Aangifte-Expert.nl, onderdeel van Berkman & Berkman
Aangifte-Expert.nl, onderdeel van administratiekantoor Berkman & Berkman
HomeParticulierenBedrijvenWerkwijzeTarievenTipsDownloadsContactLinks
 

Voorlopige teruggaaf 2011 - Studiekosten of andere scholingsuitgaven

Volgt u in 2011 een opleiding of een studie voor uw  (toekomstige) beroep? Dan mag u de uitgaven hiervoor, zoals lesgeld en de uitgaven voor boeken, aftrekken als persoonsgebonden aftrek.

Voorwaarden aftrek
U mag uw studiekosten of andere scholingsuitgaven onder de volgende voorwaarden aftrekken:

  • U of uw fiscale partner maken de kosten voor uw studie.
  • De opleiding of studie is gericht op uw beroep of toekomstige beroep.
  • Er is sprake van een leertraject. Hierbij doet u kennis op onder begeleiding of toezicht.
  • Uw totale kosten min eventuele vergoedingen zijn hoger dan de drempel van € 500. De kosten boven de drempel mag u aftrekken.

Let op!
Deze drempel geldt voor zowel uw studiekosten als voor die van uw fiscale partner. U maakt twee aparte berekeningen voor de studiekosten: voor uzelf en voor uw fiscale partner. Het maakt niet uit wie de kosten betaalt. Zie ook Fiscaal partner en aftrek.

Aftrekbare kosten
De volgende kosten mag u aftrekken:

  • lesgeld, collegegeld of instellingscollegegeld
  • kosten voor studieboeken of vakliteratuur
  • afschrijving van duurzame goederen zoals een computer

U kunt deze afschrijvingen alleen als kosten aftrekken als u dat goed ook gebruikt voor uw studie of opleiding. Gebruikt u uw computer gedeeltelijk ook privé, dan mag u dat gedeelte niet als kosten aftrekken. U moet bij de afschrijving rekening houden met de restwaarde en de levensduur. Voor computers en randapparatuur geldt een levensduur van drie jaar en een restwaarde van 10%.

  • kosten voor EVC-procedures (Erkenning Verworven Competenties) U kunt uw competenties laten vastleggen in een verklaring (de EVC-verklaring). Deze moet u laten opmaken door een erkend instituut.

Let op!
Voor studies die onder de studiefinanciering vallen, geldt een aparte regeling. Deze voorwaarden leest u bij het onderdeel Uw studiekosten berekenen (met studiefinanciering).

Niet-aftrekbare kosten
De volgende kosten mag u niet aftrekken:

  • rente voor studieschulden
  • kosten van levensonderhoud, bijvoorbeeld huisvesting, voeding en kleding
  • reis- en verblijfkosten
  • kosten voor studiereizen of excursies
  • kosten voor een werk- of studeerruimte (ook niet de inrichting daarvan)

Maximum aftrek studiekosten
Het bedrag dat u als studiekosten of andere scholingsuitgaven mag aftrekken, is meestal maximaal € 15.000. Dat maximale bedrag geldt niet in de volgende situaties:

  • U mag het maximum verhogen als uw prestatiebeurs in 2011 definitief niet wordt omgezet in een gift. Het maximum verhoogt u met het bedrag dat u als aftrekbare studiekosten mag aftrekken, doordat uw prestatiebeurs definitief niet wordt omgezet in een gift.
  • U volgt in 2011 een studie of opleiding tijdens de standaardstudieperiode.

De standaardstudieperiode is een periode van maximaal 16 kalenderkwartalen waarin u voornamelijk studeert. U besteedt in die periode zoveel tijd aan uw studie dat u daarnaast geen volledige baan kunt hebben. Deze standaardperiode ligt tussen de dag dat u 18 jaar wordt en de dag dat u 30 jaar wordt. U bepaalt zelf op welke datum deze periode ingaat. De periode hoeft niet aaneengesloten te zijn.

Let op!
Bent u bij de aanvang van de studie nog geen 18 jaar? Dan mag u ook gebruik maken van de standaardstudieperiode als u de studiekosten betaalt en u ook aan de overige voorwaarden voor aftrek van scholingsuitgaven voldoet.

