Aangifte-Expert.nl, onderdeel van Berkman & van der Steeg
Aangifte-Expert.nl, onderdeel van administratiekantoor Berkman & van der Steeg
HomeParticulierenBedrijvenWerkwijzeTarievenTipsDownloadsContactLinks
 

Voorlopige teruggaaf 2008 - Als u of uw fiscale partner in 2008 voordeel uit sparen en beleggen heeft

Voordeel uit sparen en beleggen
Hebt u of uw minderjarige kinderen in 2008 bezittingen in Nederland of in het buitenland? Of geldt dit voor uw fiscale partner of de minderjarige kinderen van uw fiscale partner? Dan moet u de geschatte waarde daarvan aangeven als bezittingen in box 3. Het gaat bijvoorbeeld om spaargeld, aandelen die niet tot een aanmerkelijk belang behoren, een tweede woning of een kapitaalverzekering die niet is aan te merken als kapitaalverzekering eigen woning in box 1.

U moet belasting betalen over een vast rendement van 4% van de gemiddelde waarde van die bezittingen min uw schulden. Het gaat dus niet om de werkelijk ontvangen rente, dividend of huurinkomsten. Over die 4% betaalt u 30% belasting. Hoeveel belasting u moet betalen, hangt dus af van de waarde van de bezittingen min de schulden en ook van de vrijstellingen die u eventueel hebt.

Een vast bedrag van EUR 20.014 van de gemiddelde waarde van de bezittingen min de schulden is vrijgesteld van belasting: het heffingvrije vermogen. Het bedrag van het heffingvrije vermogen kan onder voorwaarden worden verhoogd met de toeslag heffingvrij vermogen voor minderjarige kinderen en/of met de ouderentoeslag. U kunt uw heffingvrije vermogen overdragen aan uw fiscale partner en omgekeerd.

Waarde en peildatums
U moet uitgaan van de waarde in het economische verkeer van de bezittingen en schulden. Het gaat om de waarde op de peildatums 1 januari 2008 en 31 december 2008. In het algemeen geldt dat de waarde van de bezittingen en schulden in het economische verkeer gelijk is aan de verkoopwaarde. Soms is het moeilijk om de verkoopwaarde van (een deel van) uw vermogen te bepalen, bijvoorbeeld omdat er geen ‘markt’ voor is. In zo’n geval moet u de waarde schatten.

Meer informatie over de waarde van de bezittingen en schulden kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.

Bezittingen in box 3
De volgende bezittingen moet u aangeven in box 3:
1. bank-, giro- en spaartegoeden;
2. aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties die niet tot een aanmerkelijk belang horen;
3. overige vorderingen en contant geld;
4. uw tweede woning;
5. overige onroerende zaken;
6. niet-vrijgesteld deel van uw maatschappelijke beleggingen;
7. niet-vrijgesteld deel van uw beleggingen in durfkapitaal;
8. niet-vrijgesteld deel van uw kapitaalverzekeringen;
9. rechten op periodieke uitkeringen;
10. overige bezittingen.

Bezittingen die u niet hoeft aan te geven in box 3
De volgende bezittingen hoeft u niet in box 3 aan te geven:
- de eigen woning die uw hoofdverblijf is. Ook niet als u tijdelijk een eigen woning had (bijvoorbeeld bij een echtscheiding).
- vruchtgebruik dat u door erfrecht hebt verkregen van de woning die in 2008 uw hoofdverblijf is.
- roerende zaken voor eigen gebruik of voor gebruik binnen het gezin, bijvoorbeeld uw eigen auto of de inboedel van uw woning;
- het gespaarde bedrag van de levensloopregeling;
- uw ondernemingsvermogen;
- vermogen, zoals een pand, dat u ter beschikking stelt aan bepaalde personen die dit gebruiken in hun onderneming. Het gaat dan bijvoorbeeld om uw partner of uw minderjarige kind. Die inkomsten hieruit, zoals huur, geeft u in box 1 aan als overige inkomsten door het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen;
- aandelen en dergelijke die tot een aanmerkelijk belang behoren. U hebt bijvoorbeeld een aanmerkelijk belang als u minimaal 5% bezit van de aandelen, opties en winstbewijzen in een B.V. of N.V. De inkomsten ervan geeft u in box 2 aan als voordeel uit aanmerkelijk belang;
- de waarde van lijfrentepolissen of rechten op periodieke uitkeringen waarvan u de premies eerder hebt afgetrokken;
- landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet 1928;
- bossen;
- natuurterreinen;
- belastingvorderingen;
- voorwerpen van kunst en wetenschap, behalve als deze hoofdzakelijk als belegging dienen.

