is het geval als u niet voldoet aan de voorwaarden voor een prestatiebeurs.
Welke bedragen u mag meetellen hangt af van uw uitgaven en van het onderwijs dat u volgt.
Let op!
Het (wettelijk) collegegeld voor het Hoger onderwijs is een vast bedrag. Voor het studiejaar 2007-2008 is dat EUR 1.538, en voor het studiejaar 2008-2009 is dat EUR 1.565. Als u bij aanvang van het studiejaar 30 jaar of ouder bent, moet u het instellingscollegegeld betalen. Dat is ook het geval als u, ongeacht uw leeftijd, aan een niet bekostigde (particuliere) instelling studeert of in het buitenland. Het bedrag kan verschillen per opleiding en/of instelling. Het instellingscollegegeld is minimaal gelijk aan het wettelijke collegegeld, maar kan ook hoger zijn.
U kunt ook een lening vragen om het (instellings-)collegegeld te betalen. Dit heet het “collegegeldkrediet”. Deze lening wordt, net als de rest van de studiefinanciering, per maand uitbetaald. Het collegegeldkrediet wordt echter nooit omgezet in een gift. Meer informatie hierover vindt u op www.ib-groep.nl. Of neem contact op met de IB-groep.
U volgt middelbaar beroepsonderwijs
Voor iedere maand dat u studiefinanciering ontvangt, geldt een normbedrag. U hebt het totaal van deze maandelijkse normbedragen nodig om uw aftrek te berekenen. Ga na voor welke maanden u in 2008 studiefinanciering ontvangt.
Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar op. Vermenigvuldig het totaalbedrag aan normbedragen met twee. Dit
bedrag vergelijkt u met het totaalbedrag van de studiekosten die u voor deze studie hebt gehad in 2008.
Zijn deze totale studiekosten over 2008 lager dan dit bedrag? Dan trekt u het totaalbedrag van de normbedragen af, verminderd met:
– de ontvangen beurs
– de eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen Zijn de totale studiekosten over 2008 hoger dan dit bedrag? Dan trekt u de totale studiekosten over 2008 af, verminderd met:
– het totaalbedrag van de normbedragen
– het bedrag van de ontvangen beurs
– en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen
U volgt hoger onderwijs
Voor iedere maand dat u studiefinanciering ontvangt, geldt een normbedrag. U hebt het totaal van deze maandelijkse normbedragen nodig om uw aftrek te berekenen. Ga na voor welke maanden u in 2008 studiefinanciering ontvangt.
Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar op. Betaalt u geen collegegeld, maar instellingscollegegeld? In dat geval moet u het normbedrag voor de maanden september tot en met december zelf uitrekenen. U doet dit als volgt: EUR 54 + (1⁄12 x instellingscollegegeld) = het normbedrag. Vermenigvuldig het totaalbedrag aan normbedragen met twee. Dit
bedrag vergelijkt u met het totaalbedrag van de studiekosten die u voor deze studie heeft gehad in 2008.
Zijn de totale studiekosten over 2008 lager dan dit bedrag? Dan trekt u het totaalbedrag van de normbedragen, verminderd met de ontvangen beurs en eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen, af.
Zijn de totale studiekosten over 2008 hoger dan dit bedrag? Dan trekt u de totale studiekosten over 2008 af, verminderd met het totaalbedrag van de normbedragen, de ontvangen studiefinancieringen eventueel al eerder in aftrek gebrachte bedragen.
Meer informatieover studiekosten of andere scholingsuitgaven kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543. Of kijk op www.belastingdienst.nl
Fiscale partner
Als u heel 2008 een fiscale partner hebt, telt u uw aftrekbare studiekosten en andere scholingsuitgaven bij elkaar. Het gaat hier om de aftrekbare uitgaven die u en uw fiscale partner betalen voor uw studie. Hierop brengt u de drempel in mindering.
Als uw fiscale partner ook studiekosten heeft, telt u ook zijn aftrekbare studiekosten en andere scholingsuitgaven bij elkaar. Het gaat hier om de aftrekbare uitgaven die uw fiscale partner en u betalen voor zijn studie. Hierop brengt u ook de drempel in mindering. Vervolgens kunt u het aftrekbedrag verdelen zoals u dat wilt, als het totaal maar 100% is.
Geen fiscale partner
Als u geen fiscale partner hebt, trekt u alleen uw eigen uitgaven af. Dit geldt ook als u een deel van 2008 een fiscale partner hebt en niet kiest om heel 2008 als elkaars fiscale partner te worden beschouwd. Op uw uitgaven brengt u de drempel in mindering.
Bron: www.belastingdienst.nl |