Digitaal aangifte doen
Krijgt u studiefinanciering? Of krijgt u geen studiefinanciering, maar u hebt er wel recht op? Dan moet u de studiekosten op een andere manier berekenen. Zie Uw studiekosten berekenen (met studiefinanciering). Hierbij moet u verschillende berekeningen maken. Dat kunt u op papier doen, maar u kunt ook het digitale aangifteprogramma gebruiken. Het digitale programma helpt u dan met deze berekeningen.

Uw studiekosten berekenen (zonder studiefinanciering)
Met de rekenhulp op bladzijde 2 kunt u uw studiekosten of andere scholingsuitgaven berekenen.

Rekenhulp aftrekbedrag studiekosten of andere scholingsuitgaven

lesgeld, collegegeld of
instellingscollegegeld                                       ………

kosten voor studieboeken
of vakliteratuur                                               ………

afschrijving van duurzame goederen                ………

kosten voor EVC-procedures                           ………+

                                                                    ………

Vergoeding                                                    ………-

Trek af                                                          ……..

Af: Drempel                                                   500 –

Trek af Aftrekbare studiekosten of
andere scholingsuitgaven                                ………

Welke gegevens hebt u nodig?

  • uw studiekosten of andere scholingsuitgaven
  • de ontvangen vergoedingen

Aftrek studiekosten en andere scholingsuitgaven
Dit zijn de studiekosten en andere scholingsuitgaven van een studie die u zelf volgt. Vervolgens haalt u van uw studiekosten de vergoeding af die u bijvoorbeeld van uw werkgever krijgt. Tot slot haalt u hier de drempel van € 500 van af. Dit bedrag is uw aftrek studiekosten of andere scholingsuitgaven.

Let op!
De studiekosten die u of uw kind maakt voor zijn studie mag u niet aftrekken.

Fiscale partner en aftrek
U telt uw aftrekbare studiekosten en andere scholingsuitgaven bij elkaar. Het gaat hier om de aftrekbare kosten die u en uw fiscale partner betalen voor uw studie. Hiervan trekt u een eventuele vergoeding en de drempel af.
Als uw fiscale partner ook studiekosten heeft, telt u ook zijn aftrekbare studiekosten en andere scholingsuitgaven bij elkaar. Het gaat hier om de aftrekbare kosten die uw fiscale partner en u betalen voor zijn studie. Hiervan trekt u een eventuele vergoeding en de drempel af. Vervolgens kunt u het aftrekbedrag verdelen zoals u dat wilt, als het totaal maar 100% is.

Uw studiekosten berekenen (met studiefinanciering)
Welke kosten u kunt aftrekken, leest u hiervoor bij Aftrekbare studiekosten. U mag onder andere het lesgeld of (instellings)collegegeld aftrekken. Hoeveel het lesgeld of (instellings)collegegeld is, staat in de Tabel overzicht lesgeld mbo en Tabel overzicht collegegeld hbo/wo. U moet het lesgeld of (instellings)collegegeld wel herrekenen. Het is namelijk niet volledig aftrekbaar in het jaar waarin u dit hebt betaald.

U kent het collegegeld of lesgeld toe aan de maanden van het kalenderjaar waarop het bedrag betrekking heeft. Het maakt niet uit in welk jaar u ze betaalt. Voor de overige kosten zoals voor boeken neemt u de werkelijke kosten. U trekt deze kosten af in het jaar waarin u ze betaalt.

Voorbeeld berekening herrekende studiekosten
Let op! Dit voorbeeld en de gebruikte bedragen zijn van 2010!

U volgde van augustus tot en met december 2010 een mboopleiding. Voor het schooljaar 2010-2011 betaalde u aan lesgeld € 1.031. Het lesgeld bedroeg per maand € 1.031 : 12 is € 85,91.
Het lesgeld voor de maanden augustus tot en met december was € 429,55. Daarnaast betaalde u voor boeken € 786. Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 1.215,55 (€ 429,55 + € 786).

Wat hebt u nodig om de aftrek studiekosten te berekenen
Om uw aftrek studiekosten te berekenen hebt u gegevens nodig over:

  • uw studiekosten
  • de normbedragen
  • de studiefinanciering
  • de eventueel ontvangen vergoedingen, bijvoorbeeld van uw werkgever of een fonds

Wij maken onderscheid in studies mbo en studies hbo/wo. Ook is de berekening voor verschillende fases van de studie anders. Daarbij speelt de volgende vraag een rol: ‘Is uw prestatiebeurs omgezet in een gift?’. Hierna leest u informatie over deze onderwerpen.