Rekenhulp voordeel uit sparen en beleggen
Maak in de kolom Gemiddelde waarde in 2008 in de rekenhulp in deze aanvullende toelichting een zo goed mogelijke schatting van de gemiddelde waarde in het economische verkeer in 2008. Het gaat om de situatie op 1 januari 2008 en 31 december 2008. Hebt u bijvoorbeeld op 1 januari 2008 nog geen bezittingen, neem dan als waarde op 1 januari 2008 nul. De waarden op 1 januari 2008 en 31 december 2008 telt u bij elkaar en deelt u vervolgens door 2. Als u in 2008 weinig wijzigingen verwacht, kunt u de waarde op 1 januari 2008 invullen.

Fiscale partner
Als u heel 2008 een fiscale partner hebt, vult u het totaal van u en uw fiscale partner samen in. Vermeld ook de waarde van de bezittingen van de kinderen van u of uw fiscale partner die op 1 januari 2008 en/of 31 december 2008 minderjarig zijn en waarover u of uw fiscale partner als ouder het gezag uitoefent. Hierna vindt u de rekenhulp en een toelichting bij de vragen.
  
Rekenhulp voordeel uit sparen en beleggen

1. Banksaldi
Vul de gemiddelde waarde van de spaar- en betaalrekeningen in.

Spaartegoeden en vorderingen waarvan de rente minder vaak dan jaarlijks wordt bijgeschreven
Hebt u op 1 januari 2008 een spaartegoed of een vordering waarvan de rente minder vaak dan jaarlijks wordt bijgeschreven? Dan geeft u in box 3 de waarde in het economische verkeer op 1 januari 2008 aan van dit spaartegoed of deze vordering. Dit is doorgaans de waarde van het spaartegoed of de vordering inclusief de rente die u tot 1 januari 2008 hebt opgebouwd. Als u het spaartegoed of de vordering op 31 december 2008 nog verwacht te hebben, geeft u in box 3 de waarde in het economische verkeer aan inclusief de rente die tot en met 31 december 2008 is opgebouwd. Ook als deze rente op dat moment nog niet is bijgeschreven.

Vrijstelling spaarloonregeling
Is het totaal van uw geblokkeerde spaartegoeden die onder een spaarloonregeling vallen EUR 17.025 of minder? Dan hoeft u dit bedrag niet aan te geven. Is het bedrag hoger, dan hoeft u alleen het deel van het bedrag aan te geven dat boven EUR 17.025 uitkomt. Hebt u ook bijvoorbeeld aandelen die onder een spaarloonregeling vallen? Tel dan de waarde van die aandelen bij uw spaartegoeden die onder deze regeling vallen. Het deel van het totaalbedrag dat boven EUR 17.025 uitkomt, geeft u aan.

Ook uw fiscale partner heeft een vrijstelling van EUR 17.025 voor zijn spaarloonrekening. Fiscale partners kunnen deze vrijstelling niet aan elkaar overdragen.

2. Aandelen, obligaties en dergelijke
Tot de bezittingen in box 3 behoren ook de aandelen, obligaties en dergelijke. Het gaat bijvoorbeeld om:
- aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties die niet tot een aanmerkelijk belang behoren;
- aandelen in beleggingsfondsen;
- het niet-vrijgestelde deel van uw maatschappelijke beleggingen;
- het niet-vrijgestelde deel van uw beleggingen in durfkapitaal.

