|
Als u uw persoonsgebonden aftrek 2001 tot en met 2007 niet helemaal kon verrekenen met uw inkomen, kunt u het restant aftrekken in 2008.
De persoonsgebonden aftrek bestaat uit:
– alimentatie of andere onderhoudsverplichtingen;
– verliezen op beleggingen in durfkapitaal;
– uitgaven voor levensonderhoud van kinderen;
– ziektekosten of andere buitengewone uitgaven;
– uitgaven voor weekendbezoek van ernstig gehandicapten;
– studiekosten of andere scholingsuitgaven;
– kosten voor een rijksmonumentenpand;
– giften.
Verrekening persoonsgebonden aftrek
De persoonsgebonden aftrek moet u in de volgende volgorde aftrekken:
1. U vermindert eerst het inkomen uit werk en woning (box 1) met de aftrek.
2. Als deze aftrek hoger is dan het inkomen in box 1, vermindert u het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box 3) met het restant van de aftrek.
3. Als u daarna nog een restant hebt, vermindert u het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) met de aftrek.
4. Als er nu nog een deel onverrekend blijft, mag u dit restant bij de persoonsgebonden aftrek tellen van het volgende jaar.
Restant persoonsgebonden aftrek
Het restant van de persoonsgebonden aftrek is het bedrag dat u in 2001 tot en met 2007 niet kon verrekenen met uw inkomen over die jaren in box 1, 3 of 2. Een restant is alleen verrekenbaar in volgende jaren.
Fiscale partner
Als u heel 2008 een fiscale partner hebt, kunt u het restant persoonsgebonden aftrek over uzelf en uw fiscale partner verdelen. U kunt het aftrekbedrag verdelen zoals u dat wilt, als het totaal maar 100% is.
Geen fiscale partner
Als u geen fiscale partner hebt, geeft u uw eigen restant persoonsgebonden aftrek aan. Dit geldt ook als u een deel van het jaar een fiscale partner hebt, en niet kiest om heel 2008 als elkaars fiscale partner te worden beschouwd.
Bron: www.belastingdienst.nl |