|
Hebt u in 2010 een opleiding of een studie voor uw (toekomstige) beroep gevolgd? Dan mag u de uitgaven hiervoor, zoals lesgeld en de uitgaven voor boeken, aftrekken als persoonsgebonden aftrek. In de toelichting bij uw aangifteformulier inkomstenbelasting staat algemene informatie over de aftrek van scholingsuitgaven. In deze aanvullende toelichting leest u hoe u de aftrek berekent als aan u ook studiefinanciering is toegekend.
Let op!
Gebruikt u deze toelichting om een F-biljet in te vullen? Dan bedoelen we met ‘u’, ‘uw’ of ‘uzelf’ de persoon die is overleden.
Heeft uw fiscale partner ook studiekosten? Dan maakt u twee aparte berekeningen; één voor u en één voor uw fiscale partner. Zowel voor u als voor uw fiscale partner geldt een drempel van € 500.
Hoe werkt deze aanvullende toelichting
Hebt u studiekosten en is aan u studiefinanciering toegekend? Dan is de berekening van de aftrek studiekosten ingewikkeld. Daarom is de berekening in een aantal stappen beschreven. Bij Wat hebt u nodig om de aftrek studiekosten te berekenen ziet u een overzicht van wat u nodig hebt om de aftrek te berekenen. Vervolgens werken we dit per onderdeel uit. Ook laten we met schema’s en voorbeelden zien hoe u de berekening van de aftrek maakt op diverse momenten tijdens en na de studie.
Let op!
U kunt ook aangifte doen met het aangifteprogramma. U berekent dan digitaal met de rekenhulp in het aangifteprogramma uw aftrek studiekosten. Dit programma staat op www.belastingdienst.nl.
Wat hebt u nodig om de aftrek studiekosten te berekenen
Om uw aftrek studiekosten te berekenen hebt u gegevens nodig over:
– uw studiekosten
– de normbedragen
– de studiefinanciering
– de eventueel ontvangen vergoedingen, bijvoorbeeld van uw werkgever of een fonds
Wij maken onderscheid in studies mbo en studies hbo/wo. Ook is de berekening voor verschillende fases van de studie anders. Daarbij spelen de volgende vragen een rol: ‘Is uw prestatiebeurs omgezet in een rentedragende lening?’ en ‘Is de rentedragende lening vervolgens omgezet in een gift?’. Hierna leest u informatie over deze onderwerpen.
Maximum aftrek studiekosten
Het bedrag dat u als studiekosten of andere scholingsuitgaven mag aftrekken, is meestal maximaal € 15.000. Dat maximale bedrag geldt niet in de volgende situaties:
– U mag het maximum verhogen als uw prestatiebeurs in 2010 definitief niet is omgezet in een gift. Het maximum verhoogt u met het bedrag dat u als aftrekbare studiekosten mag aftrekken, doordat uw prestatiebeurs definitief niet is omgezet in een gift.
– U hebt in 2010 een studie of opleiding gevolgd tijdens de standaardstudieperiode. De standaardstudieperiode is een periode van maximaal 16 kalenderkwartalen waarin u voornamelijk hebt gestudeerd. U hebt in die periode zoveel tijd aan uw studie besteed dat u daarnaast geen volledige baan kon hebben. Deze standaardperiode ligt tussen de dag dat u 18 jaar wordt en de dag dat u 30 jaar wordt. U bepaalt zelf op welke datum deze periode ingaat. De periode hoeft niet aaneengesloten te zijn.
Let op!
Bent u bij de aanvang van de studie nog geen 18 jaar? Dan mag u ook gebruik maken van de standaardstudieperiode als u de studiekosten betaalt en u ook aan de overige voorwaarden voor aftrek van scholingsuitgaven voldoet.
Uw studiekosten
Welke kosten u kunt aftrekken, leest u in de toelichting bij uw aangifteformulier inkomstenbelasting. U mag onder andere hetlesgeld aftrekken. Hoeveel dat geld is, staat in de Tabel Overzicht lesgeld mbo en in de Tabel Overzicht collegegeld hbo/wo.
Let op!
Als er in deze toelichting wordt gesproken over lesgeld, dan bedoelen wij ‘lesgeld, collegegeld of instellingscollegegeld’.
U moet het lesgeld wel herrekenen. Het is namelijk niet volledig aftrekbaar in het jaar waarin u dit hebt betaald. U kent het lesgeld toe aan de maanden van het kalenderjaar waarop het bedrag betrekking heeft. Het maakt niet uit in welk jaar u dat geld betaald hebt. Voor de overige kosten zoals voor boeken neemt u de werkelijke kosten. U trekt deze kosten af in het jaar waarin u ze betaald hebt.