Normbedragen
Voor iedere maand dat u studiefinanciering is toegekend, geldt een normbedrag. U hebt de maandelijkse normbedragen nodig om uw aftrek te berekenen. Deze normbedragen ziet u hieronder in de Tabel
normbedragen mbo en de Tabel normbedragen hbo/wo.

Ontvangen vergoedingen
Ontvangt u naast uw studiefinanciering een andere vergoeding? Bijvoorbeeld van uw werkgever of van een fonds van de werkgever van uw ouder(s)? Trek dan uw vergoeding in de Rekenhulp aftrekbedrag studiekosten of andere scholingsuitgaven af van uw studiekosten bij Af: Vergoeding.

Studiefinanciering
De manier waarop u rekening houdt met de studiefinanciering, leest u in Berekening aftrek bij mbo en Berekening aftrek bij hbo/wo.

Wordt uw prestatiebeurs omgezet in een gift?
De volgende situaties zijn mogelijk:

  • Wordt in 2011 de prestatiebeurs over een eerder jaar definitief omgezet in een gift? Dan mag u geen studiekosten meer aftrekken.
  • Wordt in 2011 de prestatiebeurs over een eerder jaar definitief niet omgezet in een gift? U kunt in 2011 alsnog het bedrag aftrekken dat u in dat eerdere jaar niet mocht aftrekken omdat u toen een prestatiebeurs had.

Meer hierover leest u bij Uw prestatiebeurs wordt wel omgezet in een gift en Uw prestatiebeurs wordt niet omgezet in een gift.

Fases van de studie
De berekening voor de verschillende fases in uw studie is anders. Wij gaan hierbij uit van de drie volgende situaties:

  • het jaar waarin u uw studie begint
  • de tussenliggende jaren
  • het jaar waarin u uw studie eindigt

De voorbeelden ziet u hierna bij Berekening aftrek bij mbo en bij Berekening aftrek bij hbo/wo.

Berekening aftrek bij mbo
U kunt in een aantal stappen uw totale aftrek berekenen.

  • Ga na voor welke maanden u in 2011 studiefinanciering krijgt of er recht op hebt. Tel de prestatiebeurs die aan u wordt toegekend over die maanden bij elkaar.
  • Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar. Zie Tabel normbedragen mbo.
  • Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met twee. Dit bedrag vergelijkt u met de herrekende studiekosten die u voor deze studie hebt gehad.

De herrekende studiekosten bestaan uit de volgende bedragen:

  • het lesgeld voor de maanden dat u de studie in 2011 volgt
  • andere aftrekbare studiekosten die u maakt in 2011 zoals kosten voor boeken

Voorbeeld (het jaar waarin u uw studie begint)
Let op! De gebruikte bedragen en voorbeelden zijn van 2010!

U volgde van augustus tot en met december 2010 een mboopleiding. Voor de maanden augustus tot en met december is het normbedrag € 135,91 per maand. Het totaal van de normbedragen voor deze maanden is € 679,55. Tweemaal dit totaal van € 679,55 = € 1.359,10.

U betaalde lesgeld. Voor het schooljaar 2010-2011 is het lesgeld € 1.031. Het lesgeld is per maand € 1.031 : 12 = € 85,91. Het lesgeld voor de maanden augustus tot en met december is € 429,55. Daarnaast betaalde u voor boeken € 1.400.

Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 1.829,55 (€ 429,55 + € 1.400). Uw herrekende studiekosten zijn hoger dan € 1.359,10, tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen.

De DUO kende u in de maanden augustus tot en met december 2010 een prestatiebeurs toe van € 75,39 per maand. In totaal 2010 vijfmaal € 75,39 is € 376,95.

U mag nu de studiekosten die u in 2010 betaalde min het totaal van de normbedragen en min het totaal van de prestatiebeurs aftrekken.

In dit voorbeeld is dat € 1.829,55 - € 679,55 - € 376,95 = € 773,05. U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus een aftrek van € 273,05.

Voorbeeld (tussenliggende jaren)
Let op! De gebruikte bedragen en voorbeelden zijn van 2010!

U volgde van januari tot en met december 2010 een mbo-opleiding. Voor de maanden januari tot en met juli is het normbedrag € 134,41 per maand. Voor de maanden augustus tot en met december is het normbedrag € 135,91 per maand. Het totaal van de normbedragen voor 2010 = € 1.620,42. Tweemaal dit totaal van € 1.620,42 =          € 3.240,84.