Vrijstelling maatschappelijke beleggingen
Als u in 2008 maatschappelijke beleggingen hebt, geldt op elke peildatum een vrijstelling tot een gezamenlijke waarde van maximaal EUR 53.421. De waarde van uw maatschappelijke beleggingen die boven deze vrijstelling uitkomt, moet u wel aangeven in box 3. Maatschappelijke beleggingen zijn ‘groene’ beleggingen en sociaalethische beleggingen:
– ‘Groene’ beleggingen zijn beleggingen in fondsen die door de Belastingdienst zijn aangewezen en die deelnemen in projecten voor milieubescherming. Deze projecten moeten door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zijn goedgekeurd.
– Sociaalethische beleggingen zijn beleggingen in fondsen die door de Belastingdienst zijn aangewezen en die deelnemen in projecten voor bijvoorbeeld economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Deze projecten moeten door de Minister van Ontwikkelingssamenwerking zijn goedgekeurd.

Vrijstelling beleggingen in durfkapitaal
Als u in 2008 beleggingen in durfkapitaal hebt, geldt op elke peildatum een vrijstelling tot een gezamenlijke waarde van maximaal EUR 53.421. De waarde van de beleggingen in durfkapitaal die boven deze vrijstelling uitkomt, moet u aangeven in box 3. Beleggingen in durfkapitaal zijn:
– achtergestelde leningen aan startende ondernemers die bij de Belastingdienst zijn geregistreerd (directe
   beleggingen);
– leningen aan en beleggingen in bepaalde participatiemaatschappijen (indirecte beleggingen);
– beleggingen in culturele fondsen die door de Belastingdienst zijn aangewezen. Deze projecten moeten door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn goedgekeurd.

Meer informatie over maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.

4./5. Onroerende zaken
Vul de gemiddelde waarde in van bijvoorbeeld:
- de waarde van de tweede woning. Als u een tweede woning in Nederland hebt en die woning in 2008 30% of meer van de tijd tot uw beschikking hebt, geef dan de WOZ-waarde aan. Hebt u de woning voor minder dan 30% van de tijd tot uw beschikking (bijvoorbeeld door verhuur) of is het een woning in het buitenland, geef dan de waarde in het economische verkeer aan;
- een verhuurd pand.

Niet
De eigen woning die uw hoofdverblijf is in 2008.

10. Overige bezittingen
Vul de gemiddelde waarde van de overige bezittingen in. Tot de overige bezittingen die u moet aangeven in box 3 behoren bijvoorbeeld:
- roerende zaken die u in 2008 verhuurt of als belegging hebt;
- rechten die u in 2008 hebt op roerende zaken, bijvoorbeeld het recht om een auto of stacaravan van een ander (niet uw werkgever) gratis het hele jaar te gebruiken;
- vorderingen die u hebt op derden;
- contant geld.

Niet
Roerende zaken voor eigen gebruik of voor gebruik binnen uw gezin (bijvoorbeeld uw eigen auto of de inboedel van uw woning).
  
Schulden
Vul de gemiddelde waarde van de schulden in. Het gaat bijvoorbeeld om:
- schulden voor consumptiedoeleinden, zoals voor een auto of een vakantie;
- schulden voor de financiering van aandelen (behalve aandelen die behoren tot een aanmerkelijk belang), obligaties of rechten op periodieke uitkeringen;
- schulden voor de financiering van de tweede woning of andere onroerende zaken;
- schulden volgens de Wet studiefinanciering.

De schulden geeft u aan naar de waarde in het economische verkeer. Vermeld alleen de schulden die niet in box 1 of box 2 vallen.

De volgende schulden vermeldt u niet in box 3:
- (hypotheek)schuld voor uw eigen woning die uw hoofdverblijf is (eigenwoningschuld);
- schulden die niet opeisbaar zijn omdat u de langstlevende echtgenoot bent;
- lopende termijnen van schulden met een looptijd korter dan een jaar;
- (latente) belastingschulden en schulden premie volksverzekeringen (inclusief heffingsrente en invorderingsrente);
- ondernemingsschulden.