Normbedragen
Voor iedere maand dat u studiefinanciering is toegekend, geldt een normbedrag. U hebt de maandelijkse normbedragen nodig om uw aftrek te berekenen. Deze normbedragen ziet u hieronder in de Tabel Normbedragen mbo en de Tabel normbedragen hbo/wo.
Studiefinanciering
De manier waarop u rekening houdt met de studiefinanciering, leest u in Berekening aftrek bij mbo en Berekening aftrek bij hbo/wo.
Uw prestatiebeurs wordt lening
Hebt u te weinig studiepunten gehaald? Dan wordt de prestatiebeurs een rentedragende lening. U krijgt hiervan na een jaar bericht van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO, de voormalige IB-Groep). Nadat u uw studie hebt beëindigd, krijgt u een definitief bericht of uw lening wordt omgezet in een gift.
De volgende situaties zijn dan mogelijk:
– Uw prestatiebeurs over een eerder jaar is in 2010 omgezet in een rentedragende lening. Uw aftrek studiekosten voor de jaren waarop die beurs betrekking heeft gehad, hoeft niet aangepast te worden.
– In 2010 is deze rentedragende lening over een eerder jaar definitief niet omgezet in een gift. U kunt in 2010 alsnog het bedrag aftrekken dat u in dat eerdere jaar niet mocht aftrekken omdat u toen een prestatiebeurs had.
– In 2010 is deze rentedragende lening over een eerder jaar definitief omgezet in een gift. Dan mag u geen studiekosten meer aftrekken.
Fases van de studie
De berekening voor de verschillende fases in uw studie is anders. Wij gaan hierbij uit van de drie volgende situaties:
– het jaar waarin u uw studie begint
– de tussenliggende jaren
– het jaar waarin u uw studie eindigt
De voorbeelden ziet u hierna bij Berekening aftrek bij mbo en bij Berekening aftrek bij hbo/wo.
Uw prestatiebeurs wordt een gift
Aan het eind van de studie beoordeelt DUO aan de hand van de studieresultaten of de prestatiebeurs definitief wordt omgezet in een gift. Zie bij Definitieve beschikking DUO en Is uw prestatiebeurs omgezet in een gift? welke gevolgen dit heeft voor de aftrek in het jaar dat u die beschikking kreeg.
Berekening aftrek bij mbo
U kunt in een aantal stappen uw totale aftrek berekenen.
– Ga na voor welke maanden u in 2010 studiefinanciering kreeg of er recht op had. Tel de prestatiebeurs die aan u is toegekend over die maanden bij elkaar.
– Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar. Zie Tabel normbedragen mbo.
– Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met 2. Dit bedrag vergelijkt u met de herrekende studiekosten die u voor deze studie hebt gehad.
De herrekende studiekosten bestaan uit de volgende bedragen:
– het lesgeld voor de maanden dat u de studie in 2010 volgde
– andere aftrekbare studiekosten die u hebt gemaakt in 2010 zoals kosten voor boeken
Voorbeeld (het jaar waarin u uw studie begint)
U hebt van augustus 2010 tot en met december 2010 een mboopleiding gevolgd. Voor deze vijf maanden is het normbedrag € 135,91 per maand. Het totaal van deze normbedragen is € 679,55 (= 5 x € 135,91). Tweemaal dit totaal is € 1.359,10.
Voor het schooljaar 2010-2011 bedraagt het lesgeld € 1.031. Per maand is dat € 85,91 (= € 1.031 : 12). Het lesgeld voor de maanden augustus tot en met december van 2010 is dan € 429,55 (= 5 x € 85,91). Daarnaast hebt u voor boeken € 1.400 betaald. Uw herrekende studiekosten over deze periode zijn in totaal € 1.829,55 (€ 429,55 + € 1.400). Dat is meer dan € 1.359,10 (het voor u geldende totaal aan normbedragen).
De DUO heeft u in de maanden augustus 2010 tot en met december 2010 een prestatiebeurs toegekend van € 75,39 per maand. In totaal is dat € 376,95 (= 5 x € 75,39).
U kunt nu aftrekken de studiekosten die u in 2010 hebt betaald min het totaal van de normbedragen en min het totaal van de prestatiebeurs. In dit voorbeeld is dat € 1.829,55 - € 679,55 - € 376,95 = € 773,05. U moet daarbij nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, kunt u dus € 273,05 aftrekken.
Voorbeeld (tussenliggende jaren)
U hebt van januari 2010 tot en met december 2010 een mboopleiding gevolgd. Voor de maanden januari tot en met juli van dat jaar is het normbedrag € 134,41 per maand. In totaal is dat € 940,87 (= 7 x € 134,41). Voor de maanden augustus tot en met december van 2010 is het normbedrag € 135,91 per maand. Dat is in totaal € 679,55 (= 5 x € 135,91). In 2010 is het totaal van de normbedragen € 1.620,42 (= € 940,87 + € 679,55). Tweemaal dit totaal is € 3.240,84.