U betaalde lesgeld. Voor het schooljaar 2009-2010 is het lesgeld € 1.013. Het lesgeld is per maand € 1.013 : 12 = € 84,41. Het lesgeld voor de maanden januari tot en met juli = € 590,87. Voor het schooljaar 2010-2011 is het lesgeld € 1.031. Het lesgeld is per maand € 1.031 : 12 = € 85,91. Het lesgeld voor de maanden augustus tot en met december = € 429,55. Het lesgeld voor 2010 is in totaal € 1.020,42. Daarnaast betaalde u voor boeken         € 1.800.

Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 2.820,42 (€ 1.020,42 + € 1.800). Uw herrekende studiekosten zijn lager dan € 3.240,82, tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen.

De DUO kende u in de maanden januari tot en met december 2010 een prestatiebeurs toe van € 75,39 per maand. In totaal in 2010 twaalfmaal € 75,39 is € 904,68.

U mag nu het verschil tussen het totaal van de normbedragen en het totaal van de prestatiebeurs aftrekken. In dit voorbeeld is dat € 1.620,42 - € 904,68 = € 715,74. U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus een aftrek van € 215,74.

Voorbeeld (bij einde studie)
Let op! De gebruikte bedragen en voorbeelden zijn van 2010!

U volgde van januari tot en met juli 2010 een mbo-opleiding. Voor de maanden januari en met juli is het normbedrag € 134,41 per maand. Het totaal van de normbedragen voor deze maanden is € 940,87.
Tweemaal dit totaal van € 940,87 = € 1.881,74. U betaalde lesgeld. Voor het schooljaar 2009-2010 is het lesgeld
€ 1.013. Het lesgeld is per maand € 1.013 : 12 = € 84,41. Het lesgeld voor de maanden januari tot en met juli is € 590,87. Daarnaast betaalde u voor boeken € 500.

Uw herrekende studiekosten zijn over deze periode in totaal € 1.090,87 (€ 590,87 + € 500). Uw herrekende studiekosten zijn lager dan € 1.881,74, tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen.

De DUO kende u in de maanden januari tot en met juli 2010 een prestatiebeurs toe van € 75,39 per maand. In totaal in 2010 zevenmaal € 75,39 is € 527,73.

U mag nu het verschil tussen het totaal van de normbedragen en het totaal van de prestatiebeurs aftrekken. In dit voorbeeld is dat € 940,87 - € 527,73 = € 413,14. U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus geen aftrek.

Nadat u van de DUO de definitieve beschikking hebt ontvangen kunt u misschien ook in het jaar dat u die beschikking kreeg een aftrek van studiekosten krijgen. Dat kan wanneer uw prestatiebeurs niet wordt omgezet in een gift. Met welke bedrag van uw prestatiebeurs u rekening houdt, leest u bij Uw prestatiebeurs is niet omgezet in een gift.

Berekening aftrek bij hbo/wo
U kunt in een aantal stappen uw aftrek berekenen.

  • Ga na voor welke maanden u in 2011 studiefinanciering krijgt of er recht op hebt. Tel de prestatiebeurs die aan u wordt toegekend over die maanden bij elkaar.
  • Tel de bijbehorende normbedragen bij elkaar. Zie Tabel normbedragen hbo/wo.
  • Vermenigvuldig het totaal van deze normbedragen met twee. Dit bedrag vergelijkt u met de herrekende studiekosten die u voor deze studie had.

De herrekende studiekosten bestaan uit de volgende bedragen:

  • het lesgeld voor de maanden waarin u in 2011 de studie volgt
  • andere aftrekbare studiekosten die u maakt in 2011 , zoals kosten van boeken

Voorbeeld (het jaar waarin u uw studie begint)
Let op! De gebruikte bedragen en voorbeelden zijn van 2010!

U volgde in de maanden september tot en met december 2010 een universitaire opleiding. U betaalde € 1.672 collegegeld. Uw overige studiekosten zijn in deze maanden € 4.000. De DUO kende u in de maanden september tot en met december 2010 een prestatiebeurs toe van € 95,61 per maand. In totaal in 2010 viermaal € 95,61 =
€ 382,44.

Voor de maanden september tot en met december is het normbedrag € 196,33 per maand. Het totaal van de normbedragen over deze periode is voor u viermaal € 196,33 is € 785,32. Tweemaal dit totaal van € 785,32 =      € 1.570,64.