Drempel
Van het totaal van de schulden mag u alleen het deel aftrekken dat uitkomt boven de drempel van E 2.800. De drempel geldt per peildatum.

Fiscale partner
Als u heel 2008 een fiscale partner hebt, kunt u beiden verzoeken om een drempel van E 5.600 voor u en uw fiscale partner samen. U mag dit bedrag onderling verdelen, maar u mag geen hogere drempel in aanmerking nemen dan het deel van de schulden dat u aan uzelf toerekent. Doet u dit verzoek niet, dan is de drempel E 5.600 per persoon. De drempel geldt per peildatum.

Heffingvrij vermogen
U hebt recht op een heffingvrij vermogen van EUR 20.014. Als u heel 2008 een fiscale partner hebt, kunt u ervoor kiezen uw heffingvrije vermogen aan uw fiscale partner over te dragen. U hebt dan zelf geen heffingvrij vermogen meer. Vul dan EUR 0 in. m Overgedragen heffingvrij vermogen fiscale partner Ook uw fiscale partner heeft recht op een heffingvrij vermogen van EUR 20.014. Uw fiscale partner kan zijn heffingvrije vermogen aan u overdragen. Vul dan EUR 20.014 in. n Toeslag heffingvrij vermogen minderjarige kinderen U hebt recht op een toeslag op uw heffingvrije vermogen van EUR 2.674 per minderjarig kind, als u of uw fiscale partner op 31 december 2008 als ouder het gezag uitoefent over dat minderjarige kind.

Fiscale partner
Als u heel 2008 een fiscale partner hebt, heeft in principe de oudste fiscale partner recht op de toeslag. De oudste fiscale partner mag de toeslag overdragen aan de ander. U moet hier in het formulier dan wel gezamenlijk om verzoeken.

Let op!
Slechts een van de fiscale partners heeft recht op de kindertoeslag. De andere fiscale partner vult dan EUR 0 in.

Ouderentoeslag van u of uw fiscale partner
U hebt recht op de ouderentoeslag als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
- U bent op 31 december 2008 65 jaar of ouder.
- Uw saldogrondslag is niet hoger dan EUR 264.848. Als u heel 2008 een fiscale partner hebt, geldt een gezamenlijke saldogrondslag van EUR 529.696.

Uw saldogrondslag is uw gemiddelde rendementsgrondslag na aftrek van uw heffingvrije vermogen en voor toepassing van de ouderentoeslag. Uw gemiddelde rendementsgrondslag is het gemiddelde van de waarde op beide peildatums van de bezittingen min de schulden.

Fiscale partner
Als u heel 2008 een fiscale partner hebt, kunt u uw ouderentoeslag overdragen aan uw fiscale partner. U hebt dan zelf geen ouderentoeslag. In dat geval vermeldt u voor de ouderentoeslag EUR 0.
 
Het is ook mogelijk dat uw fiscale partner zijn ouderentoeslag aan u overdraagt. Uw fiscale partner heeft dan een ouderentoeslag van EUR 0. Tel in dat geval de bedragen van u en uw fiscale partner bij elkaar. U moet hiervoor dan wel samen met uw fiscale partner een verzoek doen op het formulier.

Meer informatie over voordeel uit sparen en beleggen kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.

Bron: www.belastingdienst.nl
 

 
Toelichtingen

Toelichtingen

Aangifte-Expert.nl

onderdeel van
Berkman & van der Steeg


Postbus 147
3700 AC Zeist

Constantijn Huygenslaan 12b
3705 SR Zeist

Tel. 030-2254550
Fax. 030-2890592
E-mail info@berksteeg.nl
 

 

Copyright 2006-2009 - Aangifte-Expert.nl | Laatst bijgewerkt op 13 januari 2009| Sitemap | Privacy Statement | Disclaimer | Algemene voorwaarden