Voor het schooljaar 2009-2010 is het lesgeld € 1.013. Per maand is dat € 84,41 (= € 1.013 : 12). Het lesgeld voor de maanden januari 2010 tot en met juli 2010 is € 590,87 (= 7 x € 84,41). Voor het schooljaar 2010-2011 is het lesgeld € 1.031. Dat is per maand € 85,91 (= € 1.031 : 12). Het lesgeld voor de maanden augustus tot en met december van 2010 is € 429,55 (= 5 x € 85,91). Het totale lesgeld voor 2010 is € 1.020,42 (€ 590,87 + € 429,55). Daarnaast heeft u voor boeken € 1.800 betaald. Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 2.820,42 (€ 1.020,42 + € 1.800). Dat bedrag is lager dan € 3.240,82 (het voor u geldende totaal aan normbedragen).
De DUO heeft u in de maanden januari tot en met december van 2010 een prestatiebeurs toegekend van € 75,39 per maand. Voor 2010 is dat € 904,68 (= 12 x € 75,39).
U kunt nu aftrekken het verschil tussen het totaal van de normbedragen en het totaal van de prestatiebeurs. In dit voorbeeld is dat € 1.620,42 - € 904,68 = € 715,74. U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, kunt u dus € 215,74 aftrekken.
Voorbeeld (bij einde studie)
U hebt van januari 2009 tot en met juli 2010 een mbo-opleiding gevolgd. Voor die maanden is het normbedrag € 134,41 per maand. Het totaal van de normbedragen voor die periode is dan € 940,87 (= 7 x € 134,41). Tweemaal dit totaal is € 1.881,74.
Voor het schooljaar 2009-2010 is het lesgeld € 1.013. Per maand is dat € 84,41 (= € 1.013 : 12). Het lesgeld voor de maanden januari tot en met juli van 2010 is € 590,87 (= 7 x € 84.41). Daarnaast heeft u voor boeken € 500 betaald. Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 1.090,87 (€ 590,87 + € 500). Deze kosten zijn lager dan € 1.881,74 (het voor u geldende totaal aan normbedragen).
De DUO heeft u in de maanden januari tot en met juli van 2010 een prestatiebeurs toegekend van € 75,39 per maand. Voor 2010 is dat in totaal € 527,73 (= 7 x € 75,39).
U kunt nu aftrekken het verschil tussen het totaal van de normbedragen en het totaal van de prestatiebeurs. In dit voorbeeld is dat € 413,14 (= € 940,87 - € 527,73). U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, kunt u dus niets aftrekken.
Berekening aftrek bij hbo/wo
U kunt in een aantal stappen uw aftrek berekenen.
– Ga na voor welke maanden u in 2010 studiefinanciering kreeg of er recht op had. Tel de prestatiebeurs die aan u is toegekend over die maanden bij elkaar.
– Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar. Zie Tabel normbedragen
hbo/wo.
– Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met 2. Dit bedrag vergelijkt u met de herrekende studiekosten die u voor deze studie had.
De herrekende studiekosten bestaan uit de volgende bedragen:
– het lesgeld voor de maanden waarin u in 2010 de studie hebt gevolgd
– andere aftrekbare studiekosten die u hebt gemaakt in 2010, zoals kosten van boeken
Voorbeeld (het jaar waarin u uw studie begint)
U hebt van september 2010 tot en met december 2010 een universitaire opleiding gevolgd. Voor deze vier maanden is het normbedrag € 196,33 per maand. In totaal is dat € 785,32 (= 4 x € 196,33). Tweemaal dit totaal is € 1.570,64.
Voor het studiejaar 2010-2011 is het collegegeld € 1.672. Per maand is dat € 139,33 (= € 1.672 : 12). Het collegegeld voor de maanden september tot en met december van 2010 is dan € 557,32 (= 4 x 139,33). Daarnaast hebt u € 4.000 betaald voor overige studiekosten. Uw herrekende studiekosten voor deze periode zijn in totaal € 4.557,32 (= € 557,32 + € 4.000). Deze kosten zijn hoger dan € 1.570,64 (het voor u geldende totaal aan normbedragen).
De DUO heeft u in de maanden september tot en met december van 2010 een prestatiebeurs toegekend van € 95,61 per maand. In totaal is dat € 382,44 (= 4 x € 95,61).