U betaalde € 1.672 collegegeld. Per maand is het collegegeld € 139,33. Het collegegeld voor de maanden september tot en met december is € 557,32. Daarnaast betaalde u voor overige studiekosten € 4.000. Uw herrekende studiekosten over deze periode zijn in totaal € 4.557,32 (€ 557,32 + € 4.000).

Uw herrekende studiekosten zijn hoger dan tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen: € 570,64. U mag nu het verschil tussen uw werkelijke kosten en het totale normbedrag aftrekken. Daarna trekt u hiervan af het totaalbedrag van de prestatiebeurs. In dit voorbeeld is dat € 4.557,32 - € 785,32 - € 382,44 = € 3.389,56.
U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus na afronding een aftrek van € 2.890.

Voorbeeld (tussenliggende jaren)
Let op! De gebruikte bedragen en voorbeelden zijn van 2010!

U volgde in de maanden januari tot en met december 2010 een universitaire opleiding. U betaalde voor studiejaar 2009/2010 € 1.620 collegegeld. Voor het studiejaar 2010/2011 is dat € 1.672. Uw overige studiekosten zijn          € 4.000. De DUO kende u in de maanden januari tot en met december 2010 een beurs toe van € 95,61 per maand. In totaal in 2010 twaalfmaal € 95,61 = € 1.147,32.

Voor de maanden januari tot en met augustus is het normbedrag € 192 per maand. Voor de maanden september tot en met december is het normbedrag € 196,33 per maand. Het totaal van de normbedragen over 2010 is         € 2.321,32. Tweemaal dit totaal van € 2.321,32 = € 4.642,64.

U betaalde voor studiejaar 2009/2010 € 1.620 collegegeld. Het collegegeld is per maand € 1.620 : 12 = € 35. Het collegegeld voor de maanden januari tot en met augustus 2010 is € 1.080. U betaalde voor studiejaar 2010/2011 € 1.672 collegegeld. Het collegegeld is per maand € 1.672 : 12 = € 139,33. Het collegegeld voor de maanden
september tot en met december 2010 is € 557,32. Daarnaast betaalde u voor overige studiekosten € 4.000. Uw herrekende studiekosten over deze periode zijn in totaal € 5.637,32 (€ 1.080 + € 557,32 + € 4.000).

Uw herrekende studiekosten zijn hoger dan tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen:              € 4.642,64. U mag nu het verschil tussen uw werkelijke kosten en het totale normbedrag aftrekken. Daarna trekt u hiervan af het totaalbedrag van de prestatiebeurs. In dit voorbeeld is dat € 5.637,32 - € 2.321,32 - € 1.147,32 =    € 2.168,68. U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus na afronding een aftrek van € 1.669.

Voorbeeld (bij einde studie)
Let op! De gebruikte bedragen en voorbeelden zijn van 2010!

U volgde in de maanden januari tot en met juni 2010 een universitaire opleiding. U betaalde in 2009 voor studiejaar 2009/2010 € 1.620 collegegeld. Uw overige studiekosten zijn in deze maanden € 1.000. De DUO kende u in de maanden januari tot en met juni 2010 een prestatiebeurs toe van € 95,61 per maand. In totaal in 2010 zesmaal € 95,61 is € 573,66.

Voor de maanden januari tot en met juni is het normbedrag € 192 per maand. Het totaal van de normbedragen over deze periode is voor u zesmaal € 192 is € 1.152. Tweemaal dit totaal van € 1.152 = € 2.304.

U betaalde voor het studiejaar 2009/2010 € 1.620 collegegeld. Het collegegeld is per maand € 1.620 : 12 = € 135. Het collegegeld voor de maanden januari tot en met juni 2010 is € 810. Daarnaast betaalde u voor overige studiekosten € 1.000. Uw herrekende studiekosten over deze periode zijn in totaal € 1.810 (€ 810 + € 1.000).

Uw herrekende studiekosten zijn niet hoger dan tweemaal het totaal van de voor u geldende normbedragen:        € 2.304. U mag nu het verschil tussen het totaal van de normbedragen en het totaal van de prestatiebeurs aftrekken. In dit voorbeeld is dat € 1.152 - € 573,66 = € 578,34. U moet nog wel rekening houden met de drempel van € 500. Als u verder geen scholingsuitgaven hebt, hebt u dus een aftrek van € 79.

