|
Hebt u of uw minderjarige kinderen in 2010 bezittingen in Nederland of in het buitenland? Of geldt dit voor uw fiscale partner of de minderjarige kinderen van uw fiscale partner? Dan moet u de geschatte waarde daarvan aangeven als bezittingen in box 3.
De volgende bezittingen moet u aangeven in box 3:
– uw bank-, giro- en spaartegoeden
– uw aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties die niet bij een aanmerkelijk belang horen
– het niet-vrijgestelde deel van uw maatschappelijke beleggingen
– het niet-vrijgestelde deel van uw beleggingen in durfkapitaal
– uw overige vorderingen, zoals uitgeleend geld, en contant geld
– uw tweede woning, bijvoorbeeld een vakantiewoning
– uw overige onroerende zaken, bijvoorbeeld een woning die u verhuurt
– het niet-vrijgestelde deel van uw kapitaalverzekeringen
– uw rechten op periodieke uitkeringen, bijvoorbeeld een lijfrenteverzekering
– uw overige bezittingen
– uw aandeel in een onverdeelde boedel
a Banksaldi
Geef de gemiddelde waarde aan van uw bank-, giro- en spaartegoeden op de peildatums 1 januari 2010 en 31 december 2010. Het gaat hier ook om eventuele rekeningen in het buitenland.
Spaartegoeden en vorderingen waarvan de rente minder vaak dan jaarlijks wordt bijgeschreven
Hebt u op 1 januari 2010 een spaartegoed of een vordering waarvan de rente minder vaak dan jaarlijks wordt bijgeschreven? Dan geeft u in box 3 de waarde in het economische verkeer op 1 januari 2010 aan van dit spaartegoed of deze vordering. Dit is meestal de waarde van het spaartegoed of de vordering inclusief de rente die u tot 1 januari 2010 hebt opgebouwd. Als u het spaartegoed of de vordering op 31 december 2010 nog verwacht te hebben, geeft u in box 3 de waarde in het economische verkeer aan inclusief de rente die tot en met 31 december 2010 is opgebouwd. Ook als deze rente op dat moment nog niet is bijgeschreven.
‘
Vrijstelling spaarloonregeling
Is het totaal van uw geblokkeerde spaartegoeden die onder een spaarloonregeling vallen € 17.025 of minder? Dan hoeft u dit bedrag niet aan te geven. Is het bedrag hoger? Dan hoeft u alleen het deel aan te geven dat boven de € 17.025 uitkomt.
Hebt u aandelen die onder een spaarloonregeling vallen? Tel dan de waarde van die aandelen bij uw spaartegoeden die onder deze regeling vallen. Het deel dat boven de € 17.025 uitkomt, geeft u aan. Uw fiscale partner heeft ook een vrijstelling van € 17.025 voor zijn spaarloonregeling. Fiscale partners kunnen deze vrijstelling niet aan elkaar overdragen.
b Aandelen, obligaties en dergelijke
Bij aandelen, obligaties en dergelijke gaat het bijvoorbeeld om:
– aandelen, obligaties, winstbewijzen en opties die niet bij een aanmerkelijk belang horen
– aandelen in beleggingsfondsen
– het niet-vrijgestelde deel van uw maatschappelijke beleggingen
– het niet-vrijgestelde deel van uw beleggingen in durfkapitaal
Niet-vrijgesteld deel maatschappelijke beleggingen
Als u in 2010 maatschappelijke beleggingen hebt, krijgt u op elke peildatum een vrijstelling tot maximaal € 55.145. Deze vrijstelling geldt voor de totale waarde van uw maatschappelijke beleggingen. De waarde die boven deze vrijstelling uitkomt, moet u aangeven in box 3.
Maatschappelijke beleggingen zijn ‘groene’ beleggingen en sociaalethische beleggingen:
– ‘Groene’ beleggingen zijn beleggingen in fondsen die door ons zijn erkend en die investeren in projecten voor milieubescherming.
– Sociaal-ethische beleggingen zijn beleggingen in fondsen die door ons zijn erkend en die investeren in projecten voor bijvoorbeeld
economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden.
Volledige vrijstelling beleggingen in erkende groenfondsen
U krijgt een volledige vrijstelling voor de waarde van beleggingen in een door ons erkend groenfonds. Deze beleggingen moeten dan aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
– U had de beleggingen al op 31 december 2000.
– U hebt de beleggingen door een erfenis of door te trouwen gekregen van degene die ze op 31 december 2000 had.
U hoeft de waarde van deze beleggingen niet aan te geven.
Niet-vrijgesteld deel beleggingen in durfkapitaal
Als u in 2010 beleggingen in durfkapitaal hebt, krijgt u op elke peildatum een vrijstelling tot maximaal € 55.145. Deze vrijstelling geldt voor de totale waarde van uw beleggingen in durfkapitaal. De waarde die boven deze vrijstelling uitkomt, moet u aangeven in box 3.
Beleggingen in durfkapitaal zijn:
– achtergestelde leningen aan startende ondernemers die bij ons zijn geregistreerd
– Een achtergestelde lening is een lening die pas hoeft te worden afgelost als, bijvoorbeeld bij faillissement, alle andere schulden zijn betaald.
– leningen aan en beleggingen in bepaalde participatiemaatschappijen
– beleggingen in culturele fondsen die door ons zijn erkend
Een belegging kan als belegging in durfkapitaal worden erkend als deze aan diverse voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden hebben bijvoorbeeld te maken met:
– de hoogte van de belegging
– het doel waarvoor de startende ondernemer of de participatiemaatschappij de belegging gebruikt
Bel voor meer informatie over beleggingen in durfkapitaal de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.
c Onroerende zaken
Vul de gemiddelde waarde in van bijvoorbeeld:
– de waarde van de tweede woning. Een tweede woning is bijvoorbeeld een vakantiewoning in Nederland of in het buitenland. Als u een tweede woning in Nederland hebt en die woning in 2010 30% of meer van de tijd tot uw beschikking hebt, geef dan de WOZ-waarde aan. Hebt u de woning voor minder dan 30% van de tijd tot uw beschikking (bijvoorbeeld door verhuur) of is het een woning in het buitenland, geef dan de waarde in het economische verkeer aan.
– een verhuurd pand
Niet
De eigen woning die uw hoofdverblijf is in 2010.
d Overige bezittingen
Vul de gemiddelde waarde van de overige bezittingen in. Tot de overige bezittingen die u moet aangeven in box 3 behoren bijvoorbeeld:
– roerende zaken die u in 2010 verhuurt of als belegging hebt
– rechten die u in 2010 hebt op roerende zaken, bijvoorbeeld het recht om een auto of stacaravan van een ander (niet uw werkgever) gratis het hele jaar te gebruiken
– vorderingen die u hebt op derden
– contant geld
Niet
Roerende zaken voor eigen gebruik of voor gebruik binnen uw gezin, bijvoorbeeld uw eigen auto of de inboedel van uw woning
Bron: www.belastingdienst.nl |