|
Hebt u in 2010 een rijksmonumentenpand? En maakt u kosten voor het onderhoud ervan? Dan kunt u deze onderhoudskosten onder bepaalde voorwaarden aftrekken. Het kan gaan om een pand dat uw eigen woning (hoofdverblijf) is of om een pand dat hoort bij uw bezittingen in box 3. In deze aanvullende toelichting vindt u meer informatie over het berekenen van het bedrag dat u mag aftrekken als (onderhouds)kosten voor een rijksmonumentenpand.
Voorwaarden aftrek
U kunt de kosten voor uw rijksmonumentenpand aftrekken als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
– U bent in 2010 de eigenaar van het pand.
– Het pand is ingeschreven in het Rijksmonumentenregister.
– U betaalt de kosten in 2010. Deze kosten zijn hoger dan een bepaald bedrag, de drempel.
Economisch eigendom, zoals appartementsrecht
Ook als u een appartementsrecht, recht van erfpacht, recht van opstal of een andere vorm van economisch eigendomhebt, kunt u kosten voor een rijksmonumentenpand aftrekken. Dan moet wel de waardeverandering van (uw aandeel in) het rijksmonumentenpand u voor meer dan de helft aaangaan.
U berekent de drempel en het aftrekbedrag met behulp van de Rekenhulp aftrekbedrag kosten rijksmonumentenpanden.
Subsidie
Krijgt u in 2010 subsidie voor de kosten van uw rijksmonumentenpand? Dan moet u deze subsidie van de onderhoudskosten aftrekken.
Hebt u vóór 2010 kosten afgetrokken waarvoor u in 2010 (een nabetaling van) subsidie krijgt? Dan moet u het bedrag dat u in 2010 ontvangt, aangeven als negatieve persoonsgebonden aftrek.
Bel voor meer informatie over subsidies de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Toelichting bij de rekenhulp
Bij vraag a
Rijksmonumentenpand is uw eigen woning (hoofdverblijf)
Is het rijksmonumentenpand uw eigen woning? Dan kunt u de volgende kosten aftrekken:
– gemeentelijke onroerendezaakbelastingen, waterschaps- en polderlasten
– de premie voor uw opstalverzekering (dus niet de inboedelverzekering)
– onderhoudskosten, zoals voor achterstallig onderhoud
Het gaat hier niet om een verbetering zoals een uitbreiding van het pand
– afschrijving
De afschrijving is 15% van het bruto-eigenwoningforfait. Als het
pand maar een deel van het jaar uw eigen woning is, berekent u de afschrijving over dat deel van het jaar. Wordt het bruto-eigenwoningforfait vooral bepaald door ongebouwde en gebouwde ‘aanhorigheden’? Bijvoorbeeld als er een landgoed bij uw pand hoort? Dan is de afschrijving maar 15% van het deel van het brutoeigenwoningforfait dat hoort bij het monumentale gedeelte van de rijksmonumentenwoning. In de tabel hierna ziet u wat het brutoeigenwoningforfait voor de berekening van de afschrijving is.
Tabel bruto-eigenwoningforfait rijksmonumentenpand voor
berekenen afschrijving
De volgende kosten zijn niet aftrekbaar:
– kosten waarvoor u een vergoeding van een schadeverzekering krijgt of nog gaat krijgen
– financieringskosten voor aanschaf, onderhoud of verbetering van het pand en de kosten van opstal, erfpacht of beklemming (als u een erfelijk recht hebt op het gebruik van de grond van een ander)
Deze kosten kunt u aftrekken als kosten voor uw eigen woning bij de vraag ‘Betaalde rente en kosten eigenwoningschuld’ en bij de vraag ‘Periodieke betalingen voor erfpacht, opstal of beklemming i.v.m. uw eigen woning’.
– kosten voor tuinonderhoud, behangen en binnenschilderwerk
Voor kosten voor tuinen die als afzonderlijk monument zijn ingeschreven in het Rijksmonumentenregister is er een aparte regeling. Bel voor meer informatie de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
Rijksmonumentenpand is een bezitting in box 3
Als het rijksmonumentenpand een bezitting is in box 3, mag u alleen de onderhoudskosten aftrekken. Dit zijn kosten om het pand in bruikbare staat te houden of te herstellen, bijvoorbeeld achterstallig onderhoud. Het gaat hier dus niet om een verbetering, zoals een uitbreiding van het pand.
De volgende kosten zijn niet aftrekbaar
– kosten waarvoor u een vergoeding van een schadeverzekering krijgt of nog gaat krijgen
– rente van schulden voor financiering van de restauratie of voor de aankoop van het pand
– kosten voor tuinonderhoud, behangen en binnenschilderwerk
Voor kosten voor tuinen die als afzonderlijk monument zijn ingeschreven in het Rijksmonumentenregister is er een aparte regeling. Bel voor meer informatie de BelastingTelefoon: 0800 – 0543
– opstalverzekering
– afschrijving
– betalingen van erfpacht, opstal of beklemming (als u een erfelijk recht hebt op het gebruik van de grond van een ander)
Bij vraag b
Rijksmonumentenpand is uw eigen woning
Vermeld de WOZ-waarde van het pand met waardepeildatum 1 januari 2009.
Rijksmonumentenpand is een bezitting in box 3
Vermeld de waarde van het rijksmonumentenpand in het economische verkeer op 1 januari 2010. Bent u economisch eigenaar van een deel van het pand? Vermeld dan de waarde in het economische verkeer van dat deel van het pand. Meestal is dit de verkoopwaarde van het pand op die datum.
Bij vraag c
Drempel
U kunt alleen de kosten aftrekken die hoger zijn dan de drempel.
Rijksmonumentenpand is uw eigen woning
De hoogte van de drempel is 0,75% van de WOZ-waarde van uw pand met waardepeildatum 1 januari 2009.
Rijksmonumentenpand is een bezitting in box 3
De hoogte van de drempel is 4% van de waarde van uw pand in het economische verkeer op 1 januari 2010. Meestal is dit de verkoopwaarde van het pand op die datum.
Let op!
Als u uw woning in de loop van 2010 koopt of verkoopt, geldt toch de volledige drempel.
Fiscale partner
Hebt u heel 2010 een fiscale partner? Tel dan de kosten voor uw rijksmonumentenpand van u en uw fiscale partner bij elkaar. Het totaal vermindert u met de drempel. Het aftrekbedrag kunt u verdelen zoals u dat wilt, zolang het totaal maar 100% is.
Geen fiscale partner
Hebt u geen fiscale partner? Trek dan uw eigen kosten af. Dit geldt ook als u een deel van 2010 een fiscale partner hebt en er niet voor kiest om heel 2010 fiscale partners te zijn. Bereken de drempel over de totale waarde van het rijksmonumentenpand. U vermindert de kosten met dat deel van de drempel dat gelijk is aan uw aandeel in de eigendom van het rijksmonumentenpand
Bron: www.belastingdienst.nl |