Nadat u van de DUO de definitieve beschikking hebt ontvangen kunt u misschien ook in het jaar dat u die beschikking kreeg een aftrek van studiekosten krijgen. Dat kan wanneer uw prestatiebeurs niet wordt omgezet in een gift. Met welke bedrag van uw prestatiebeurs u rekening houdt, leest u bij Uw prestatiebeurs is niet omgezet in een gift.

Uw prestatiebeurs wordt niet omgezet in een gift
Ontvangt u in 2011 de definitieve beschikking van de DUO en wordt uw prestatiebeurs niet omgezet in een gift? Dan hebt u, achteraf bezien, in het betreffende studiejaar uw aftrek ten onrechte moeten verminderen met de prestatiebeurs. U kunt dan in 2011 alsnog het bedrag aftrekken dat u eerder niet mocht aftrekken omdat
u toen een prestatiebeurs had.

Voor de berekening vergelijkt u per studiejaar:

  • het bedrag dat u eerder hebt afgetrokken met
  • het bedrag dat u mag aftrekken nadat u rekening hebt gehouden met het bedrag van de prestatiebeurs dat niet wordt omgezet in een gift

Het totaal van die bedragen over de jaren die u hebt gestudeerd, mag u in 2011 aftrekken. U kunt dit berekenen met het aangifteprogramma. U downloadt dit programma van www.belastingdienst.nl.

Uw prestatiebeurs wordt wel omgezet in een gift
Wordt uw prestatiebeurs in de definitieve beschikking van de DUO in 2010 wel omgezet in een gift? Dan kunt u in 2011 voor de oude studiejaren geen studiekosten of andere scholingsuitgaven aftrekken.

In de tabellen op bladzijde 7 en 8 vindt u de normbedragen mbo en hbo/wo, het overzicht lesgeld mbo en het overzicht collegegeld hbo/wo.

Tabel normbedragen mbo
Periode                                                                  Bedrag per maand

1 januari 2010 tot en met 31 juli 2010                                 € 134,41
1 augustus tot en met 31 december 2010 € 135,91

1 januari 2009 tot en met 31 juli 2009                                 € 131,75
1 augustus tot en met 31 december 2009           € 133,41

1 januari 2008 tot en met 31 juli 2008                                 € 129,25
1 augustus tot en met 31 december 2008           € 130,75

1 januari tot en met 31 juli 2007                          € 126,88
1 augustus tot en met 31 augustus 2007            € 127,88
1 september tot en met 31 december 2007        € 128,25

1 januari tot en met 31 juli 2006                          € 124,93
1 augustus tot en met 31 december 2006           € 126,10

1 januari tot en met 31 juli 2005                          € 123,32
1 augustus tot en met 31 december 2005           € 124,40

1 januari tot en met 31 juli 2004                          € 120,70
1 augustus tot en met 31 december 2004           € 122,37

1 januari tot en met 31 juli 2003                          € 116,68
1 augustus tot en met 31 december 2003           € 119,26

1 januari tot en met 31 juli 2002                          € 112,07
1 augustus tot en met 31 december 2002           € 114,80

1 januari tot en met 31 juli 2001                          € 108,95
1 augustus tot en met 31 december 2001           € 111,07

1 januari tot en met 31 juli 2000                          € 106,32
1 augustus tot en met 31 december 2000           € 108,09

1 januari tot en met 31 juli 1999                          € 95,39
1 augustus tot en met 31 december 1999           € 105,53

1 januari tot en met 31 juli 1998                          € 94,49
1 augustus tot en met 31 december 1998           € 94,49

1 januari tot en met 31 juli 1997                          € 92,23
1 augustus tot en met 31 december 1997           € 92,60

 

Tabel normbedragen hbo/wo
Periode                                                                  Bedrag per maand

1 januari 2010 tot en met 31 augustus 2010       € 192,00
1 september 2010 tot en met 31 december 2010               € 196,33

1 januari 2009 tot en met 31 augustus 2009       € 186,42
1 september 2009 tot en met 31 december 2009               € 191,00

1 januari tot en met 31 augustus 2008                               € 183,17
1 september tot en met 31 december 2008        € 185,42

1 januari tot en met 31 augustus 2007                               € 179,90
1 september tot en met 31 december 2007        € 182,17

1 januari tot en met 31 augustus 2006                               € 177,09
1 september tot en met 31 december 2006        € 179,00

1 januari tot en met 31 augustus 2005                               € 174,81
1 september tot en met 31 december 2005        € 176,48