U kunt nu aftrekken de studiekosten die u in 2010 hebt betaald min het totaal van de normbedragen en min het totaal van de prestatiebeurs. In dit voorbeeld is dat € 4.557,32 - € 785,32 - € 382,44 = € 3.389,56. U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, kunt u dus (na afronding) € 2.890 aftrekken.
Voorbeeld (tussenliggende jaren)
U hebt in de maanden januari 2010 tot en met december 2010 een universitaire opleiding gevolgd. Voor de maanden januari tot en met augustus van 2010 is het normbedrag € 192 per maand. In totaal is dat € 1.536 (= 8 x € 192). Voor de maanden september tot en met december van 2010 is het normbedrag € 196,33 per maand. Dat is in totaal € 785,32 (= 4 x € 196,33). Het totaal van de normbedragen over 2010 is € 2.321,32 (= € 1.536 + € 785,32). Tweemaal dit totaal is € 4.642,64.
Voor het studiejaar 2009-2010 is het collegegeld € 1.620. Per maand is dat € 135 (= €1.620 : 12). Voor de maanden januari tot en met augustus van 2010 is het dan € 1.080 (= 8 x € 135). Het collegegeld voor het studiejaar 2010-2011 is € 1.672. Dat is per maand € 139,33 (= € 1.672 : 12). U hebt voor de maanden september tot en met december van 2010 dan € 557,32 (= € 139,33 x 4) aan collegegeld betaald. Daarnaast hebt u voor overige studiekosten € 4.000 betaald. Uw herrekende studiekosten voor 2010 zijn in totaal € 5.637,32 (€ 1.080 + € 557,32 + € 4.000). Deze kosten zijn hoger dan € 4.642,64 (het voor u geldende totaal aan normbedragen).
De DUO heeft u voor 2010 een prestatiebeurs toegekend van € 95,61 per maand. In totaal is dat € 1.147,32 (= 12 x € 95,61).
U kunt nu aftrekken de studiekosten die u in 2010 hebt betaald min het totaal van de normbedragen en min het totaal van de prestatiebeurs. In dit voorbeeld is dat € 5.637,32 - € 2.321,32 - € 1.147,32 = € 2.168,68. U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, kunt u dus (na afronding) € 1.669 aftrekken.
Voorbeeld (bij einde studie)
U hebt in de maanden januari 2010 tot en met juni 2010 een universitaire opleiding gevolgd. Voor deze zes maanden is het normbedrag € 192 per maand. Het totaal van deze normbedragen is € 1.152 (= 6 x € 192). Tweemaal dit totaal is € 2.304.
Voor het studiejaar 2009-2010 is het collegegeld € 1.620. Per maand is dat € 135 (= € 1.620 : 12). Voor de maanden januari tot en met juni van 2010 is het dan € 810 (= 6 x € 135). Daarnaast hebt u
€ 1.000 betaald voor overige studiekosten. Uw herrekende studiekosten over deze periode zijn in totaal € 1.810 (€ 810 + € 1.000). Deze kosten zijn niet hoger dan € 2.304 (het voor u geldende totaal aan normbedragen).
De DUO heeft u in de maanden januari tot en met juni van 2010 een prestatiebeurs toegekend van € 95,61 per maand. In totaal is dat € 573,66 (= 6 x € 95,61).
U kunt nu aftrekken het verschil tussen het totaal van de normbedragen en het totaal van de prestatiebeurs. In dit voorbeeld is dat € 1.152 - € 573,66 = € 578,34. U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, kunt u dus (na afronding) € 79 aftrekken.
Uw prestatiebeurs is niet omgezet in een gift
Hebt u in 2010 de definitieve beschikking van de DUO ontvangen en is toen uw prestatiebeurs niet omgezet in een gift? Dan hebt u, achteraf bezien, in het betreffende studiejaar uw aftrek ten onrechte moeten verminderen met de prestatiebeurs. U kunt dan in 2010 alsnog het bedrag aftrekken dat u eerder niet mocht aftrekken omdat u toen een prestatiebeurs had. Voor de berekening vergelijkt u per studiejaar:
– het bedrag dat u eerder hebt afgetrokken met
– het bedrag dat u mag aftrekken nadat u rekening hebt gehouden met het bedrag van de prestatiebeurs dat niet wordt omgezet in een gift. Het totaal van die bedragen over de jaren die u hebt gestudeerd, kunt u in 2010 aftrekken. U kunt dit berekenen met het aangifte programma. U downloadt dit programma van www.belastingdienst.nl.
Is uw prestatiebeurs in de definitieve beschikking van de DUO in 2010 wel omgezet in een gift? Dan kunt u in 2010 voor de oude studiejaren geen studiekosten of andere scholingsuitgaven aftrekken.
Bron: www.belastingdienst.nl |