1 januari tot en met 31 augustus 2004                               € 171,14
1 september tot en met 31 december 2004        € 173,72

1 januari tot en met 31 augustus 2003                               € 165,39
1 september tot en met 31 december 2003        € 169,49

1 januari tot en met 31 augustus 2002                               € 157,72
1 september tot en met 31 december 2002        € 163,24

1 januari tot en met 31 augustus 2001                               € 154,46
1 september tot en met 31 december 2001        € 156,56

1 januari tot en met 31 augustus 2000                               € 151,29
1 september tot en met 31 december 2000        € 153,49

1 januari tot en met 31 augustus 1999                               € 147,89
1 september tot en met 31 december 1999        € 150,39

1 januari tot en met 31 augustus 1998                               € 140,24
1 september tot en met 31 december 1998        € 146,86

1 januari tot en met 31 juli 1997                          € 132,96
1 augustus tot en met 31 december 1997           € 139,57

 

Tabel overzicht lesgeld mbo

Periode                                   Per jaar                   Per maand

Studiejaar 2010-2011            € 1.031                   € 85,91
Studiejaar 2009-2010            € 1.013                   € 84,41
Studiejaar 2008-2009            €    993                   € 82,75
Studiejaar 2007-2008            €    975                   € 81,25

 

Tabel overzicht collegegeld hbo/wo
Periode                                   Per jaar                   Per maand

Studiejaar 2010-2011            € 1.672                   € 139,33
Studiejaar 2009-2010            € 1.620                   € 135,00
Studiejaar 2008-2009            € 1.565                   € 130,41
Studiejaar 2007-2008            € 1.538                   € 128,16

Bron: www.belastingdienst.nl 

 
Toelichtingen


Uitleg aangifte


Invultips


Archief
belastingaangifte


Archief
voorlopige teruggaaf


Overige informatie

Toelichtingen

Aangifte-Expert.nl

onderdeel van
Berkman & Berkman


Postbus 147
3700 AC Zeist

Constantijn Huygenslaan 12b
3705 SR Zeist

Tel. 030-2254550
Fax. 030-2890592
E-mail info@sterkincijfers.nl
 

 

Copyright 2006-2011 - Aangifte-Expert.nl | Laatst bijgewerkt op 10 februari 2011 | Sitemap | Privacy Statement | Disclaimer | Algemene voorwaarden


Administratie- en advieskantoor Berkman & Berkman (voorheen administratiekantoor Berkman & van der Steeg) is een bedrijfsadministratie kantoor in Zeist dat werkzaamheden verricht voor ondernemers o.a. de volgende werkzaamheden: bedrijfsadministratie (boekhouding), loonadministratie (salarisadministratie), (fiscaal) advies (advisering), belastingen (zoals aangifte omzetbelasting, ICL, vennootschapsbelasting, winstaangifte, maar ook correspondentie met de Belastingendienst, ofwel bezwaarprocedures. De ondernemers waar wij dit voor aanbieden, zijn niet alleen mkb-ondernemers, maar ook zzp-ers, eenmanszaken, v.o.f., b.v., c.v. en andere bedrijven. Ook voor particulieren verrichten wij werkzaamheden, zoals het verzorgen van de aangifte inkomstenlasting (belastingaangifte), het aanvragen en wijzigen van diverse toeslagen zoals, huurtoeslag, zorgtoeslag, kindertoeslag en kinderopvangtoeslag. Maar betalingsregelingen en bezwaarprocedures bij de Belastingdienst. Het aanvragen en wijzigen van de voorlopige teruggaaf behoort ook tot de mogelijkheden. Wij operen vanuit ons kantoor in Zeist, maar zijn ook actief in andere plaatsten, zoals Rotterdam, Utrecht, Amsterdam, Lelystad, Maarn, Maarsbergen, Doorn, Amersfoort, De Bilt, Bilthoven, Baarn, Soest, Soesterberg, Leusden, Leersum en andere plaatsen. BerkmanenBerkman.nl, Sterkincijfers.nl, Aangifte-Expert.nl, Administratiekantoor-Zeist.nl, Salarisadministratie-Expert.nl, Loonadministratie-uitbesteden.nl, Belastingaangifte-belasting-aangifte.nl, Administratiekantoor-administratiekantoren.nl, Loonadministratie-salarisadministratie.nl, Berksteeg.nl.